Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag? Misschien hebben wij deze al een keer beantwoord. Staat hij er toch niet tussen? Neem dan contact met ons op. We helpen u graag verder.

Duurzaamheid

  1. Hoe isoleer ik mijn monument verstandig?

    Het is maar hoe u verstandig opvat. Verstandig betekent in ieder geval bij een monument dat de ingreep geen negatieve gevolgen heeft voor de monumentale waarde. Daar heeft bijvoorbeeld uw gemeente wel een visie op. Verstandig betekent ook dat u niet in het ene deel van het pand een oplossing bedenkt, die elders problemen oplevert. Berucht zijn de koudebruggen, bijvoorbeeld bij balkenkoppen of bij vensterglas. Een open deur misschien, maar we zeggen het toch maar: isoleren begint bij de buitenkant, de schil van je gebouw. Zorg er eerst voor dat u de problemen van buiten ook buiten houdt. Pak dus muren en daken aan en kijk dan verder.

    Lees hier meer over wat bouwfysicus Marc Stappers zegt over onder meer dampopen isoleren

    Welke isolatiemaatregel werkt in uw pand goed?

  2. Welk glas kan ik het best gebruiken?

    Ook bij de keuze voor glas staat de monumentale waarde van uw monument voorop. Gelukkig komen er steeds meer technische oplossingen, die zorgen voor isolatie en tegelijkertijd de monumentale waarde niet aantasten. Maar simpel is het niet. We zijn hierover in gesprek gegaan met een aantal specialisten, lees hier het artikel.

    Op monumenten.nl leest u hoe Rob Bloem glas vond met een HR++ isolatiewaarde en hij wist er ook nog een glas in lood look aan mee te geven. 

    Welke oplossing heeft u gevonden voor het verduurzamen van glas in uw monument?

  3. 'Is een hybride warmtepomp voor monumenten een goed idee?'

    We vroegen het aan Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland.

    ‘Als je kijkt naar de verschillende soorten warmtepompen, dan is een hybride warmtepomp voor monumenten zeker een optie en misschien ook wel de beste. Maar daar horen wel wat kanttekeningen bij hoor! Eerst even uitleggen: een warmtepomp is een laagtemperatuur verwarmingssysteem. Dat betekent dat het water in het systeem niet warmer dan 40 graden gestookt wordt. Heb je vloerverwarming, dan is die 40 graden prima voor een comfortabele binnentemperatuur. Tenminste…voor een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning. Ook bij koudere buitentemperaturen. Voor veel monumenten zal bijstoken dan nog wel nodig zijn. Monumenten zijn nu eenmaal vaak minder goed te isoleren en in lang niet ieder pand kun je laagtemperatuur (vloer)verwarming aanleggen. Een hybride warmtepomp kan helpen, want die kan bijstoken met gas, wanneer het buiten echt koud wordt.’

  4. 'Wanneer kun je gaan denken aan een warmtepomp?'

    We vroegen het aan Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland.

    ‘Wij werken als Monumentenwacht ook volgens het principe van de ‘trias energetica’. Dat betekent dat we eerst kijken naar het gedrag van de gebruikers van het pand. Je kunt dan bijvoorbeeld de thermostaat lager zetten, ruimtes afzonderlijk gaan verwarmen etc. Vervolgens kijken we naar de isolatie van het pand en pas daarna komen de installaties aan bod. Dus dan kijk je hoe het beste verwarmd kan worden en met welke systeem dat zou kunnen.’

    ‘Het gaat ook om wat je doel is. Als CO2-reductie je belangrijkste doel is, dan is een ‘gewone’ warmtepomp het meest zeker. Je stookt hier namelijk niet ook nog bij met gas. Maar voor veel monumenten is dit type warmtepomp niet geschikt, omdat er bijvoorbeeld geen laagtemperatuur vloerverwarming aangelegd kan worden. Heb je geen vloerverwarming, dan is het zaak radiatoren te kiezen die zo makkelijk mogelijk warmte afgeven, zogenaamde laag temperatuurradiatoren. Of je plakt er kleine ventilatoren onder om de warme lucht beter te laten circuleren. Er zijn dus nog wel wat mogelijkheden, ook in monumenten.’

  5. 'Is bijstoken met gas in extra koude periodes voor de meeste monumenten voorlopig nog nodig?'

    We vroegen het aan Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland.

    ‘Dat woord voorlopig is terecht, want voor een deel doet de tijd zijn werk. Er zijn nu al veel meer oplossingen die ook bij monumenten toegepast kunnen worden en die leiden tot een lagere stookbehoefte. En daarmee komt de warmtepomp ook voor monumenten in beeld.  Fabrikanten werken ook nog steeds aan de verbetering van de verschillende warmtepompen. Maar vooralsnog is een hybride warmtepomp voor de meeste monumenten de beste keuze. Nadeel is dat je niet exact kunt voorspellen hoeveel gas je nog gaat bijstoken. Dus je CO2-reductie is ook allerminst zeker.’

  6. 'Wat zijn de kanttekeningen bij het plaatsen van een hybride warmtepomp in een monument?'

    We vroegen het aan Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland.

    ‘Jazeker! Wat in de berichtgeving in mijn ogen onderbelicht blijft, is het feit dat je weliswaar minder gas verbruikt met een hybridewarmtepomp, maar je elektriciteitsverbruik neemt wel toe! Bij een modern pand kun je dat compenseren door het plaatsen van zonnepanelen, maar dat is bij de meeste monumenten niet zomaar een optie. Eigenaren van een monument kunnen dan misschien gaan deelnemen in een postcoderoos. Dan doe je mee in een zonnepanelenproject in de buurt.’

  7. 'Heb je een vergunning nodig voor het plaatsen van een warmtepomp bij je monument?'

    We vroegen het aan Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland.

    ‘Of het vergunning plichtig is moet je als eigenaar even navragen bij de gemeente. Als regel geldt dat je geen openingen mag maken in de muren van een monument en de vraag is ook wat een goede plek is voor de buitenunit. Dus overleg daarover eerst!’

  8. 'Wat zijn tips voor eigenaren die een warmtepomp overwegen?'

    We vroegen het aan Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland.

    ‘Ga niet in het wilde weg nu achter een hybride warmtepomp aan, maar kijk naar het geheel. Met de Monumentenwacht heb je als eigenaar vaak al een meerjarenonderhoudsplan gemaakt. Dan weet je op welk moment er werkzaamheden aankomen. Wij adviseren dan altijd om het thema duurzaamheid op zo’n moment weer aan de orde te stellen. Dat zijn de natuurlijke momenten.

    ‘En je kunt als aanvulling op je onderhoudsplan aan een DUMO-coach vragen om een duurzaamheidsadvies voor je pand te maken, eventueel aangevuld met een warmtelastberekening te maken. Daarmee krijg je een beeld van het warmteverlies van je woning. Je weet dan beter wat je aan energie nodig hebt om de ruimten in je pand warm te krijgen. Het gaat erom dat er een balans komt tussen dit verlies en de opwekking van energie.’

    TIP 1: een deel van de kosten van de duurzaamheidsadviezen kun je declareren bij het Restauratiefonds

    TIP 2: praat mee in de speciale warmtepompen groep op de Monumenten Community

  9. 'Hoe kan ik veel effect bereiken zonder al te veel investeringen en ingrepen in mijn pand?'

    Wij legden de vraag voor aan Felix Kusters verduurzamingsadviseur voor de stichting ERM (stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg).

    ‘Het gaat hier om de zogenaamde ‘quick wins’: stappen die je snel uit kunt voeren, die geen meestal grote investering vragen en meteen resultaat geven. Het aanpassen van je gedrag is het voordeligst! De verwarming een graadje lager zetten levert al een flinke besparing op. De verwarming van een huis vormt het grootste aandeel van de energierekening, dus alle maatregelen die je op dit terrein neemt, hebben veel effect op je energierekening. Denk bijvoorbeeld aan isolatiefolie achter de radiatoren of alleen die ruimtes verwarmen waar je ook daadwerkelijk bent. Breng isolerende gordijnen aan en doe deze dicht bij kou, dat is ook een zeer effectieve maatregel. En voor je elektriciteitsrekening is het vervangen van al je lampen door LED een goede stap. Dat is simpel en levert je per lamp 80% energiebesparing op ten opzichte van traditionele verlichting. En dan zijn er nog maatregelen zoals korter douchen, een waterbesparende douchekop en standby-killers.’

  10. 'Hoe weet je iets over het rendement van een maatregel om energie te besparen?'

    Wij legden de vraag voor aan Felix Kusters verduurzamingsadviseur voor de stichting ERM (stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg).

    ‘Dat rendement is afhankelijk van de kosten en de energiebesparing en dat is altijd een beetje puzzelen. Het hangt heel erg van je beginsituatie af. Op internet kun je hierover onder meer op www.milieucentraal.nl wel wat vinden. Ik vind ze wel een beetje aan de positieve kant, zeker als je het vertaalt naar monumenten. De gegevens van milieu centraal gaan over gemiddelden, maar bij een monument zijn de maatregelen vaak duurder. Daar staat tegenover dat de milieuwinst vaak ook hoger is. Als je als eigenaar een DuMo-adviseur inschakelt, dan neemt die het rendement van maatregelen ook mee in het advies. Zeker bij de wat uitgebreidere adviezen van niveau 2 en 3 worden alle maatregelen specifiek doorgerekend voor het pand.’

  11. 'Isoleren, daar hoor je veel waarschuwingen over. Hoe doe je dat verantwoord?'

    Wij legden de vraag voor aan Felix Kusters verduurzamingsadviseur voor de stichting ERM (stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg).

    ‘Isoleren van monumenten levert veel bouwfysische vragen op. Verantwoord isoleren betekent vooral dat je vochtproblemen voorkomt. Je wilt niet een vochtprobleem creëren waardoor de constructie wordt aangetast. Op www.verduurzamingsrichtlijnen.nl van de stichting ERM staat veel informatie over dit thema. Deze informatie is eigenlijk bedoeld voor professionals, maar is ook zeker voor eigenaren die zich al een beetje in de materie hebben verdiept interessant. Verder hebben we uitvoeringsrichtlijnen opgesteld voor bedrijven werkzaam in de monumentensector waarin ook verduurzaming veel aandacht krijgt. Deze zijn te raadplegen op de website.’

  12. ‘Wat is een goed moment om te gaan verduurzamen?’

    Wij legden de vraag voor aan Felix Kusters verduurzamingsadviseur voor de stichting ERM (stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg).

    ‘Wij zeggen altijd: laat verduurzaming zoveel mogelijk parallel lopen met restauratie- of verbouwingsplannen. Als je verduurzaming integreert in deze plannen, dan kunnen de maatregelen ingepast worden in de werkzaamheden die toch al uitgevoerd gaan worden, dat levert dus een ander kostenplaatje op. De DuMo-adviseur kan een overzicht maken van wat wij noemen de ‘natuurlijke momenten’ waarop je het best kunt gaan verduurzamen. En ook de Monumentenwachten kunnen bij een schouw een overzicht maken van verduurzamingsmogelijkheden en -momenten. Heb je geen verbouwingsplannen dan is verduurzamen natuurlijk toch aan te bevelen, alleen zijn dan de terugverdientijden vaak wat langer dan op een natuurlijk moment.’

  13. Hoe werkt dat; een hypotheek of lening aanvragen bij het Restauratiefonds?

    Het is de tijd van verduurzamen. Dat geldt zeker ook voor monumenten. U wilt uw monument verduurzamen en u wilt hiervoor een financiering aanvragen. Maar hoe pakt u dat aan als  u bijvoorbeeld een Duurzame Monumenten Lening wilt aanvragen? Volg onderstaande stappen en ga goed voorbereid aan de slag.

    1. Maak een persoonlijk account aan via mijn.restauratiefonds.nl
    2. Vul uw gegevens zo goed mogelijk in
    3. U ontvangt op basis van deze gegevens een voorlopig voorstel van ons
    4. Maak op basis van dit voorstel een keuze voor een financiering
    5. Lever alle benodigde documenten aan
    6. Na een positieve beoordeling ontvangt u een offerte van ons
    7. Na uw goedkeuring van de offerte en het passeren van de hypotheekakte kunt u van start met de werkzaamheden aan uw monument.
  14. Mag ik zonnepanelen plaatsen?

    Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland vertelt over de meest gestelde vragen over zonne-energie.

    Wim Jakobsen en zijn collega’s krijgen vaak vragen over verduurzaming. ‘Bij zeker 75% van de eigenaren waar wij over de vloer komen, gaat het gesprek hierover. Ze veronderstellen dan vaak al dat zonne-energie afvalt. ‘omdat dat bij monumenten niet mag.’ Maar dat hoeft niet zo te zijn, dat hangt echt van de lokale situatie af. Onder bepaalde voorwaarden kan het vaak wel. De vergunningverleners letten vaak op de zichtbaarheid van de panelen vanaf de openbare weg. Op de achterzijde van het dak of op een tussendak zijn er dan vaak wel mogelijkheden.’

    ‘Sommige eigenaren hebben op hun erf andere gebouwen staan, die geen monumentale status hebben. Die kunnen een optie zijn om zonnepanelen – of collectoren op te plaatsen. Ook dat is afhankelijk van de lokale situatie. Soms kun je panelen op een plat dak leggen, op een schuurtje bijvoorbeeld. Ze zijn dan vanaf de straat minder goed te zien. Let dan wel even op de constructie: is die sterk genoeg? Panelen op een plat dak worden verzwaard, dat gewicht kan niet elke constructie aan. We hebben hier in Middelburg een proef gedaan met panelen aan de gevel, ook in de kleur van de gevel. Dat is een mogelijkheid, maar het is een heel kostbare zaak, dus voor de meeste eigenaren geen optie.’ (toch nieuwsgierigGoogle op zonnepanelen en schouwburg Middelburg. Dit is een modern pand in een beschermd stadsgezicht.)

  15. Zijn er ook eigenaren die zonnecollectoren plaatsen?

    Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland vertelt over de meest gestelde vragen over zonne-energie.

    ‘Met zonnepanelen wek je energie op, met zonnecollectoren zorg je voor je warme tapwater. Ik hoor er niet veel eigenaren over, maar wij benoemen het altijd wel in gesprekken. Zonnecollectoren vragen binnen vaak om wat meer aanpassingen, je hebt bijvoorbeeld ruimte nodig voor je boiler. Maar collectoren zijn soms buiten wel beter te plaatsen. Je hebt er vaak maar twee of drie nodig om de behoefte aan warm water af te dekken. Maar vaak blijft er toch ook nog wel bijverwarming nodig.  Bijvoorbeeld wanneer een grote familie achter elkaar doucht of wanneer in de winter onvoldoende warm tapwater geleverd kan worden via de collectoren. Dat kan ook een belemmerende factor zijn voor eigenaren.’

  16. Wat levert zonne-energie mij op?

    Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland vertelt over de meest gestelde vragen over zonne-energie.

    ‘Investeren in zonnepanelen of -collectoren is populair, omdat het ook meteen wat oplevert: in warmte of energie en in geld. Die rekensom moet iedere eigenaar voor zich maken. Kijk je naar zonnepanelen, dan is het goed eerst te weten wat je jaarverbruik aan elektriciteit is. En vergeet niet te checken of je dat verbruik nog terug kunt schroeven, bijvoorbeeld door een oude koelkast te vervangen door een nieuwe. Dat is echt de eerste stap: energievraag verminderen. Pas daarna kijk je naar zelf energie opwekken.’

    ‘Weet je je energieverbruik, dan kun je gaan uitrekenen hoeveel panelen je nodig zou hebben om dit jaarverbruik zelf te gaan opwekken. En dan is de vraag: heb je voldoende geschikt dakoppervlak om dit kwijt te kunnen? De opbrengst per paneel wordt door technische vernieuwingen steeds groter, dus die rekensom valt steeds gunstiger uit. De terugverdientijd loop nu met die hoge energieprijzen hard terug. Er wordt momenteel al gesproken over een terugverdientijd van 4 à 5 jaar.’

    Over kosten en baten vind je hier meer informatie: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/zonnepanelen/(external link)

  17. Waar moet ik zonnepanelen plaatsen? Ik heb geen dak op het zuiden.

    Wim Jakobsen, teamleider van de Monumentenwacht in Zeeland vertelt over de meest gestelde vragen over zonne-energie.

    ‘Veel mensen denken dat je zonnepanelen op de zon moet richten, maar dat is niet waar. Het gaat niet om zon, maar om licht. Opbrengst heb je altijd, tenminste als er licht op je panelen valt. Het zal dan misschien niet de volle 100% zijn, maar rendement is er. Schaduw van schoorstenen en bomen, daar moet je dus wel rekening mee houden. Dat heeft veel meer effect op de opbrengst, dan hoe de zon op je panelen valt. Er zijn online mooie rekenmodellen te vinden, waar je de gegevens van je pand op kunt invoeren, zoals de hellingshoek en de nokrichting.’

    Milieu centraal heeft een handige check gemaakt, waarmee je kunt uitzoeken of zonnepanelen voor jouw pand een optie zijn: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/zonnepanelen/zonnepanelen-hoe-geschikt-is-je-dak/

  18. 'Wat gebeurt er als het aanwezige glas van monumentale waarde is?'

    Huub van de Ven van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en zelfstandig adviseur Martijn Haitink vertellen erover.

    Martijn: ‘De monumentencommissie van de gemeente maakt de afweging. Ze zullen meestal voor behoud van het originele glas zijn. De eigenaar kan dan als alternatief achterzetbeglazing aanbrengen of isolerende glasfolie.’ Huub: ‘Handmatig gemaakt glas zoals cilinderglas en het eerste machinale glas, zoals getrokken glas, is te bijzonder om te vervangen door isolerende glassoorten. Een achterzetraam aanbrengen spaart dan niet alleen het bijzondere glas, de isolatiewaarde is ook nog eens heel goed. Een dikke plus dus voor monument én milieu. Als een gemeente ruggenspraak wil, dan kunnen ze bij ons aankloppen voor advies. Bijvoorbeeld over isolerende glasfolies. Dit nieuwe product is ook mogelijk bij glas dat niet heel oud en dun is, maar eigenaren willen dan uiteraard wel zeker weten dat zo’n alternatief goed werkt. Soms is dat duidelijk, soms niet helemaal. Wij zijn daarom momenteel met een onderzoek bezig naar de isolatiewaarde van vier verschillende folies.’

  19. 'Wordt duurzaamheid steeds belangrijker?'

    Huub van de Ven van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en zelfstandig adviseur Martijn Haitink vertellen erover.

    Martijn: ‘Zeker. Om het wonen in een monument tenslotte betaalbaar en toekomstbestendig te houden, moet u ook duurzaamheid in overwegingen meenemen. Een aantal duurzame keuzes is voor monumenten vaak niet mogelijk, zoals het plaatsen van bestaand HR ++ glas. Dat is doorgaans zo’n 20 tot 25 mm dik, dat past niet in monumentale ramen en kozijnen.’ Huub vult aan: ‘Als het hout van het raam of kozijn ook nog eens oud is, dan zijn we geen voorstander van het vervangen ervan. Niet alleen omdat het historisch materiaal is, maar ook omdat naaldhout van voor ongeveer 1920 van nature veel schimmelwerender is dan het hout van nu.’

  20. 'Wat is er mogelijk qua glas?'

    Huub van de Ven van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en zelfstandig adviseur Martijn Haitink vertellen erover.

    Martijn: ‘Momenteel zijn er technische ontwikkelingen gaande, waardoor er glas voorhanden komt met een bijna gelijke isolatiewaarde als HR++ en toch van een dikte van maar ongeveer 10 mm. Dat past dan vaak wel in een monumentaal raam of kozijn. Wij passen dat tegenwoordig wel vaker toe. Dit glas is ook in een ‘getrokken’ uitvoering verkrijgbaar, waardoor het een monumentale uitstraling krijgt. Hierbij gebruik je stopverf vervangende kit, waardoor er geen glaslatten nodig zijn. Ook dat zorgt voor behoud van het monumentale karakter. Daarnaast is er nu vacuümglas van 6 mm dikte met een zeer goede isolatiewaarde beschikbaar. Belangrijk hierbij is wel dat er een rasterpatroon in zit, zeer minimaal, maar toch. Ik adviseer mensen om dit glas wel eerst te bekijken, voor ze het bestellen.’ Huub beaamt dat het verstandig is om van dit en ander glas vooraf goed het uiterlijk te bekijken.

  21. 'Zijn er alternatieven die nog beter werken dan isolerend glas?'

     Huub van de Ven van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en zelfstandig adviseur Martijn Haitink vertellen erover.

    Martijn: ‘Dubbelglas wordt in mijn ogen te vaak als de heilige graal gezien. Er zijn soms alternatieven die een veel groter effect kunnen hebben. Dikke gordijnen, luiken binnen of buiten of kierdichting: dat zijn allemaal goede manieren om energierendement te halen.’ Huub: ’Ik merk ook dat men de neiging heeft om eerst iets aan het glas te willen doen. Kierdichting is echter de belangrijke eerste stap om energie te besparen. Want bij een historisch venster gaat meestal meer warmte verloren door de kieren rondom het raam dan door het glas. Ook is de kieren aanpakken goedkoper. Voor een historisch raam heeft u meestal wel professionele tochtstrippen nodig die bedrijven komen plaatsen. En luiken herstellen of terugbrengen is natuurlijk ook een goede optie. Ook de gordijnenbranche heeft niet stilgezeten. Er zijn tegenwoordig speciale isolerende gordijnen.'

  22. Wat doet een DuMo-adviseur, wanneer en waarom neem je zo iemand in de arm?

    Voor de beantwoording zochten we contact met Margret Brons, directeur bij Dijkoraad, een ingenieursbureau met expertise op het gebied van verduurzaming van monumenten.

    ‘Een DuMo-adviseur schakel je in wanneer je wilt verduurzamen. Het is slim om verduurzaming te combineren met onderhoud en beheer van je pand.  Dan kunnen werkzaamheden gecombineerd worden en dat scheelt in de kosten. Soms komt een DuMo-adviseur in beeld wanneer iemand een pand koopt, maar minstens zo vaak komt verduurzaming in beeld, wanneer bijvoorbeeld de Monumentenwacht een meerjarenonderhoudsplan heeft gemaakt, waar de eigenaar mee aan de slag wil. Of iemand wil een transformatie doorvoeren of de energieprestatie van het pand verbeteren. Een heel enkele keer heeft iemand een vraag over een beperkt onderdeel, bijvoorbeeld het glas, waar diegene dan niet een compleet DuMo-advies voor nodig heeft. Vaker is het omgekeerde het geval: iemand komt met een vraag over een concreet iets, zoals de vervanging van een Cv-ketel en dan blijkt dat het moment om een compleet DuMo-advies op te stellen.’

    Vind uw DoMu-adviseur

  23. Wat krijg je bij een DuMo-advies?

    Voor de beantwoording zochten we contact met Margret Brons, directeur bij Dijkoraad, een ingenieursbureau met expertise op het gebied van verduurzaming van monumenten.

    ‘Een DuMo-adviseur geeft je inzicht in het oerwoud aan verduurzamingsmogelijkheden, niet alleen qua techniek, maar ook qua wet- en regelgeving en financieringsmogelijkheden. Dat helpt ook enorm bij de communicatie met de vergunningverlener. In een nieuwbouwhuis kun je veel maatregelen zonder al te veel risico uitvoeren, maar bij monumenten loop je al gauw risico op aantasting van de monumentale kwaliteit. De DuMo-adviseur helpt om meer duidelijkheid te krijgen rondom de vragen: wat kan ik isoleren, wat kan ik installeren, hoe voer ik een plan gefaseerd uit? Die vragen hangen samen met het gebruik van het gebouw. Een DuMo-adviseur komt altijd op locatie: hij of zij loopt samen met de eigenaar het hele pand door. Dat neemt bij een niveau 1 advies ruwweg een uur in beslag, bij een uitgebreider maatwerkadvies zit je op zo’n 2,5 tot 3 uur. Waarbij we de nodige slagen om de arm moeten houden, want het hangt natuurlijk helemaal af van de grootte van het pand.’

  24. Hoe uitgebreid is een DuMo-advies?

    Voor de beantwoording zochten we contact met Margret Brons, directeur bij Dijkoraad, een ingenieursbureau met expertise op het gebied van verduurzaming van monumenten.

    ‘Een DuMo-advies kun je op drie niveaus aanvragen. Het meest basale is de QuickScan. Dat levert de opdrachtgever een rapport op hoofdlijnen op. Je krijgt inzicht in de mogelijkheden en een indicatie van de kosten. Het tweede niveau is het haalbaarheidsonderzoek, dat biedt meer verdieping. Je krijgt inzicht in het type installaties of type glas en in de prijzen en (indien van toepassing) in de terugverdientijden. Op basis van dit rapport kan een eigenaar een businessmodel schrijven of financiering aanvragen. Het derde niveau is een maatwerkadvies. Hierin staat alles zo omschreven dat je met dit rapport vergunningaanvragen kunt doen. Er staan capaciteitsberekeningen in, er is uitgerekend hoe het zit met warmtetransmissie etc. Kortom: dit is het meest uitgebreide advies.’

    Meer weten: de verschillen tussen de drie soorten duurzaamheidsadviezen(external link)

  25. Wat kost een DuMo-advies?

    Voor de beantwoording zochten we contact met Margret Brons, directeur bij Dijkoraad, een ingenieursbureau met expertise op het gebied van verduurzaming van monumenten.

    ‘Helaas kan ik niet zeggen hoeveel je voor een advies op een van deze drie niveaus kwijt bent. Het hangt heel erg af van het gebouw waar het over gaat. Wij hebben daar als sector ook geen afspraken over gemaakt. Maar eigenaren kunnen via het Restauratiefonds wel een tegemoetkoming in de kosten krijgen. Die regeling is onlangs weer verlengd.’

    ALLES WETEN OVER DE VERGOEDING

  26. Is de adviseur onafhankelijk? Waar merk ik dat aan?

    Voor de beantwoording zochten we contact met Margret Brons, directeur bij Dijkoraad, een ingenieursbureau met expertise op het gebied van verduurzaming van monumenten.

    ‘Je mag als klant hier best scherp op zijn. Over het algemeen kun je zeggen dat de DuMo-adviseurs op de lijst van het Restauratiefonds een goede keuze zijn. Een DuMo-adviseur hoort onafhankelijk te zijn en moet op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen en onderzoeken. Je kunt doorvragen als klant: houdt de DuMo-adviseur zich bijvoorbeeld aan de kwaliteitsrichtlijnen van ERM (stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg)? Dan weet je dat ERM hier ook steekproefsgewijs toetst. En vraag ook of het advies bestaat uit een lijst met de beste oplossingen of dat er ook al een invulling is gegeven van systemen van een bepaald merk? Wat goed is voor het beheer en onderhoud van het pand moet boven de toepassing van een bepaald merk staan. Dus vraag daarop door.’

Water en vocht

  1. Hoe houd ik het vocht in mijn pand onder controle?

    Vocht is in een pand waarin geleefd wordt onontkoombaar en het kan funest zijn voor een monument. Wij hebben wel eens van een expert gehoord dat er drie maatregelen te nemen zijn tegen vocht in het pand, namelijk: ventileren, ventileren, ventileren. Dat klinkt flauw, maar het is echt waar! Met voldoende ventilatie in uw pand houd u het vochtprobleem onder controle. u kunt hiervoor de kanalen gebruiken die al in het pand aanwezig zijn, zoals rookkanalen of schuiframen. Maar hoe zorgt u tegelijkertijd voor een aangenaam binnenklimaat? Want we hadden net die kieren gedicht, die zorgden voor tocht en energieverlies.

    Behalve de ramen openzetten, kunt u ook voor een technische oplossing kiezen, zoals Dick Singerling bij zijn monument in Alkmaar deed. Hij koos voor een WTW-installatie.

    Welke slimme oplossingen heeft u gevonden?

  2. Schimmel, hoe kom je ervan af?

    We leggen het voor aan Angelina Valleau, zij werkt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als adviseur bouwkunde voor Limburg, en Thieu Tubeé, hij is monumentenwachter bij Monumentenwacht Limburg.

    ‘Schimmel is echt vochtprobleem nummer 1,’ zegt Angelina Valleau. ‘Eigenaren van monumenten willen graag comfortabel wonen en ook betaalbaar. Daarom is verduurzamen van monumenten aan de orde van de dag. Veel mensen beginnen met het dichten van alle kieren en gaten van het monument. De van nature ademende buitenkant van een monument wordt dicht gekit. Maar daardoor stapelt de vochtigheid in huis zich op! In veel panden zie je dat de CO2 waarde in huis en de relatieve luchtvochtigheid allebei te hoog zijn hoger dan RV 50% -60%. Die luchtvochtigheid zorgt voor schimmel en ook nog eens voor een niet zo comfortabel voelend binnenklimaat. Droge lucht krijg je nu eenmaal beter op temperatuur dan vochtige lucht. Wat je daaraan kan doen? Ventileren!’ Thieu Tubeé herkent het schimmelprobleem uit zijn werkpraktijk. ‘Met name in badkamers, waar in monumenten vaak moeilijk een ventilatiesysteem aan te leggen is, zie je de schimmelvorming. Er zijn vaak wel manieren te vinden om ook hier de lucht in beweging te krijgen.’

    Maar als ik mijn ramen openzet, of de kieren laat bestaan, dan gaat het tochten…

    Angelina: ‘Toch is vaker de ramen openzetten een belangrijke stap om schimmel te weren uit je huis. In veel moderne woningen is mechanische ventilatie, je zou ook kunnen uitzoeken of dat een optie is in je pand. Vaak is het in monumenten lastig om al het leidingwerk netjes weg te werken. Mijn ervaring is dat je het qua comfort niet merkt wanneer je kiepramen boven de 1.80m openzet. Dus dat is de meest voor de hand liggende optie.’ Thieu: ‘Ik ken monumenten waar het wel degelijk gelukt is een ventilatiesysteem te plaatsen in de badkamer. En wat de andere ruimten betreft ben ik het met Angelina eens: alles potdicht afsluiten is geen goed idee. Wanneer wij met eigenaren in gesprek gaan over de verduurzaming van het pand, lukt het vaak wel om mensen daarvan te overtuigen.’

    Een ruimte waarvan eigenaren vaak zeggen dat ze er erg veel last van vocht hebben, is de kelder.

    Angelina: ‘Ook hier geldt: ventileren! Mensen hebben de neiging om alles dicht te maken, maar kelders hadden van oudsher altijd een raampje of een luikje dat open stond.’ Thieu: ‘Bij de overstromingen in de afgelopen zomer zijn er natuurlijk veel kelders volgelopen. Je zag overal hoe hoog het water had gestaan. Het advies is hier: de muren, vaak mergel, heel rustig laten opdrogen voor je er wat aan doet. Dat kan wel een half jaar tot een jaar duren.’

    Tip van Angelina
    ‘Er is simpele CO2 meetapparatuur te koop of te huur, waarmee je ook de relatieve luchtvochtigheid kan meten in je pand. Doe eens een tijdje die metingen, om zicht te krijgen op je binnenklimaat. Te veel vocht in de binnenruimte is slecht voor het pand, opwarmen lukt niet goed, dus voelt het oncomfortabel, maar minstens zo belangrijk: het is ook nog eens heel ongezond.’ Thieu: ‘Abonnees van de Monumentenwacht kunnen bij een inspectie ook een meting laten doen, de Monumentenwacht heeft daarvoor de meetapparatuur in huis.’

    Lees ook:
    Vocht in monumenten verschillende oorzaken en oplossingen
    Vocht wat zijn de belangrijkste adviezen
    Tips bij wateroverlast
    Teveel regenbuien en ondergelopen kelders in je monument

  3. Wij zien sporen van zouten in de muren, hoe erg is dat en wat doen we daaraan?

    We leggen het voor aan Angelina Valleau, zij werkt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als adviseur bouwkunde voor Limburg, en Thieu Tubeé, hij is monumentenwachter bij Monumentenwacht Limburg.

    Angelina: ‘De zouten zitten in de gemetselde muren van woonhuizen, maar bijvoorbeeld ook in de muren van herbestemde stallen, dat zien we veel. Bij de herbestemming is de vloer vaak aangepakt, maar de muren niet. In die muren zitten mineralen, daar ingetrokken door de ontlasting van de dieren jarenlang. Met het verwarmen van de ruimte, worden de muren ook warm en daardoor ontstaat er transport van zouten in de muren. Een oplossing is een losse voorzetwand voor de buitenmuren plaatsen. Daarmee voorkom je dat de muur warm wordt. Op onze site is hierover een handige publicatie(external link) te vinden.’ 

    Thieu vult aan: ‘Transport van zouten in muren is een moeilijk probleem. In ieder materiaal zitten zouten en dan komen er nog eens zouten van buitenaf bij. We zien het ook in de ruimte waar kunstmest opgeslagen lag of bij buitenmuren die vlak langs de openbare weg liggen. Daar komt dan het zout uit strooiwagens tegenaan. Die zijn oorzaken van buitenaf waar je niet zoveel aan kan doen, maar waar je wel alert op moet blijven. Het probleem is niet zozeer dat de witte of grijze uitslag er niet fraai uitziet; ernstiger is dat de combinatie van zout en vocht schade veroorzaakt aan gemetselde constructies. Voegmortel kan verpoederen, bakstenen kunnen afschilferen en op termijn zelfs uiteenvallen, metselmortel kan zijn samenhang verliezen, verf kan gaan bladderen, pleisterwerk kan donker en vies worden en van de ondergrond loslaten, tegels kunnen van de muur worden gedrukt, ingemetseld ijzerwerk kan versneld roesten en koppen van houten balken kunnen versneld verrotten.

    De problematiek van zout en vocht kan niet altijd structureel worden opgelost. Veruit de belangrijkste preventieve maatregel is ervoor zorgen dat metselwerk droog blijft. Zouten zonder vocht vormen geen schadeprobleem. Veel vocht zonder zouten is om allerlei redenen bijna altijd een ernstig probleem. Veel vocht met zouten is nog een graadje erger. De kern van het probleem is dat in een vochtige omgeving zouten zich, in opgeloste vorm, door de poriën in het metselwerk kunnen bewegen. Aan de buitenkant verdampt het vocht en vormen de zoutdeeltjes kristallen; in de voeg- en metselmortel drukken de zoutkristallen door hun expansiekracht het voegwerk los.

    Lees ook:
    Vocht in monumenten verschillende oorzaken en oplossingen
    Vocht wat zijn de belangrijkste adviezen
    Tips bij wateroverlast
    Teveel regenbuien en ondergelopen kelders in je monument

  4. Het voegwerk onderaan de buitenmuren is aangetast door opspattend regenwater, hoe ga ik hiermee om?

    We leggen het voor aan Angelina Valleau, zij werkt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als adviseur bouwkunde voor Limburg, en Thieu Tubeé, hij is monumentenwachter bij Monumentenwacht Limburg.

    Angelina vertelt: ‘Voegwerk is bedoeld om te zorgen voor goede afvoer van water langs de muren. Als je voegwerk is aangetast, krijg je dus water in je muur. Twee dingen staan je hier te doen. Allereerst het voegwerk vervangen. Maar ga vervolgens op zoek naar de oorzaak. Opspattend regenwater komt vaak door een harde ondergrond langs de muur. Met het aanbrengen van een grindstrook met eronder een infiltratiesysteem spat het water minder op en je zorgt voor opname en afvoer van het regenwater.’ Thieu vult aan: ‘Bij het vernieuwen van voegwerk is het belangrijk erop te letten dat het oude voegwerk diep genoeg weggehaald wordt. Je moet zeker anderhalf keer de breedte van de voeg vervangen, anders heb je binnen de kortste keren weer losrakend voegwerk.’

    Zijn er nog meer vochtproblemen waar eigenaren alert op moeten zijn?

    ‘Mosgroei op leien of pannendaken zijn een teken dat de dakbedekking vocht opneemt. Ook hier is de afvoer van het water niet meer optimaal. Dat betekent dat de dakbedekking aan vervanging toe is. En verder denk ik dat je als eigenaar van een monument moet letten op de oorspronkelijke functies van ruimtes in je pand. Denk goed na over waar je moderne toevoegingen, zoals technische apparatuur, in je pand een plek geeft. Wij hebben bij de wateroverlast in Limburg gezien, dat veel schade ontstond door ondergelopen kelders waarin veel technische apparatuur stond. Mensen die vroeger bouwden, hielden er rekening mee dat een ruimte die zo eens in de zoveel tijd kon onderlopen. Daar moet je dus geen waardevolle spullen plaatsen. Dat boerenverstand van toen is echt van grote waarde!’ Thieu vult aan: ‘Bij grotere panden, zoals kerken of kastelen, komen eigenaren soms tijden niet op zolder. Daar kan dan een lekkage zijn die al langer aan de gang is. Inspecteer het pand regelmatig op lekkage, is dus ons advies.’

    Loszittende pleisterlagen door het zouten en vocht, hoe moet je daarmee omgaan?

    ‘Die pleisterlagen zijn vaak dampdicht. Maar door de wateroverlast is er nu meer vochttransport in de muren. De pleisterlagen raken hierdoor los. Hier heb je echt geduld nodig, veel geduld. Het kan zo een half jaar of langer duren voor de muren voldoende droog zijn. Pas daarna kan je nieuwe pleisterlagen, dampopen, gaan aanbrengen. Veel commerciële bedrijven gunnen zichzelf die tijd niet, die willen dat alles er voor hun klanten weer netjes uitziet. Maar iets langer de muren laten drogen is echt verstandiger.’ Thieu zegt: ‘Ik heb ook schade gezien bij dampopen lagen, zoals bij oude kalkmortels. Die vallen als zand van de muren af. Wij adviseren eigenaren nu: haal alles wat los zit van de muren af en laat het goed drogen. Daarna weer een dampopen, altijd dampopen!, pleisterlaag aanbrengen. Dampdichte lagen op muren aanbrengen, dat moet je niet willen. Want als je daar water achter krijgt, dan zoekt het water altijd zijn weg, desnoods hogerop.’

    Tips van Thieu
    Allereerst (beginnende) zoutschade in een vroeg stadium herkennen en vaststellen of de uitslag niet wordt veroorzaakt door uitbloeiende kalk (wat vrij onschuldig is). Vervolgens achterhalen wat de oorzaak is van het probleem. Daarbij is de belangrijkste vraag waar het vocht vandaan komt; tegen de aanwezigheid van zout is meestal weinig te doen. Verder kan Monumentenwacht helpen geschikte partijen te vinden om de schade nader te onderzoeken en/of te herstellen, aangeven wat dergelijke maatregelen ongeveer mogen kosten en of ze subsidiabel zijn.

    Wat kunt u zelf doen?
    Ook als de oorzaken zo veel mogelijk zijn weggenomen, zullen er voorlopig nog zouten uitbloeien. Deze kristallen kunnen het best worden verwijderd met een droge, niet te harde borstel. Gebruik hierbij geen water. Zorg steeds voor voldoende ventilatie in vochtige ruimtes. Dat is nuttiger (en goedkoper) dan het plaatsen van vochtvreters.

    Lees ook:
    Vocht in monumenten verschillende oorzaken en oplossingen
    Vocht wat zijn de belangrijkste adviezen
    Tips bij wateroverlast
    Teveel regenbuien en ondergelopen kelders in je monument

Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Monumenten

  1. Voor wie is het Ontzorgingsprogramma bedoeld?

    Het programma  is toegankelijk voor alle eigenaren van rijksmonumenten - zowel particuliere als zakelijke eigenaren - die van plan zijn om hun monument te verduurzamen en behoefte hebben aan ondersteuning daarbij. Het doel is eigenaren te ondersteunen tot en met de vergunningsaanvraag bij de gemeente in kwestie.

  2. Welke maatregelen vallen onder het Ontzorgingsprogramma?

    Het programma bestaat uit twee onderdelen.

    In Stap 1 gaat de door u geselecteerde DuMo-adviseur voor u aan de slag met het maken van een Duurzaam Monumentenadvies (type 2 of 3 + uitleg). Zie: Verschillen tussen de drie soorten duurzaamheidsadviezen | Restauratiefonds.

    Daarna krijgt u in Stap 2 van uw DuMo-adviseur ondersteuning richting de daadwerkelijke uitvoering van de verduurzaming. De invulling kan verschillen. Soms volstaat het meelezen van offertes en in andere gevallen kan een adviseur bijvoorbeeld aansluiten bij een bouwvergadering, inzicht geven in financieringsmogelijkheden, ondersteuning geven bij het vergunningstraject of het wegnemen van vragen of eventuele drempels.

  3. Hoeveel eigenaren kunnen van het Ontzorgingsprogramma gebruik maken?

    Het totale programmabudget van ruim 4,1 miljoen exclusief BTW is voldoende om over een periode van bijna 3 jaar minimaal 800 eigenaren te helpen. Het Ontzorgingsprogramma loopt van april 2023 tot eind 2025.

  4. Hoe weet ik of er nog budget voor het Ontzorgingsprogramma beschikbaar is?

    Het totale budget wordt opgedeeld in periodes van 6 maanden. U mag ervan uitgaan dat er voor de periode waarin u zich aanmeldt nog budget is, tenzij dit vermeld wordt tijdens uw aanmelding voor het programma. Goed om te weten: lopende een dag kan het beschikbare budget uitgeput raken. Aanvragen worden op volgorde van registratie verwerkt.

    Als het budget (tijdelijk) uitgeput is, kunt u uw interesse kenbaar maken. Let op! Er is geen wachtlijst. Als u geïnteresseerd bent in informatie over eventuele nieuwe openstellingsronden dan ontvangt u te zijner tijd een bericht hierover.

  5. Welke soorten duurzaamheidsadviezen zijn er?

    Er zijn volgens de richtlijnen van de stichting ERM drie soorten duurzaamheidsadviezen, namelijk een Quickscan, een Haalbaarheidsonderzoek en een Maatwerkadvies. In een overzicht ziet u wat de kenmerken zijn van deze soorten advies. Uw DuMo-adviseur kan u een verdere toelichting geven. 

    1. Quickscan (niveau 1)
      Inzicht in de kansen voor energiebesparing en energieopwekking met oog voor de monumentale waarden en het gebouwgebruik. Met een opgave van globale energiebesparingspercentages en terugverdientijden. De eerste aanzet voor een verantwoorde verduurzaming van uw monument. 
    2. Haalbaarheidsonderzoek (niveau 2)
      Indicatief onderzoek naar de huidige situatie en kansen voor energiebesparing en energieopwekking met oog voor de monumentale waarden en gebouwgebruik. Met een opgave van de mogelijke energieverbruiksbesparing en investeringskosten. Ten opzichte van een QuickScan gaat het hier om een gedetailleerdere uitwerking. Het resultaat is een indicatieve businesscase voor verduurzaming van uw monument.  
    3. Maatwerkadvies (niveau 3)
      Gericht onderzoek naar de huidige situatie en specifieke maatregelen voor energiebesparing en energieopwekking met oog voor de monumentale waarden en gebouwgebruik. Met een opgave van de energieverbruiksbesparing en een gedetailleerde financiële analyse. Ten opzichte van een haalbaarheidsonderzoek gaat het hier om specifieke maatregelen en berekeningen. Het resultaat is een gedetailleerde businesscase voor verduurzaming van uw monument.  

    Op Restauratiefonds.nl kunt u een overzicht vinden van wat u per soort duurzaamheidsadvies kunt verwachten.

     

  6. Kan ik in het Ontzorgingsprogramma iedere willekeurige DuMo-adviseur inschakelen voor een Stap 1-DuMo advies?

    Nee, dat kan niet. Er zijn gecontracteerde adviseurs voor dit Ontzorgingsprogramma. Op www.monumenten.nl/ontzorgingsprogramma vindt u een overzicht van de gecontracteerde DuMo-adviseurs. 

    Er zijn verschillende mogelijkheden om een DuMo-adviseur te vinden die u gaat ondersteunen en ontzorgen. Het kan zijn dat u al contact heeft met een van de gecontracteerde partijen die u op het Ontzorgingsprogramma heeft gewezen, waarna de keuze wellicht voor de hand ligt.

    Mocht u nog geen idee hebben, dan ziet u op deze pagina alle bureaus waar u uit kunt kiezen op een rij staan met een korte beschrijving. Nadat u een keuze heeft gemaakt en zich heeft ingeschreven voor het programma, ligt de keuze voor de DuMo-adviseur voor uw hele Ontzorgingsprogramma in principe vast. Mocht u toch besluiten om te wisselen van adviseur, dan is dat mogelijk, echter onder voorbehoud van beschikbaar budget en ruimte bij de andere adviseur. U loopt dan het risico dat u niet kunt deelnemen aan het Ontzorgingsprogramma. 

  7. Hoeveel geld is er in het Ontzorgingsprogramma beschikbaar per monument?

    Binnen het Ontzorgingsprogramma Stap 1 geeft de DuMo-adviseur u een korting van 50% op het Stap 1-DuMo-advies tot een maximum van € 1.750 exclusief BTW (€ 2.117,50 incl. BTW) voor het DuMo-advies. Voor het ontzorgingstraject erna (Stap 2) geeft de adviseur een korting van 100% op de factuur tot een maximum van € 2.500 exclusief BTW (€ 3.025 incl. BTW)) op voorwaarde dat u binnen 6 maanden na afronding van Stap 2 van het Ontzorgingsprogramma een vergunning voor de werkzaamheden aanvraagt bij uw gemeente. 
    Als uitzondering geldt dat de adviseur ook de korting in Stap 2 mag berekenen als blijkt dat de ontzorgingsactiviteiten betrekking hebben op verduurzamingsmaatregelen waarvoor de gemeente kan verklaren dat deze niet vergunningplichtig zijn of verduurzamingsmaatregelen die aantoonbaar worden opgenomen in een meerjarenonderhoudsplan. 

  8. Wat zijn de voorwaarden om mee te mogen doen aan het Ontzorgingsprogramma?

    De voorwaarden om mee te mogen doen kunt u hier lezen op: 

    Voorwaarden

  9. Kan ik naast de financiële bijdragen vanuit het Ontzorgingsprogramma ook nog gebruik maken van andere subsidies zoals de ‘investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)’ en mogelijk andere subsidies?

    Ja, dat kan, daar kan de DuMo-adviseur verder advies over geven.

  10. Wat wil niveau 2 of 3 DuMo-advies zeggen in het Ontzorgingsprogramma? Wat betekent dat?

    Er zijn volgens de richtlijnen van de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) drie soorten duurzaamheidsadviezen, namelijk een Quickscan, een Haalbaarheidsonderzoek en een Maatwerkadvies. In een overzicht ziet u wat de kenmerken zijn van deze soorten advies.

    Zie overzicht.

  11. Wanneer krijg ik de financiële ondersteuning in het Ontzorgingsprogramma?

    De financiële ondersteuning wordt door de DuMo-adviseur aan u verrekend als een korting op de factuur: 50% korting tot een maximum van € 1.750 exclusief 21% BTW voor Stap 1 en 100% korting tot een maximum van € 2500 exclusief 21% BTW voor Stap 2.

    U ontvangt de factuur met de genoemde programmakorting van uw DuMo-adviseur. 
     

  12. Welk advies of begeleiding in het Ontzorgingsprogramma wordt in Stap 2 vergoed?

    Stap 2 is ondersteuning met als doel het duurzaamheidsadvies dat in Stap 1 is opgesteld concreet te maken in de vorm van een vergunningaanvraag en verduurzamingsmaatregelen. Er is niet limitatief vastgelegd om welke werkzaamheden het precies gaat. Alles wat er nodig is om de eigenaar te ontzorgen. Dit kan uiteenlopen van het helpen met het aanvragen van vergunningen, contact met aannemersbedrijven tot het adviseren over en hulp bieden bij de aanvraag van financierings- en subsidiemogelijkheden. Maar daarnaast bijvoorbeeld ook het tegenlezen van offertes of het namens of met de eigenaar voeren van een vooroverleg met de gemeente. 

  13. Moet ik in het Ontzorgingsprogramma ontvangen geld weer terugbetalen, mocht ik (door omstandigheden) toch niet toekomen aan het realiseren van verduurzamingsmaatregelen?

    De DuMo-adviseur mag u voor Stap 2 een korting van 100% aanbieden tot een maximum van € 2500 exclusief BTW op voorwaarde dat u binnen 6 maanden bij uw gemeente een vergunning aanvraagt voor de werkzaamheden. Als u dit niet doet dan brengt de DuMo-adviseur de kosten voor de werkzaamheden in Stap 2 alsnog in rekening bij u als eigenaar.
    Als uitzondering geldt dat de DuMo-adviseur de korting in Stap 2 mag berekenen als blijkt dat de ontzorgingsactiviteiten betrekking hebben op verduurzamings-maatregelen die aantoonbaar worden opgenomen in een meerjarenonderhoudsplan en dus op een later moment wel gerealiseerd worden. 

  14. Ik heb al een DuMo-advies, kan ik dan alsnog gebruik maken van het Ontzorgingsprogramma?

    Dat is zeker mogelijk. In dat geval neemt u deel als zij-instromer. U slaat Stap 1 over en gaat feitelijk gelijk door met Stap 2 van het Ontzorgingsprogramma. Er vindt nog wel een check plaats of het DuMo-advies nog actueel is. We gaan er hierbij vanuit dat uw advies een Haalbaarheidsonderzoek (niveau 2) of Maatwerkadvies (niveau 3) betreft.

    Als u een Quickscan (niveau 1) heeft, start u gewoon in Stap 1 van het Ontzorgingsprogramma. Zie ook de uitleg over de verschillende soorten adviezen.

  15. Kan ik de vergoeding van het duurzaamheidsadvies van het Restauratiefonds combineren met de vergoeding vanuit het Ontzorgingsprogramma?

    Nee, dit is niet mogelijk. Althans niet in de zin dat u voor het DuMo-advies (Stap 1) twee keer een vergoeding krijgt. Wel kunt u met een DuMo-advies waarvoor u eerder een vergoeding heeft gehad van het Restauratiefonds zij-instromen in het ontzorgingsprogramma, mits dit een DuMo-advies niveau 2 of 3 betreft. 

  16. Ik heb al een DuMo-advies voor mijn monument, kan ik dat in het kader van dit Ontzorgingsprogramma alsnog laten vergoeden?

    Nee, dat is niet mogelijk. Als het DuMo-advies aan de vereiste voorwaarden voldoet (niveau 2 of 3) dan kunt u wel zij-instromen bij Stap 2 van het Ontzorgingsprogramma.

    Als naar beoordeling van de door u gekozen DuMo-adviseur het advies moet worden geactualiseerd, alvorens te kunnen starten met Stap 2, mag de adviseur u hiervoor een korting aanbieden van 100% tot een maximum van € 1.750 exclusief BTW (in plaats van de reguliere korting van 50%).

  17. Mag ik bij het Ontzorgingsprogramma tussendoor wisselen van adviseur als ik niet tevreden ben?

    Bij de inschrijving voor het ontzorgingsprogramma maakt u een keuze uit een van de gecontracteerde DuMo-adviseurs voor Stap 1 en Stap 2. Er kan tussendoor niet gewisseld worden. Wilt u per se niet verder met de initieel gekozen DuMo-adviseur, dan kunt u het lopende traject staken na Stap 1 en zich opnieuw aanmelden voor Stap 2 van het ontzorgingsprogramma. Dit wordt echter ten sterkste afgeraden. Enerzijds vanwege de samenhang tussen de beide stappen, maar zeker ook vanwege het feit dat dit gezien wordt als een nieuwe inschrijving. De kans bestaat dan dat er (in de betreffende periode) onvoldoende capaciteit beschikbaar is binnen het programma om nog deel te kunnen nemen aan Stap 2.

  18. Kan een eigenaar meerdere keren deelnemen aan het Ontzorgingsprogramma als deze meerdere rijksmonumenten in het bezit heeft?

    Het budget binnen het Ontzorgingsprogramma is beperkt en vanuit oogpunt dat we zoveel mogelijk eigenaren willen helpen, kan er per eigenaar maar één keer worden deelgenomen. 

  19. Heeft u de algemene informatie over het Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Monumenten gelezen en heeft u toch nog een vraag?

    www.monumenten.nl/ontzorgingsprogramma

    Neemt u dan gerust contact op met de Monumentencoaches van het Restauratiefonds. Zij helpen u graag als u vragen heeft over het Ontzorgingsprogramma. Neem contact op via info@monumenten.nl. Bellen kan ook. Het nummer is 088 253 90 10. 

  20. Hoe werkt het programma bij een VvE?

    Per monument kan maximaal één keer aan het Ontzorgingsprogramma deelgenomen worden. Om die reden moeten eigenaren, als er sprake is van meerdere eigenaren, unaniem in stemmen met de deelname aan het Ontzorgingsprogramma.  

    Als echter sprake is van een Vereniging van Eigenaren bij een appartementencomplex, dan bepalen het modelreglement en de splitsingsakte welke meerderheid van stemmen noodzakelijk is voor dit besluit: een absolute meerderheid, een gekwalificeerde meerderheid of unanimiteit van stemmen. 

    Door akkoord te gaan met de voorwaarden mag de door u gekozen DuMo-adviseur ervan uitgaan dat er sprake is van deze instemming van de eigenaren. U wordt geadviseerd dit schriftelijk vast te leggen. 

Gemeentelijke monumenten

  1. Hoe begint de aanwijzing van een pand tot gemeentelijk monument?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    ‘Een gemeente moet eerst een erfgoedverordening opstellen. Deze verordening stelt de gemeente in staat om cultuurhistorische en architectuurhistorische waarden te beschermen door middel van een aanwijzing als gemeentelijk monument. Bij een inventarisatie en aanwijzingsprocedure is steeds vaker sprake van participatie van inwoners. De inwoners kunnen meedenken over wat zij de moeite van het behouden waard vinden. Zo weet ik van een gemeente die een fotowedstrijd organiseerde, om mensen op die manier zichtbaar te laten maken wat hen aansprak in hun woonomgeving. Ook lokale heemkundige kringen leveren steeds vaker input.’

  2. Op basis van een erfgoedvisie bepaalt gemeente wat aangewezen wordt als gemeentelijk monument?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    ‘Precies. Een erfgoedverordening is voldoende. Een erfgoedvisie bestrijkt doorgaans het gehele erfgoeddomein waarvan de bescherming en aanwijzing tot gemeentelijk monument maar een deel is. Wij krijgen dan de opdracht om bijvoorbeeld een gemeentelijke monumentenlijst. Wij beginnen dan met een inventarisatie. Per pand verzamelen wij informatie over de geschiedenis, de cultuurhistorische waarde, de zeldzaamheid, de omgeving, bepaalde architectonische elementen en als het kan ook over het interieur. Op basis van een puntentelling komen we per pand tot een waardering. En daarna kunnen we een gemeente aanbevelingen doen over welke panden meer bescherming nodig hebben.’

  3. Hebben eigenaren iets te zeggen over een aanwijzing tot gemeentelijk monument?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    ‘Ja, gemeenten gaan vaak in overleg met eigenaren over een aanwijzing. Het voeren van het gesprek en het blijven communiceren met de pandeigenaren is iets wat wij altijd aanraden met het oog op transparantie en draagvlak. Verder zitten er in een aanwijzingsprocedure natuurlijk ook formele momenten, waarop een eigenaar een zienswijze in kan dienen. Veel gemeenten houden vooraf ook wel een informatiebijeenkomst, waar ze hun voornemens rondom het aanwijzen van gemeentelijk monumenten al aankondigen.’

  4. Hoe reageren eigenaren op een gemeentelijke monumentenstatus?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    ‘Dat is verschillend. Sommige eigenaren zijn er enthousiast over en ze zijn blij met de erkenning voor hun pand. Anderen hebben er niet meteen een mening over, maar als ze lezen wat er in de beschrijving aan bijzonderheden over hun pand staat, worden ze toch enthousiast. En weer anderen zijn sceptisch en terughoudend, vooral vanwege de angst dat die status hen vooral belemmeringen zal opleveren. De ervaring leert dat gemeenten toch vooral die panden aanwijzen, waar ook echt draagvlak voor is.’

  5. Zijn mensen bang voor de gevolgen van de status van gemeentelijk monument?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    Ja, dat komt voor. Maar ‘Ik ben bang,’ wordt niet als een juridisch geldige reden gezien. Als een bedrijf in zijn bedrijfsvoering wordt gehinderd door de monumentenstatus, dan kan dat wel een geldige reden zijn. Met een aanwijzing leg je natuurlijk een belemmering op aan zo’n pand omdat voor wijzigingen aan het monument een vergunning moet worden aangevraagd. Daar zijn gemeenten zich echt wel van bewust, daarom stellen ze er vaak ook wel wat tegenover. De ene gemeente vergoedt de leges voor een vergunningaanvraag bijvoorbeeld. Of er komt een subsidiemogelijkheid voor het onderhoud. Ook zijn er gemeenten die de inspectie van de Monumentenwacht vergoeden.’

  6. Wat mag je wel en wat mag je niet met een gemeentelijk monument?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    ‘In de monumentbeschrijving wordt een omschrijving van het pand gegeven waarin de waardevolle elementen staan benoemd. Dat proberen we zo allesomvattend mogelijk te maken. De beschrijving gaat sowieso over de buitenkant, soms alleen dat deel dat vanaf de openbare weg zichtbaar is. De monumentbeschrijving is er om het pand te identificeren en te waarderen. Het interieur blijft daarbij nog weleens onderbelicht.  De bescherming van elementen die niet expliciet beschreven staan, is  vaak onderwerp van discussie. Een Bruynzeelkeuken van vijf jaar geleden is natuurlijk niet per se beschermd. Maar als die keuken op een 16e -eeuwse vloer staat, moeten er wel afspraken over komen. Vaste elementen zoals muren, plafonds en vloeren zijn sowieso beschermd.’

  7. Is het zo dat wijzigingen aan een gemeentelijk monument vrijwel niet meer mogelijk zijn?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    ‘Die conclusie kun je niet trekken. Er is heel veel mogelijk, ook omdat ambtenaren wel zien dat aanpassingen aan het pand kunnen helpen bij het behoud van het pand voor de toekomst. Daarom is het belangrijk om als eigenaar met de gemeente in gesprek te gaan. Als je wat wilt wijzigen, buiten of binnen, is het raadzaam om gebruik te maken van de mogelijkheid om vooroverleg te voeren met de gemeente. Dan weet je als eigenaar meteen of de vergunningaanvraag kansrijk is.’

  8. Moet ik ook een vergunning aanvragen als ik de kozijnen van mijn gemeentelijk monument wil schilderen?

    ‘Onderhoud is doorgaans niet vergunning plichtig, zeker niet wanneer je een kleine reparatie uitvoert of bij een schilderbeurt in dezelfde kleurstelling blijft. Gemeenten zijn er niet op uit om alles te dicteren. Maar wanneer bijvoorbeeld een groot deel van de kozijnen vervangen moet worden, dan moet je weer wel een vergunning aanvragen. En als je subsidie aanvraagt voor het onderhouden van je schilderwerk, dan moet dat ook weleens volgens bepaalde regels of voorwaarden.’

  9. Hoe zit het met verduurzamen van gemeentelijke monumenten?

    We spreken met Marjolein Dik. Zij werkt bij Erfgoed Zeeland als adviseur cultuurhistorie en monumenten.

    ‘Gemeenten bepalen zelf het beleid ten aanzien van verduurzaming van gemeentelijke monumenten. Sommige gemeenten volgen bijvoorbeeld voor het plaatsen van zonnepanelen de regels die ook voor rijksmonumenten gelden. Andere gemeenten voegen daar nog beperkingen of voorwaarden aan toe die plaatsing mogelijk maken, zoals dat het legplan netjes moet zijn en dat de kleurstelling van de panelen overeenkomt met dat van het dakvlak. Erfgoedadviseurs houden de landelijke tendensen goed in beeld, zodat ze gemeenten ook goed kunnen informeren over hoe elders met verduurzaming wordt omgegaan.’

  10. Kunnen eigenaren van een gemeentelijk monument een beroep doen op dezelfde subsidies als rijksmonumenteigenaren?

    ‘Nee, helaas niet. Maar er zijn gelukkig andere mogelijkheden! Voor eigenaren van een gemeentelijk of provinciaal monument is het slim om de postcodecheck’ te doen. Daar vind je precies welke regelingen voor jouw monument van toepassing zijn. Je ziet dan of de gemeente subsidieregelingen voor gemeentelijke monumenten heeft. Ook zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden voor laagrentende leningen. En er zijn regionale cultuurfondsen, die  financieringsmogelijkheden bieden voor onderhoud, herbestemming of verduurzaming van zowel rijks- als gemeentelijke monumenten. In enkele gevallen zijn de regelingen ook aan te vragen door eigenaren van beeldbepalende panden. Het Restauratiefonds werkt hiervoor samen met gemeenten, provincies en andere partijen.’

  11. Meer info over het financieren van onderhouden en verduurzamen van een gemeentelijk monument

    Er zijn in verschillende provincies fondsen waar ook eigenaren van een gemeentelijk monument een beroep op kunnen doen. Doe daarvoor de postcodecheck.

    https://www.restauratiefonds.nl/wat-past-bij-mij

Onderhouden

  1. Hoe onderhoud ik mijn monument goed?

    Wij vroegen dit aan de Zeeuwse Monumentenwachter Wim Jakobsen:

    Goed onderhouden betekent dat u weet op welk moment en waar uw monument extra aandacht nodig heeft. Daar kunt u op verschillende manieren achter komen. Bijvoorbeeld door er goed naar te kijken. Wim: ‘Je moet het zien. De blik van Monumentenwachters is getraind, wij doen niet anders. Maar het is goed te leren hoor. Een paar dingen daarover. Kijk geregeld omhoog om te zien of alle dakpannen er nog liggen. En ga na een regenbui even kijken of de goten niet overlopen. Want je moet bij een monument absoluut voorkomen dat er water naar binnen sijpelt. En verder is schilderwerk natuurlijk heel belangrijk, zowel binnen als buiten. Hoe vaak je dat moet aanpakken, hangt van de onderhoudsgevoeligheid van je pand af. Daar kijken wij bij een inspectie naar en we geven in een inspectierapport ook altijd aan welke klussen het eerst opgepakt moeten worden en welke nog even kunnen wachten.’

  2. Hoe vind ik een goede vakman voor mijn monument?

    Wij stelden deze vraag aan de Zeeuwse Monumentenwachter Wim Jakobsen:

    Als duidelijk is wat er moet gebeuren, hoe vind je dan iemand die dat werk ook naar behoren uitvoert? Dat kan op allerlei manieren. Landelijk is er de ERM, daar zijn zowel kleine als grotere restauratiebedrijven bij aangesloten. En op in de SpecialistenWijzer op Monumenten.nl is ook een mooi overzicht te vinden. Vakmensen in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland staan ingeschreven bij het register Kennis en Kunde. Of informeer bij collega- eigenaren op het online platform van Monumenten.nl. Zij kunnen ook vertellen met wie ze goede ervaringen hebben. Maar je kan bijvoorbeeld ook de Monumentenwacht in je eigen provincie vragen. Wim: ‘Wij hebben in Zeeland een lijst van vakmensen waar wij goede ervaringen mee hebben. Eigenaren die dat willen, leveren we een aantal namen aan.’ Overigens is een goede vakman niet alleen iemand met de juiste kwalificaties, maar ook iemand die snapt wat jij als opdrachtgever wil. Wim: ‘Een goede verstandhouding is belangrijk. En goed vakmanschap heeft goed opdrachtgeverschap nodig. Zorg dat je weet wat nodig is, dus wat je van die vakman wil.’

  3. Hoeveel geld ben ik per jaar aan het onderhoud van mijn monument kwijt?

    Dit vroegen wij aan de Zeeuwse Monumentenwachter Wim Jakobsen:

    Zoek de WOZ-waarde op van je pand en reken uit wat 3 % van dit bedrag is. Dat bedrag moet je jaarlijks in ieder geval reserveren voor het onderhoud. Wim Jakobsen: ‘Dat is een richtlijn die je kan aanhouden. En let daarnaast op subsidiemogelijkheden. Eigenaren van een Rijksmonument kunnen een beroep doen op de woonhuissubsidieregeling, ze moeten er dan wel zelf in wonen. Via deze regeling kan je 38% van de kosten terugkrijgen. Je kan ook letten op besparingsmogelijkheden, door bijvoorbeeld werk te combineren. Als er toch een steiger gebouwd wordt voor het schilderwerk, dan kan je overwegen om het werk aan de goten naar voren te halen, ook al hoefde dat pas over een paar jaar. Dat scheelt in de kosten. En zelf de goot schoonmaken en bij het ramenlappen ook een doek over de kozijnen: dat is belangrijk voor het behoud van je pand en scheelt uiteindelijk geld.’

    Wat doet de Monumentenwacht?

  4. Wat is het verschil tussen onderhoud en restaureren?

    We gingen hierover in gesprek met Wim Jakobsen, Monumentenwachter in Zeeland. Hij komt vrijwel dagelijks bij eigenaren over de vloer en geeft ze adviezen over hoe ze het best voor hun monument kunnen zorgen.

    ‘Grofweg zou ik zeggen dat restauratie is: het in goede staat brengen wat door gebrek aan onderhoud schade heeft opgelopen. Maar ook al heeft een eigenaar altijd keurig onderhoud gepleegd, je ontkomt niet aan eens in de zoveel tijd restaureren. Om het verschil met onderhoud duidelijk te maken, kan ik iets vertellen over de restauratieladder van de stichting ERM.  (https://www.stichtingerm.nl/restauratieladder) De zorg voor monumenten is hier opgedeeld in drie stappen. De eerste is conserveren en onderhouden: dat is waar eigenaren eigenlijk continu mee bezig zijn. Hiervoor kunnen ze prima terecht bij hun Monumentenwacht. De tweede stap is repareren, daarvoor heb je bijvoorbeeld een aannemer nodig. En de derde stap is vernieuwen, hiervoor moet je specialisten gaan aantrekken. Deze derde fase is wat ik restaureren noem: dan ga je dus bepaalde onderdelen kopiëren, imiteren of verbeteren. Ongeveer eens per in de dertig tot vijftig   jaar moet er gerestaureerd worden, dan is er meer nodig dan gewoon onderhoud. Wij proberen die termijn op te rekken door eigenaren te adviseren over goed onderhoud. Een restauratie is immers kostbaar en bovendien kan je door goed onderhoud authentieke elementen bewaren, die anders verloren kunnen gaan. Dan moet je gaan imiteren of kopiëren, het pand verliest dan aan authenticiteit. Maar soms kan je dat niet voorkomen, ook al doe je als eigenaar nog zo je best. Soms is van een onderdeel het einde van de levensduur in zicht.’

    Er is dus een verschil tussen restaureren en onderhoud. Zit er ook verschil in aanpak?

     ‘Restaureren is veel complexer dan onderhoud. Het is vaak omvangrijker en organisatorisch ingewikkelder, omdat je met meerdere vakmensen moet schakelen. Soms gaat een restauratie gelijk op met een herinrichting van een pand. En vaak vraagt de gemeente om een bouwhistorisch onderzoek. Voor de meeste eigenaren is het verstandig om een professional in te schakelen die een plan van aanpak maakt. Dat kan een architect zijn, maar hier in Zeeland hebben we de Bouwwinkel, die kan dat ook prima. Het gaat erom dat er iemand is die het overzicht kan houden over de verschillende stappen en over de betrokken specialismes die nodig zijn. In de planfase, maar ook bij de uitvoering. Bij de uitvoering heb je een kwaliteitsbewaker nodig. En vergeet niet het subsidie- en financieringstraject! Er zijn specialisten die ook hierbij kunnen ondersteunen.’

    Op monumenten.nl staat een handige checklist, met alle stappen die van belang zijn bij een restauratie:  https://www.monumenten.nl/monumenten-onderhouden/restauratie-in-9-stappen

  5. Hoe kom ik aan vakmensen?

    We gingen hierover in gesprek met Wim Jakobsen, Monumentenwachter in Zeeland. Hij komt vrijwel dagelijks bij eigenaren over de vloer en geeft ze adviezen over hoe ze het best voor hun monument kunnen zorgen.

    ‘Vakmanschap is altijd belangrijk, of het nu om onderhoud gaat of om restaureren. Er is een aantal sites waar je vakmensen kan vinden. Landelijk is er de ERM, https://www.stichtingerm.nl/erkende-bedrijven. En op www.monumenten.nl/bedrijven is ook een mooi overzicht te vinden. Vakmensen in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland staan ingeschreven bij het register Kennis en Kunde https://kennisenkunde.info/. Maar minstens zo’n goede route is: anderen vragen met wie ze goede ervaringen hebben. Dat kan via de community van eigenaren op het online platform van monumenten.nl. Maar je kan bijvoorbeeld ook de Monumentenwacht in je eigen provincie vragen.’

  6. Hoe vind ik de juiste specialist?

    We leggen deze vraag voor aan Renate Mosterman, online adviseur bij het Restauratiefonds en onder andere verantwoordelijk voor de SpecialistenWijzer op Monumenten.nl. Renate vertelt: ‘Met de SpecialistenWijzer op Monumenten.nl willen wij eigenaren helpen bij de zoektocht naar de goede specialist. Eigenaren kunnen aangeven wat voor specialisatie ze zoeken, bijvoorbeeld een aannemer, schilder of dakdekker, ze kunnen de regio aangeven en ook selecteren op een certificaat. En vervolgens verschijnen er bedrijven in beeld. Wij merken dat er veel eigenaren zijn, die gebruik maken van de SpecialistenWijzer.’

    Mag ieder bedrijf zich aanmelden bij jullie?

    ‘Ieder bedrijf mag zich aanmelden, maar ze moeten wel informatie aanleveren over hun ervaring met monumenten, zoals bijvoorbeeld foto’s van projecten die hun ervaring laat zien (portfolio) of een certificaat. Dat zegt dan al iets over wat ze kunnen. En verder hoop ik dat eigenaren reviews gaan invullen op Monumenten.nl. Op die manier kunnen eigenaren elkaar helpen, want zo krijgen we een steeds beter beeld van wie goed werk levert.’

    Zit ik sowieso goed, wanneer ik een bedrijf uit jullie SpecialistenWijzer kies?

    ‘Wij zeggen altijd: ga in gesprek met meerdere aanbieders. Daar leer je als opdrachtgever ook weer van. En misschien is wel het allerbelangrijkste: ga met iemand in zee, met wie je een klik hebt. Je gaat toch samen aan de slag met iets wat je dierbaar is, dat wil je alleen met iemand waar je een goed gevoel bij hebt. De SpecialistenWijzer is er voor het rationele deel, dat is zeker belangrijk. Maar sla het gevoel niet over.’

    Bekijk de SpecialistenWijzer

  7. Wat betekent het eigenlijk dat een bedrijf gecertificeerd is?

    Deze vraag leggen we voor aan Patricia de Vries, zij is sr. communicatieadviseur bij stichting ERM, Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg. Zij reageert:

    ‘De certificering van bedrijven gaat via onafhankelijke instanties. Wij leveren als onafhankelijke stichting richtlijnen op allerlei vakgebieden, bijvoorbeeld het onderhoud van rieten daken, het restaureren van houten constructies of historisch schilderwerk. De certificeringsorganisaties gebruiken onze richtlijnen voor de audits bij de certificering. Voor allerlei ambachten hebben we richtlijnen gemaakt.  In zo’n richtlijn omschrijven we de kwaliteitseisen voor dit soort werk. Welk materiaal gebruik je, hoe maak je de juiste verbindingen, welke verf gebruik je etc. Als je als eigenaar van een monument in zee gaat met een gecertificeerde specialist, dan weet je zeker dat het bedrijf beschikt over de juiste kennis en ervaring en werkt volgens de geldende richtlijn.’

    Ben ik als eigenaar niet duur uit als ik voor zo’n gecertificeerd bedrijf kies?

    ‘Die vraag krijgen we weleens vaker. Dat is een beetje het imago, maar dat is zeker niet terecht. Je kan natuurlijk de prijzen gaan vergelijken. Maar weeg dan ook mee dat volgens de richtlijnen wordt gewerkt en dat het bedrijf kwaliteit levert waar je lang mee vooruit kan. Een gecertificeerd bedrijf investeert in kennis en is uit op een mooi en historisch verantwoord resultaat. Hier wordt bij de certificering ook op getoetst. Een gecertificeerd bedrijf kan zich niet veroorloven slecht werk te leveren.’ 

  8. Hoe zit het met kleine klussen, is daarvoor certificering ook zo belangrijk?

    Ook voor het antwoord op deze vraag kloppen we bij Patricia van stichting ERM aan. ‘Een klein klusje kan zomaar groter worden. Het kan zijn dat je een scheur in een gevel wil repareren, maar als daar een ander probleem achter zit, dan zit je over een paar jaar weer met datzelfde probleem of erger. Een gecertificeerde vakman weet dat een brede blik noodzakelijk is voor goede oplossingen.  Een handige stap voor eigenaren kan zijn om de Monumentenwacht of een erkend monumentenadviesbureau naar hun pand te laten kijken. Zij werken ook volgens de door de stichting ERM  vastgestelde richtlijn en zij zijn gewend goed te kijken naar problemen en achterliggende oorzaken. Zij kunnen goed adviseren over kleine en grote klussen en over specialisten die je hier als eigenaar voor kan benaderen. En verder is ook op de site van ERM een lijst van erkende bedrijven te vinden.’

    Erkende bedrijven die volgens de ERM richtlijnen werken

    Iedere eigenaar van een monument kan lid worden van een provinciale Monumentenwacht.

    Kijk hier voor meer informatie

  9. 'Schimmel, hoe kom je ervan af?'

    We leggen de meest voorkomende kwesties rondom vocht voor aan Angelina Valleau, zij werkt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als adviseur bouwkunde voor Limburg, en Thieu Tubeé, hij is monumentenwachter bij Monumentenwacht Limburg.

    ‘Schimmel is echt vochtprobleem nummer 1,’ zegt Angelina Valleau. ‘Eigenaren van monumenten willen graag comfortabel wonen en ook betaalbaar. Daarom is verduurzamen van monumenten aan de orde van de dag. Veel mensen beginnen met het dichten van alle kieren en gaten van het monument. De van nature ademende buitenkant van een monument wordt dicht gekit. Maar daardoor stapelt de vochtigheid in huis zich op! In veel panden zie je dat de CO2 waarde in huis en de relatieve luchtvochtigheid allebei te hoog zijn hoger dan RV 50% -60%. Die luchtvochtigheid zorgt voor schimmel en ook nog eens voor een niet zo comfortabel voelend binnenklimaat. Droge lucht krijg je nu eenmaal beter op temperatuur dan vochtige lucht. Wat je daaraan kan doen? Ventileren!’ Thieu Tubeé herkent het schimmelprobleem uit zijn werkpraktijk. ‘Met name in badkamers, waar in monumenten vaak moeilijk een ventilatiesysteem aan te leggen is, zie je de schimmelvorming. Er zijn vaak wel manieren te vinden om ook hier de lucht in beweging te krijgen.’

    Maar als ik mijn ramen openzet, of de kieren laat bestaan, dan gaat het tochten…

    Angelina: ‘Toch is vaker de ramen openzetten een belangrijke stap om schimmel te weren uit je huis. In veel moderne woningen is mechanische ventilatie, je zou ook kunnen uitzoeken of dat een optie is in je pand. Vaak is het in monumenten lastig om al het leidingwerk netjes weg te werken. Mijn ervaring is dat je het qua comfort niet merkt wanneer je kiepramen boven de 1.80m openzet. Dus dat is de meest voor de hand liggende optie.’ Thieu: ‘Ik ken monumenten waar het wel degelijk gelukt is een ventilatiesysteem te plaatsen in de badkamer. En wat de andere ruimten betreft ben ik het met Angelina eens: alles potdicht afsluiten is geen goed idee. Wanneer wij met eigenaren in gesprek gaan over de verduurzaming van het pand, lukt het vaak wel om mensen daarvan te overtuigen.’

    Een ruimte waarvan eigenaren vaak zeggen dat ze er erg veel last van vocht hebben, is de kelder.

    Angelina: ‘Ook hier geldt: ventileren! Mensen hebben de neiging om alles dicht te maken, maar kelders hadden van oudsher altijd een raampje of een luikje dat open stond.’ Thieu: ‘Bij de overstromingen in de afgelopen zomer zijn er natuurlijk veel kelders volgelopen. Je zag overal hoe hoog het water had gestaan. Het advies is hier: de muren, vaak mergel, heel rustig laten opdrogen voor je er wat aan doet. Dat kan wel een half jaar tot een jaar duren.’

    Lees ook: Vocht wat zijn de belangrijkste adviezen voor eigenaren

    Tip van Angelina
    ‘Er is simpele CO2 meetapparatuur te koop of te huur, waarmee je ook de relatieve luchtvochtigheid kan meten in je pand. Doe eens een tijdje die metingen, om zicht te krijgen op je binnenklimaat. Te veel vocht in de binnenruimte is slecht voor het pand, opwarmen lukt niet goed, dus voelt het oncomfortabel, maar minstens zo belangrijk: het is ook nog eens heel ongezond.’ Thieu: ‘Abonnees van de Monumentenwacht kunnen bij een inspectie ook een meting laten doen, de Monumentenwacht heeft daarvoor de meetapparatuur in huis.’

  10. 'Wij zien sporen van zouten in de muren, hoe erg is dat en wat doen we daaraan?'

    We leggen de meest voorkomende kwesties rondom vocht voor aan Angelina Valleau, zij werkt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als adviseur bouwkunde voor Limburg, en Thieu Tubeé, hij is monumentenwachter bij Monumentenwacht Limburg.

    Angelina: ‘De zouten zitten in de gemetselde muren van woonhuizen, maar bijvoorbeeld ook in de muren van herbestemde stallen, dat zien we veel. Bij de herbestemming is de vloer vaak aangepakt, maar de muren niet. In die muren zitten mineralen, daar ingetrokken door de ontlasting van de dieren jarenlang. Met het verwarmen van de ruimte, worden de muren ook warm en daardoor ontstaat er transport van zouten in de muren. Een oplossing is een losse voorzetwand voor de buitenmuren plaatsen. Daarmee voorkom je dat de muur warm wordt. Op onze site is hierover een handige publicatie(external link) te vinden.’ 

    Thieu vult aan: ‘Transport van zouten in muren is een moeilijk probleem. In ieder materiaal zitten zouten en dan komen er nog eens zouten van buitenaf bij. We zien het ook in de ruimte waar kunstmest opgeslagen lag of bij buitenmuren die vlak langs de openbare weg liggen. Daar komt dan het zout uit strooiwagens tegenaan. Die zijn oorzaken van buitenaf waar je niet zoveel aan kan doen, maar waar je wel alert op moet blijven. Het probleem is niet zozeer dat de witte of grijze uitslag er niet fraai uitziet; ernstiger is dat de combinatie van zout en vocht schade veroorzaakt aan gemetselde constructies. Voegmortel kan verpoederen, bakstenen kunnen afschilferen en op termijn zelfs uiteenvallen, metselmortel kan zijn samenhang verliezen, verf kan gaan bladderen, pleisterwerk kan donker en vies worden en van de ondergrond loslaten, tegels kunnen van de muur worden gedrukt, ingemetseld ijzerwerk kan versneld roesten en koppen van houten balken kunnen versneld verrotten.

    De problematiek van zout en vocht kan niet altijd structureel worden opgelost. Veruit de belangrijkste preventieve maatregel is ervoor zorgen dat metselwerk droog blijft. Zouten zonder vocht vormen geen schadeprobleem. Veel vocht zonder zouten is om allerlei redenen bijna altijd een ernstig probleem. Veel vocht met zouten is nog een graadje erger. De kern van het probleem is dat in een vochtige omgeving zouten zich, in opgeloste vorm, door de poriën in het metselwerk kunnen bewegen. Aan de buitenkant verdampt het vocht en vormen de zoutdeeltjes kristallen; in de voeg- en metselmortel drukken de zoutkristallen door hun expansiekracht het voegwerk los.

    Lees ook: Vocht wat zijn de belangrijkste adviezen voor eigenaren

  11. 'Het voegwerk onderaan de buitenmuren is aangetast door opspattend regenwater, hoe ga ik hiermee om?'

    We leggen de meest voorkomende kwesties rondom vocht voor aan Angelina Valleau, zij werkt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als adviseur bouwkunde voor Limburg, en Thieu Tubeé, hij is monumentenwachter bij Monumentenwacht Limburg.

    Angelina vertelt: ‘Voegwerk is bedoeld om te zorgen voor goede afvoer van water langs de muren. Als je voegwerk is aangetast, krijg je dus water in je muur. Twee dingen staan je hier te doen. Allereerst het voegwerk vervangen. Maar ga vervolgens op zoek naar de oorzaak. Opspattend regenwater komt vaak door een harde ondergrond langs de muur. Met het aanbrengen van een grindstrook met eronder een infiltratiesysteem spat het water minder op en je zorgt voor opname en afvoer van het regenwater.’ Thieu vult aan: ‘Bij het vernieuwen van voegwerk is het belangrijk erop te letten dat het oude voegwerk diep genoeg weggehaald wordt. Je moet zeker anderhalf keer de breedte van de voeg vervangen, anders heb je binnen de kortste keren weer losrakend voegwerk.’

    Zijn er nog meer vochtproblemen waar eigenaren alert op moeten zijn?

    ‘Mosgroei op leien of pannendaken zijn een teken dat de dakbedekking vocht opneemt. Ook hier is de afvoer van het water niet meer optimaal. Dat betekent dat de dakbedekking aan vervanging toe is. En verder denk ik dat je als eigenaar van een monument moet letten op de oorspronkelijke functies van ruimtes in je pand. Denk goed na over waar je moderne toevoegingen, zoals technische apparatuur, in je pand een plek geeft. Wij hebben bij de wateroverlast in Limburg gezien, dat veel schade ontstond door ondergelopen kelders waarin veel technische apparatuur stond. Mensen die vroeger bouwden, hielden er rekening mee dat een ruimte die zo eens in de zoveel tijd kon onderlopen. Daar moet je dus geen waardevolle spullen plaatsen. Dat boerenverstand van toen is echt van grote waarde!’ Thieu vult aan: ‘Bij grotere panden, zoals kerken of kastelen, komen eigenaren soms tijden niet op zolder. Daar kan dan een lekkage zijn die al langer aan de gang is. Inspecteer het pand regelmatig op lekkage, is dus ons advies.’

    Loszittende pleisterlagen door het zouten en vocht, hoe moet je daarmee omgaan?

    ‘Die pleisterlagen zijn vaak dampdicht. Maar door de wateroverlast is er nu meer vochttransport in de muren. De pleisterlagen raken hierdoor los. Hier heb je echt geduld nodig, veel geduld. Het kan zo een half jaar of langer duren voor de muren voldoende droog zijn. Pas daarna kan je nieuwe pleisterlagen, dampopen, gaan aanbrengen. Veel commerciële bedrijven gunnen zichzelf die tijd niet, die willen dat alles er voor hun klanten weer netjes uitziet. Maar iets langer de muren laten drogen is echt verstandiger.’ Thieu zegt: ‘Ik heb ook schade gezien bij dampopen lagen, zoals bij oude kalkmortels. Die vallen als zand van de muren af. Wij adviseren eigenaren nu: haal alles wat los zit van de muren af en laat het goed drogen. Daarna weer een dampopen, altijd dampopen!, pleisterlaag aanbrengen. Dampdichte lagen op muren aanbrengen, dat moet je niet willen. Want als je daar water achter krijgt, dan zoekt het water altijd zijn weg, desnoods hogerop.’

    Tips van Thieu
    Allereerst (beginnende) zoutschade in een vroeg stadium herkennen en vaststellen of de uitslag niet wordt veroorzaakt door uitbloeiende kalk (wat vrij onschuldig is). Vervolgens achterhalen wat de oorzaak is van het probleem. Daarbij is de belangrijkste vraag waar het vocht vandaan komt; tegen de aanwezigheid van zout is meestal weinig te doen. Verder kan Monumentenwacht helpen geschikte partijen te vinden om de schade nader te onderzoeken en/of te herstellen, aangeven wat dergelijke maatregelen ongeveer mogen kosten en of ze subsidiabel zijn.

    Wat kunt u zelf doen?
    Ook als de oorzaken zo veel mogelijk zijn weggenomen, zullen er voorlopig nog zouten uitbloeien. Deze kristallen kunnen het best worden verwijderd met een droge, niet te harde borstel. Gebruik hierbij geen water. Zorg steeds voor voldoende ventilatie in vochtige ruimtes. Dat is nuttiger (en goedkoper) dan het plaatsen van vochtvreters.

    Meer informatie
    Voor de eerste stappen op het verduurzamingspad kunt u contact zoeken met een adviseur met kennis van erfgoed. Gecertificeerde adviseurs vindt u in de SpecialistenWijzer van www.monumenten.nl. Een voorbeeld is de provinciale Monumentenwacht, zij denken graag met u mee. Alles over verduurzamen leest u hier.


    Lees ook: Vocht wat zijn de belangrijkste adviezen voor eigenaren

  12. 'Waarom is voegwerk zo belangrijk?'

    Frederik Heldoorn, specialist in voeg- en metselwerk beantwoord de vraag.

    ‘Voegwerk heeft twee functies: een technische en een esthetische. De technische functie van voegen draait om de afvoer van water dat op de gevel komt. Voegen zijn zo vormgegeven dat ze ervoor zorgen dat de waterafvoer optimaal verloopt. Een voeg moet ook kunnen ademen: vocht in de gevel moet via natuurlijke weg kunnen drogen. In dat proces spelen de voegen een belangrijke rol. En verder worden voegen ook gebruikt om de gevel te verfraaien. Niet voor niets zijn er allerlei verschillende voegen.’

  13. 'Wanneer is het nodig om voegwerk aan te pakken en waar moet ik dan op letten?'

    Frederik Heldoorn, specialist in voeg- en metselwerk beantwoord de vraag.

    ‘Voegwerk kan heel lang mee, variërend tussen de 50 en 100 jaar. Eigenaren of monumentenwachters kunnen op het oog schade signaleren aan de voegen, maar er kunnen bijvoorbeeld ook donkere plekken op de gevel zichtbaar zijn, als teken van een vochtprobleem. De vraag is dan wat daarvan de oorzaak is: zit het in het voegwerk of heeft het misschien te maken met isolatiemaatregelen van binnenuit?’

    Moet ik bij slechte voegen meteen de hele gevel aanpakken?

    ‘Vaak kloppen klanten bij ons aan met het idee dat ze al het voegwerk in hun gevel moeten vervangen. Maar dat hoeft juist vaak niet en dat willen we ook niet. Wij werken via de restauratieladder en dat betekent dat compleet vernieuwen pas de laatste keus is. Wij werken toe naar een gevel met voegwerk dat technisch goed is. We vervangen alleen die stukken waar de waterafvoer of de samenhang van de mortel niet meer op orde is. En natuurlijk letten we ook op het esthetische aspect. We doen dus zo weinig mogelijk, dat scheelt voor de eigenaar ook nog eens in de kosten.’

    Hoe weten jullie welk materiaal jullie moeten gebruiken?

    ‘Het bouwjaar geeft ons al veel informatie over welke voegmortel er oorspronkelijk gebruikt is en daar zullen wij dan ook voor kiezen. En we kijken niet alleen naar de samenstelling van de voegmortel, maar ook naar de samenstelling van de legmortel waarmee is gemetseld. Dat moet goed op elkaar aansluiten. Niet voor niets zijn wij ook gecertificeerd voor metselwerk: je moet voeg- en metselwerk als één geheel zien. Er wordt soms te gemakkelijk gedacht over hoe metselwerk in elkaar zit, het is meer dan een ‘muurtje’. Naast de samenstelling van de mortel, kijken we ook naar de kleur van de voeg. Wij maken voorafgaand aan het voegen altijd meerdere proefstukken, we willen immers zo dicht mogelijk bij de bestaande kleur komen. Samen met de Monumentenwacht of de gemeente bepalen we welke kleur voldoet.’

    Is voor het herstel van voegen een vergunning nodig?

    ‘Het volledig vervangen van voegwerk is bij een monument vergunning plichtig. Bij kleiner herstelwerk is dit niet altijd het geval. Wij informeren onze klanten daarover en als ze het willen, verzorgen wij ook de vergunningaanvraag.’

  14. 'Mag ik kiezen voor een andere voeg, die ik mooier vind?'

    Frederik Heldoorn, specialist in voeg- en metselwerk beantwoord de vraag.

    ‘Die vraag krijg ik vaak van eigenaren. Dan hebben ze bijvoorbeeld een mooie knipvoeg gezien bij een pand in de buurt en dan willen ze die ook wel voor hun pand. Maar je kan geen voeg aanbrengen die niet aansluit bij de bouwhistorie van het pand. Je moet terug naar hoe het was. Ons doel is behoud van het fysieke uiterlijk, met oog voor hoe het metselwerk in elkaar zit.  Gelukkig merken mensen dat hun pand altijd opknapt van het herstellen van het voegwerk. Dat maakt het ook dankbaar werk.’

    Gecertificeerde voegbedrijven
    Voegbedrijf Heldoorn B.V. is een van de negen via ERM gecertificeerde voegbedrijven in Nederland. ‘Dat betekent dat wij ieder jaar getoetst worden en eens in de drie jaar het hele proces weer doorgaan,’ vertelt Frederik Heldoorn. ‘Wij hebben bewust gekozen voor certificering, omdat wij op die manier kunnen aantonen dat wij werken volgens bepaalde richtlijnen. Die richtlijnen geven ons ook een handvat voor bepaalde keuzes in het werk. En misschien nog wel het belangrijkst: wij vinden het werken met monumenten het mooist, want daar wordt een groot beroep gedaan op ons vakmanschap.  Als het werk niet goed wordt uitgevoerd, kan er veel misgaan, waardoor grote vochtproblemen en schades kunnen ontstaan in de muur. Dan moet je als eigenaar met een paar jaar weer aan de bak.’

    Eigenaren van rijksmonumenten wordt vaak geadviseerd hun voegwerk uit te laten voeren door een gecertificeerd bedrijf. Bij andere monumenten komt dat dringende advies ook steeds vaker. Ben je als eigenaar daardoor duurder uit? ‘

    ‘Als je offertes naast elkaar legt, is het lang niet altijd zo dat het gecertificeerde bedrijf duurder is. En ik geef eigenaren altijd mee dat ze naar het totaalplaatje moeten kijken. Je weet bij een gecertificeerd bedrijf zeker dat er vakwerk geleverd wordt, waar je niet binnen korte tijd problemen mee krijgt. Gelukkig zijn de meeste eigenaren heel betrokken bij hun monument. Ze willen er graag goed voor zorgen. Dat maakt voor mij dit werk ook zo waardevol. Wij nemen mensen graag mee in hoe wij het werk uitvoeren en dan zie je ook dat ze er steeds meer lol in krijgen.’

    Ook handig:
    De lijst met erkende bedrijven die volgens de ERM richtlijnen(external link) werken.
    Deze bedrijven zijn ook te vinden via de SpecialistenWijzer op www.monumenten.nl.

  15. 'Wat is het verschil tussen onderhoud en restaureren, ook in de aanpak?'

    Wim Jakobsen, Monumentenwachter in Zeeland beantwoord de vraag.

    ‘Grofweg zou ik zeggen dat restauratie is: het in goede staat brengen wat door gebrek aan onderhoud schade heeft opgelopen. Maar ook al heeft een eigenaar altijd keurig onderhoud gepleegd, je ontkomt niet aan eens in de zoveel tijd restaureren. Om het verschil met onderhoud duidelijk te maken, kan ik iets vertellen over de restauratieladder van de stichting ERM.  (https://www.stichtingerm.nl/restauratieladder(external link)) De zorg voor monumenten is hier opgedeeld in drie stappen. De eerste is conserveren en onderhouden: dat is waar eigenaren eigenlijk continu mee bezig zijn. Hiervoor kunnen ze prima terecht bij hun Monumentenwacht. De tweede stap is repareren, daarvoor heb je bijvoorbeeld een aannemer nodig. En de derde stap is vernieuwen, hiervoor moet je specialisten gaan aantrekken. Deze derde fase is wat ik restaureren noem: dan ga je dus bepaalde onderdelen kopiëren, imiteren of verbeteren. Ongeveer eens per in de dertig tot vijftig   jaar moet er gerestaureerd worden, dan is er meer nodig dan gewoon onderhoud. Wij proberen die termijn op te rekken door eigenaren te adviseren over goed onderhoud. Een restauratie is immers kostbaar en bovendien kan je door goed onderhoud authentieke elementen bewaren, die anders verloren kunnen gaan. Dan moet je gaan imiteren of kopiëren, het pand verliest dan aan authenticiteit. Maar soms kan je dat niet voorkomen, ook al doe je als eigenaar nog zo je best. Soms is van een onderdeel het einde van de levensduur in zicht.’

    Er is dus een verschil tussen restaureren en onderhoud. Zit er ook verschil in aanpak?

     ‘Restaureren is veel complexer dan onderhoud. Het is vaak omvangrijker en organisatorisch ingewikkelder, omdat je met meerdere vakmensen moet schakelen. Soms gaat een restauratie gelijk op met een herinrichting van een pand. En vaak vraagt de gemeente om een bouwhistorisch onderzoek. Voor de meeste eigenaren is het verstandig om een professional in te schakelen die een plan van aanpak maakt. Dat kan een architect zijn, maar hier in Zeeland hebben we de Bouwwinkel, die kan dat ook prima. Het gaat erom dat er iemand is die het overzicht kan houden over de verschillende stappen en over de betrokken specialismes die nodig zijn. In de planfase, maar ook bij de uitvoering. Bij de uitvoering heb je een kwaliteitsbewaker nodig. En vergeet niet het subsidie- en financieringstraject! Er zijn specialisten die ook hierbij kunnen ondersteunen.’

    Op monumenten.nl staat een handige checklist, met alle stappen die van belang zijn bij een restauratie:  https://www.monumenten.nl/monumenten-onderhouden/restauratie-in-9-stappen

  16. 'Het klinkt alsof vakmanschap bij restaureren nog belangrijker is dan bij onderhoud. Waar vind ik de juiste mensen voor mijn restauratie?'

    Wim Jakobsen, Monumentenwachter in Zeeland beantwoord de vraag.

    ‘Vakmanschap is altijd belangrijk, of het nu om onderhoud gaat of om restaureren. Er is een aantal sites waar je vakmensen kan vinden. Landelijk is er de ERM, https://www.stichtingerm.nl/erkende-bedrijven(external link). En in de SpecialistenWijzer is ook een mooi overzicht te vinden. In de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland is er nog een tweede register waar vakmensen ingeschreven staan, het register Kennis en Kunde https://kennisenkunde.info/(external link). Maar minstens zo’n goede route is: anderen vragen met wie ze goede ervaringen hebben. Dat kan via de community van eigenaren op het online platform van monumenten.nl. Maar je kan bijvoorbeeld ook de Monumentenwacht in je eigen provincie vragen.’

  17. 'Hoe vind ik de juiste specialist?'

    We leggen deze vraag voor aan Renate Mosterman, online adviseur bij het Restauratiefonds en onder andere verantwoordelijk voor de SpecialistenWijzer op Monumenten.nl. Renate vertelt: ‘Met de SpecialistenWijzer op Monumenten.nl willen wij eigenaren helpen bij de zoektocht naar de goede specialist. Eigenaren kunnen aangeven wat voor specialisatie ze zoeken, bijvoorbeeld een aannemer, schilder of dakdekker, ze kunnen de regio aangeven en ook selecteren op een certificaat. En vervolgens verschijnen er bedrijven in beeld. Wij merken dat er veel eigenaren zijn, die gebruik maken van de SpecialistenWijzer.’

    Mag ieder bedrijf zich aanmelden bij jullie?

    ‘Ieder bedrijf mag zich aanmelden, maar ze moeten wel informatie aanleveren over hun ervaring met monumenten, zoals bijvoorbeeld foto’s van projecten die hun ervaring laat zien (portfolio) of een certificaat. Dat zegt dan al iets over wat ze kunnen. En verder hoop ik dat eigenaren reviews gaan invullen op Monumenten.nl. Op die manier kunnen eigenaren elkaar helpen, want zo krijgen we een steeds beter beeld van wie goed werk levert.’

    Zit ik sowieso goed, wanneer ik een bedrijf uit jullie SpecialistenWijzer kies?

    ‘Wij zeggen altijd: ga in gesprek met meerdere aanbieders. Daar leer je als opdrachtgever ook weer van. En misschien is wel het allerbelangrijkste: ga met iemand in zee, met wie je een klik hebt. Je gaat toch samen aan de slag met iets wat je dierbaar is, dat wil je alleen met iemand waar je een goed gevoel bij hebt. De SpecialistenWijzer is er voor het rationele deel, dat is zeker belangrijk. Maar sla het gevoel niet over.’

    Bekijk de SpecialistenWijzer

  18. 'Wat betekent het eigenlijk dat een bedrijf gecertificeerd is?'

    Deze vraag leggen we voor aan Patricia de Vries, zij is sr. communicatieadviseur bij stichting ERM, Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg. Zij reageert:

    ‘De certificering van bedrijven gaat via onafhankelijke instanties. Wij leveren als onafhankelijke stichting richtlijnen op allerlei vakgebieden, bijvoorbeeld het onderhoud van rieten daken, het restaureren van houten constructies of historisch schilderwerk. De certificeringsorganisaties gebruiken onze richtlijnen voor de audits bij de certificering. Voor allerlei ambachten hebben we richtlijnen gemaakt.  In zo’n richtlijn omschrijven we de kwaliteitseisen voor dit soort werk. Welk materiaal gebruik je, hoe maak je de juiste verbindingen, welke verf gebruik je etc. Als je als eigenaar van een monument in zee gaat met een gecertificeerde specialist, dan weet je zeker dat het bedrijf beschikt over de juiste kennis en ervaring en werkt volgens de geldende richtlijn.’

    Ben ik als eigenaar niet duur uit als ik voor zo’n gecertificeerd bedrijf kies?

    ‘Die vraag krijgen we weleens vaker. Dat is een beetje het imago, maar dat is zeker niet terecht. Je kan natuurlijk de prijzen gaan vergelijken. Maar weeg dan ook mee dat volgens de richtlijnen wordt gewerkt en dat het bedrijf kwaliteit levert waar je lang mee vooruit kan. Een gecertificeerd bedrijf investeert in kennis en is uit op een mooi en historisch verantwoord resultaat. Hier wordt bij de certificering ook op getoetst. Een gecertificeerd bedrijf kan zich niet veroorloven slecht werk te leveren.’ 

  19. 'Hoe zit het met kleine klussen, is daarvoor certificering ook zo belangrijk?'

    Voor het antwoord op deze vraag kloppen we bij Patricia van stichting ERM aan. ‘Een klein klusje kan zomaar groter worden. Het kan zijn dat je een scheur in een gevel wil repareren, maar als daar een ander probleem achter zit, dan zit je over een paar jaar weer met datzelfde probleem of erger. Een gecertificeerde vakman weet dat een brede blik noodzakelijk is voor goede oplossingen.  Een handige stap voor eigenaren kan zijn om de Monumentenwacht of een erkend monumentenadviesbureau naar hun pand te laten kijken. Zij werken ook volgens de door de stichting ERM  vastgestelde richtlijn en zij zijn gewend goed te kijken naar problemen en achterliggende oorzaken. Zij kunnen goed adviseren over kleine en grote klussen en over specialisten die je hier als eigenaar voor kan benaderen. En verder is ook op de site van ERM een lijst van erkende bedrijven te vinden.’

    Erkende bedrijven die volgens de ERM richtlijnen werken

    Iedere eigenaar van een monument kan lid worden van een provinciale Monumentenwacht.
    Kijk hier voor meer informatie

Wetten en regels

  1. Wat is voorbescherming?

    De Erfgoedwet regelt dat door de start van de officiële aanwijzingsprocedure het onderdeel al beschermd is alsof het een rijksmonument is. Dit wordt voorbescherming genoemd. Het doel hiervan is om te voorkomen dat het onderdeel gedurende de procedure onherstelbaar beschadigd of ondeskundig gerestaureerd wordt. Het tussentijds veranderen van een object kan in principe. De eigenaar moet dan wel een omgevingsvergunning aanvragen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het object ligt. De gemeente kan u hierover informeren.

  2. Wat betekent de aanwijzing als rijksmonument voor mij als eigenaar?

    Voor restauratie, sloop, verbouwing of op een andere manier wijzigen van een beschermd rijksmonument is een omgevingsvergunning nodig. Die is voor alle gebouwde rijksmonumenten aan te vragen bij de gemeente. Voor de instandhouding van gebouwde rijksmonumenten bestaan financieringsregelingen.

  3. Bent u van de Monumentenzorg?

    Uw pand of wijk is ‘onder monumentenzorg geplaatst’. Wie wordt hiermee bedoeld? Is dat Monumenten.nl, uw gemeente of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed? Hoe zit dat?

    Monumenten.nl
    Monumenten.nl is niet de Monumentenzorg. Monumenten.nl is een website waar u alle relevante informatie vindt als u uw monument gaat onderhouden, restaureren, verduurzamen of aankopen. U kunt Monumenten.nl ook bellen om informatie te vragen.

    De gemeente
    U komt in aanraking met de Monumentenzorg in de vorm van de gemeente als u als eigenaar van een rijksmonument, een gemeentelijke monument, een beeldbepalend pand of een pand liggend in een beschermd stads/dorpsgezicht gaat verbouwen, restaureren of verduurzamen. De gemeente kijkt dan mee of dit volgens het geldende monumenten,- erfgoedbeleid gebeurt. U moet bijvoorbeeld een omgevingsvergunning aanvragen.

    Wat doet de gemeente nog meer?
    De gemeente voert het toezicht en de handhaving op rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en/of beschermde stads/dorpsgezicht binnen de betreffende gemeente. De gemeente kan gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en/of beschermde stads/dorpsgezicht aanwijzen en ‘afvoeren’ van de gemeentelijke monumentenlijst en stelt lokale subsidies beschikbaar en kent deze subsidies toe.

    De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
    De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is ook een onderdeel van de Monumentenzorg, u komt hier minder vaak mee in aanraking. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed schrijft beleid op het gebied van monumenten, kan rijksmonumenten aanwijzen, beheert het rijksmonumentenregister, stelt landelijke subsidies voor rijksmonumenten beschikbaar en kent subsidies toe. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kijkt (soms) mee wanneer er iets gebeurt met (grotere) rijksmonumenten.

    De rol van de Monumentenwacht
    Met 'De Monumentenzorg is langs geweest' bedoelt u vaak dat de Monumentenwacht is langs geweest. Monumentenwacht voert bouwkundige inspecties uit en geeft onafhankelijk advies op maat over het onderhoud van uw monument. De Monumentenwacht is onafhankelijk en misschien dat uw gemeente u naar hen doorverwijst. In sommige gevallen vergoedt de gemeente (een deel van) de kosten voor een abonnement of de kosten van de inspectie.

  4. Wat voor soort monumenten zijn er?

    Naast bijna 62.000 rijksmonumenten heeft Nederland nog duizenden provinciale-, gemeentelijke en mobiele monumenten. In het algemeen geldt voor monumenten dat ze van belang worden geacht vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Monumenten laten zien hoe we vroeger leefden. Om er voor te zorgen dat dit stukje tastbare verleden niet verdwijnt, is de overheid monumenten gaan beschermen. Monumenten zijn vaak ook aantrekkelijk en vormen een prettige woon- of verblijfsomgeving. 

    Naar de soorten monumenten
     

  5. Hoe weet u of uw huis een monument is?

    Wilt u weten of uw woning een rijksmonument is? Het Rijksmonumentenregister bevat gegevens van alle rijksmonumenten van Nederland. Op dit moment bevat het register ongeveer 63.000 gebouwde en archeologische rijksmonumenten, waarvan het merendeel woonhuizen zijn. De omschrijving geeft op hoofdlijnen het karakter van een monument weer.

    Naar het register
    Ik heb een ander soort monument

  6. Wat als uw huis een monument is?

    U overweegt de aanschaf van een monument? Wonen of werken in een monument is bijzonder, uniek en uitdagend en heeft soms financiële voordelen. Tegelijkertijd wordt er nogal wat van u gevraagd, als eigenaar en/of bewoner van een monumentaal pand.

    Wat kunt u verwachten?

  7. Hoe wordt een huis een monument?

    De Minister wijst rijksmonumenten en stads- en dorpsgezichten aan. In de praktijk regelt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de aanwijzing van een monument. Zij kunnen ook een monument van de lijst afvoeren. Het rijk is tegenwoordig erg terughoudend in het aanwijzen van nieuwe rijksmonumenten. 

    Een provincie of gemeente kan ook gemeentelijke monumenten, provinciale monumenten, karakteristieke panden of beeldbepalende panden (binnen een beschermd stads- en dorpsgezicht) aanwijzen. Een eigenaar of belanghebbende kan zo’n aanwijzing ook aanvragen. Een verzoek moet bij de gemeente (of provincie) worden ingediend.

    Er zijn veel verschillende soorten monumenten

  8. Hoe wordt een huis een gemeentelijk monument?

    Een gemeente regelt de aanwijzing in een. In de meest voorkomende vormen van monumentenverordeningen is de bevoegdheid van de Burgemeester en Wethouders opgenomen om een object als monument aan te wijzen. De begripsomschrijving van monument, gaat het bij een aanwijzing meestal over de ‘schoonheid’, ‘cultuurhistorische waarde’, ‘architectuurhistorische waarde’, ‘stedenbouwkundige waarde’ of ‘wetenschappelijk betekenis’ van het object.

    Een monumentenverordening regelt dat voor activiteiten zoals verbouwing, verplaatsing of sloop van een gemeentelijk monument, een omgevingsvergunning van de gemeente is vereist.

    Meer weten

  9. 'Wat kan en mag ik met mijn pand?'

    Utrechtse monumentenambtenaar Richard Rodenburg beantwoord de vraag.

    Dit is waar iedere monumenteneigenaar mee puzzelt, ook Richard Rodenburg hoort deze vraag vaak. ‘Je kan dit niet zo simpel beantwoorden. Het hangt er vanaf wat de plannen zijn en hoe het monument in elkaar zit. Wij willen graag in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek met eigenaren over hun plannen voor hun monument. Wij kijken dan naar de monumentale waarde van het monument en daarnaast moeten we rekening houden met het gebruik van het monument. Het gaat om de balans tussen die twee. Je wilt die monumentale waarden behouden en tegelijkertijd wil je graag dat mensen met plezier gebruik kunnen maken van hun monument. Want gebruik betekent ook behoud.’

  10. 'Waarvoor heb ik een vergunning nodig? En hoelang duurt het voor ik die dan heb?

    Utrechtse monumentenambtenaar Richard Rodenburg beantwoord de vraag.

    Voor bijna elke wijziging aan een beschermd monument heeft u een omgevingsvergunning nodig. Niet alleen voor een grote verbouwing, maar ook voor schilderklussen. Richard licht toe: ‘Zo’n beetje alles is vergunningplichtig, behalve het plegen van gewoon onderhoud en het wijzigen van het interieur wat geen monumentale waarde heeft. Voor schilderen geldt dat een eenvoudige schilderklus gewoon onderhoud is en dat is dus vergunningvrij. Een schilderklus waar de kleuren veranderen is dan weer wel vergunningplichtig. Het is wel even opletten: onder de omgevingswet vallen allerlei activiteiten. Dus het kan zijn dat het wijzigen van de indeling binnen niet vergunningplichtig is, maar het slopen van een muur waar asbest in zit, is dat weer wel…’

    Is er iets te zeggen over hoelang het duurt voor mijn vergunning er dan ook is?
    Richard: ‘Als het om een reguliere procedure gaat, dan moeten wij binnen acht weken een besluit nemen. Daarna ligt het nog zes weken ter inzage, dus het werk kan pas beginnen na veertien weken. Bij een aantal categorieën projecten is advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed nodig (bij functiewijziging, sloop, ingrijpende wijzigingen en reconstructie van het pand, red.). Dan duurt de procedure zomaar een half jaar.’ Het is altijd verstandig om, voordat u een vergunning aanvraagt, contact op te nemen met de gemeente. Richard: ‘Wij maken een inschatting van hoe wij denken dat de commissie het plan zal beoordelen. Soms kunnen we in een voorgesprek al dingen ondervangen, dat kan later tijd opleveren.’

    Weten of een vergunning nodig is? Doe de vergunningcheck!

  11. 'Heb ik een vergunning nodig voor energiebesparingsmaatregelen?'

    Utrechtse monumentenambtenaar Richard Rodenburg beantwoord de vraag.

     

    Veel eigenaren van monumenten willen hun pand verduurzamen. Dat kan gaan om isoleren of bijvoorbeeld zelf energie opwekken door middel van zonnepanelen. Hoe zit dat met vergunningen?

    Regels voor zonnepanelen
    Richard krijgt hierover ook vaak vragen. ‘Voor zonnepanelen gold tot voor kort: helemaal niet op een monument of binnen een beschermd stadsgezicht. Tegenwoordig geldt: het mag, wanneer de panelen maar zo geplaatst worden dat ze vanaf de openbare weg niet te zien zijn. Maar je ziet hierin wel verschillen tussen gemeenten en veel gemeenten zijn nu hun beleid ook aan het herijken. Dus ik kan ook hier niet anders zeggen dan: overleg het met de gemeente.’

    Isolerende beglazing
    Een ander thema wat vaak voorbijkomt bij verduurzaming is het plaatsen van isolerende beglazing. Richard: ‘Als het kan binnen het bestaande raamhout is het een vergunning-vrije activiteit. Dun isolatieglas past vaak prima, maar veel eigenaren willen naar HR++ glas, maar dat past niet in roederamen. Een alternatief kan dan zijn voorzetramen aan de binnenzijde plaatsen.’

    Isoleren van het dak
    En is er voor isoleren ook een vergunning nodig? ‘Hier is best veel mogelijk, maar er zijn ook beperkingen. Zo kan bij het isoleren van het dak de aansluiting van het dak op de gevel veranderen en dat kan het aanzicht van het monument behoorlijk aantasten. Het is dus nodig om hier goed naar te kijken.’

    Richard benadrukt het opnieuw: ook hierover is overleg nodig met de gemeente. ‘Er zijn echt veel leuke oplossingen te bedenken en dat doen wij dan ook graag samen met eigenaren.’

    Nog een laatste tip van de Utrechtse gemeenteambtenaar: ‘Wanneer u verduurzamingsplannen heeft: kijk ook naar financieringsmogelijkheden, zoals laagrentende leningen, duurzaamheidsleningen, subsidies etc.

    Lees ook het interview met gemeenteambtenaar Anne van Rooij, met tips voor het vergunningentraject

Financieren

  1. 'Hoe zit het met financieren van een restauratie?'

    Wim Jakobsen, Monumentenwachter in Zeeland beantwoord de vraag.

    Ook de financiering is soms een puzzel voor eigenaren en vraagt om een planmatige aanpak. Wim hierover: ‘Het is belangrijk dat je, voor je begint met het werk, een overzicht hebt van alle ingrepen die nodig zijn. Aannemers kunnen op basis daarvan een kostenoverzicht maken, soms vragen zij daarbij de hulp van een architect. En je moet er altijd op bedacht zijn dat je tijdens de uitvoering nog wel eens een tegenvaller kan tegenkomen. Dat is de kostenkant van de restauratie. Als eigenaar van een monument kan je in aanmerking komen voor verschillende subsidies of laagrentende leningen. Het maakt daarbij soms wel uit of je een rijks of een gemeentelijk monument hebt. En ook welke functie je pand heeft: gaat het om een woonhuis of om bijvoorbeeld religieus erfgoed?’

    Grietje Hofstede is accountmanager bij het Nationaal Restauratiefonds. Zij helpt eigenaren van monumenten bij financieringen. Zij vertelt: ‘Voor eigenaren die willen restaureren of onderhouden is een handige eerste stap om de postcode en huisnummercheck op onze site te doen. https://www.restauratiefonds.nl/financieren(external link). Dan wordt er al snel veel duidelijk over financieringsmogelijkheden.’

    Kijk ook altijd of subsidie mogelijk is. Dat kan via het rijk, provincie of de gemeente. Mocht er geen subsidie beschikbaar zijn, dan is er nog mogelijkheid van een laagrentende hypotheek. In veel provincies bestaan Cultuurfondsen voor Monumenten, waar eigenaren een laagrentende lening uit kunnen krijgen. Ook zo’n aanvraag verloopt via het Nationaal Restauratiefonds.

    Kijk voor meer informatie:  
    https://www.monumenten.nl/monumenten-onderhouden/leningen-en-hypotheken
    https://www.monumenten.nl/monumenten-onderhouden/subsidies

    De leidraad voor financiering van instandhoudingskosten is hier te vinden:
    https://wetten.overheid.nl/BWBR0032075/2019-01-05/#Bijlage(external link)

  2. Hoe financier ik als particuliere eigenaar van een rijksmonumentaal woonhuis de instandhoudingskosten en de verduurzamingskosten?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Dan heb je twee opties: je kunt via het Restauratiefonds een laagrentende lening aanvragen. Laag betekent ongeveer 3 procent beneden de tarieven van reguliere banken. En de tweede optie is 38% subsidie aanvragen over de werkzaamheden. Let wel op, deze subsidie geldt alléén voor instandhoudingskosten, verduurzamingsmaatregelen kunnen tegen een laagrentende lening worden gefinancierd.’

  3. Als ik voor 38% subsidie aanvraag, kan ik dan de rest lenen bij het Restauratiefonds, tegen een laag tarief?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Nee, dat gaat niet. Het is of het één of het ander. Je moet dus een afweging gaan maken. Ik zal een voorbeeld geven. Stel je kosten bedragen een ton. Wanneer je voor een laagrentende lening bij het Restauratiefonds kiest, dan leen je dus een ton tegen zeg 1,2 %. (Dit percentage wisselt steeds, de actuele rentetarieven staan op de website van het Restauratiefonds, red.).  Wanneer je kiest voor de subsidie leen je die ton tegen een marktconform tarief. Na afronding van de werkzaamheden kun je € 38000,00 aflossen op die ton, dat is namelijk het bedrag dat je als subsidie krijgt. Dan houd je nog een lening over van € 62.000,00 waarover je gedurende de looptijd een marktconform tarief betaalt van ongeveer 3 procent meer dan bij een laagrentende lening.’

  4. Geeft het Restauratiefonds ook advies aan eigenaren wat het beste is om te doen: een laagrentende lening of een subsidie voor een woonhuis?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Nee, het Restauratiefonds geeft geen advies. Het is aan de eigenaar zelf om de berekening en vervolgens de afweging te maken. Wij gaan ervan uit dat eigenaren vaardig genoeg zijn om het sommetje voor zichzelf te maken. Mocht dat niet lukken, dan is het zaak om de casus voor te leggen aan een adviseur. Dat zijn wij niet. Het Restauratiefonds mag eigenaren alleen informeren, niet adviseren.’

  5. Tot wanneer is die subsidie nog aan te vragen?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Elk jaar tussen 1 maart en 30 april kan er woonhuissubsidie aangevraagd worden. Voor werkzaamheden die in 2022 zijn uitgevoerd, kan in 2023 subsidie worden aangevraagd. Dat geldt ook voor 2024, voor de jaren daarna moet nog worden bekeken of en hoe de subsidieregeling wordt verlengd.’

    Kijk hier voor meer informatie over woonhuissubsidie 

  6. Een lening bij het Restauratiefonds heeft een lager tarief. Zitten er nog meer voordelen aan een Restauratiefondslening?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Een lening bij het Restauratiefonds is te allen tijde boetevrij aflosbaar. Wij werken met zogenaamde revolverende fondsen, dat betekent dat wij afgeloste bedragen weer opnieuw kunnen uitlenen voor andere monumenten. Dit geldt voor rijksmonumenten. Wat geldt voor gemeentelijke of provinciale monumenten is verschillend. Eigenaren van woonhuizen kunnen op onze site de postcodecheck doen. Die staat bij het onderdeel: ‘welke financiering past bij mijn monument’ op onze site. Na het invullen van de postcode is in één oogopslag te zien wat er in een bepaalde woonplaats geldt. Er zijn provincies waar ze voor verduurzaming en restauratie één en het hetzelfde product hebben, maar er zijn ook provincies waar ze twee verschillende leningen hebben.

    welke financiering past bij mijn monument

  7. Hoeveel kan ik maximaal lenen via het Restauratiefonds?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘De kosten voor restauratie en verduurzaming dienen een substantieel deel van de financiering te zijn. Eventueel kunnen werkzaamheden die hier niet onder vallen tegen het marktconforme tarief worden geleend. De maximale financiering wordt altijd vastgesteld bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.’

  8. Ik ga heel veel van de werkzaamheden zelf uitvoeren. Kan ik dan wel een Restauratiehypotheek bij jullie aanvragen?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Bij monumenten is het belangrijk dat de instandhoudingswerkzaamheden door vakmensen worden uitgevoerd. Voor instandhouding wordt daarom bij voorkeur gebruik gemaakt van restauratiespecialisten. Doe-het-zelf uren komen niet in aanmerking voor subsidie of lenen. Mogelijk kunnen de materiaalkosten hiervoor wel in aanmerking komen, maar dit moet dan wel goed onderbouwd worden en er moeten worden aangetoond dat de werkzaamheden professioneel worden uitgevoerd.’

  9. Het gaat steeds over rijksmonumenten. Heeft een eigenaar van een gemeentelijk of provinciaal monument dezelfde financieringsmogelijkheden?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Nee, helaas niet. Maar er zijn gelukkig andere mogelijkheden! Voor eigenaren van een gemeentelijk of provinciaal monument is het slim om de postcodecheck ‘welke financiering past bij mijn monument’ te doen. Daar vind je precies welke regelingen voor jouw monument van toepassing zijn.

    Regelingen voor het verduurzamen van een woonhuis

  10. Wat is het verschil tussen kosten voor verbetering en kosten voor instandhouding?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Een voorbeeld hierbij helpt! Stel je hebt een gevel met daarin 1 m² slecht voegwerk en je laat de hele gevel vervolgens opnieuw voegen. Dan geldt dat het voegwerk van die ene vierkante meter instandhouding is en de rest is verbetering. En verbetering komt niet in aanmerking voor subsidie en ook niet voor een laagrentende lening van het Restauratiefonds.’

    Meer weten

  11. Helpt het Restauratiefonds mij bij het in kaart brengen van de instandhoudingskosten?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Wanneer de eigenaar bij het Restauratiefonds een laagrentende lening afsluit, kan de eigenaar de instandhoudingskosten laten bepalen door een deskundige. De kosten voor deze bepaling worden door ons betaald. Het is dan wel zaak om een van de door ons geselecteerde bedrijven te benaderen.’

    ‘Bij een marktconforme financiering dienen de kosten op een andere manier onderbouwd te worden. Tijdens het aanvraagproces zal, afhankelijk van de hoogte van de aanvraag, bepaald worden hoe deze kosten aangetoond moeten worden.’

  12. Kan ik ook subsidie aanvragen voor de verduurzaming van mijn monument?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Verduurzamingskosten vallen buiten de woonhuissubsidie voor rijksmonumenten. Maar gelukkig is er wel Duurzame Monumenten-Lening

    De duurzame monumentenlening is een hypothecaire lening met gunstige voorwaarden voor eigenaren van rijksmonumenten die hun pand willen verduurzamen.’

  13. Is een door mijzelf gemaakt verduurzamingsplan voldoende om financiering aan te vragen

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Monumenten verduurzamen betekent altijd maatwerk. Wij willen graag zeker weten dat verduurzaming niet ten koste gaat van monumentale waarden. Daarom adviseren wij een DuMo coach in te schakelen. Dat is een verduurzamingsadviseur die gespecialiseerd is in monumenten.

    Gelukkig hebben wij een budget, waarmee wij eigenaren kunnen ondersteunen. Wanneer de eigenaar van een monumentale woning een DuMo advies aanvraagt bij een adviseur die bij ons bekend is, kan de eigenaar van het pand een tegemoetkoming in de kosten bij ons aanvragen.’

    Vergoeding kosten duurzaamheidsadvies

  14. Stel ik wil een warmtepomp aanschaffen. Kan ik hiervoor een subsidie of lening aanvragen?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Een warmtepomp valt onder de landelijke regeling voor verduurzamingsmaatregelen. Eigenaren kunnen hiervoor subsidie aanvragen via de site van RVO. Het maakt daarbij niet uit of er ook een verduurzamingshypotheek is afgesloten bij het Restauratiefonds.’

    Regeling warmtepomp

  15. Waarom kan ik bij het Restauratiefonds niet een hypotheek alleen voor de aankoop van het monumentale pand afsluiten?

    We bevragen Grietje Hofstede, accountmanager bij het Restauratiefonds en deskundig op het gebied van financieringen.

    ‘Wij zijn gericht op monumentale panden waar wij nodig zijn. Als een pand niet gerestaureerd hoeft te worden, zijn wij niet nodig en willen reguliere banken zeker wel financieren. Juist bij panden waar restauratie belangrijk is, zie je reguliere banken aarzelen. En daar komt het Restauratiefonds in beeld.’

  16. Ik heb een koopappartement in een rijksmonument en het dak is lek. De VvE wil hiervoor een financiering bij het Restauratiefonds aanvragen. Kan dat?

    Jazeker, dan kan. Ook een VvE kan voor onderhoud of het verduurzamen van het pand een hypotheek of lening bij het Restauratiefonds aanvragen. Juist omdat de VvE verantwoordelijk is voor het onderhoud en beheer van de (gemeenschappelijke delen) van het gebouw. In het geval van het kapotte dak kan de VvE de  Restauratiefonds-hypotheek aanvragen. Maar ook verduurzamingsplannen, zoals het isoleren van het dak, kan met een Duurzame Monumenten-Lening  worden gefinancierd.  

    Gelden deze mogelijkheden ook voor een gemeentelijk monument? Ja, in specifieke gemeenten en provincies kan dat.  Gelderland heeft het Gelders Monumentenfonds, in Hilversum bestaat het Hilversums Restauratiefonds en Schiedam kent het Schiedams Monumentenfonds.

Verzekeren

  1. 'Wat maakt het verzekeren van een monumentaal gebouw anders dan voor een nieuw pand?'

    Wij leggen deze vraag voor aan Donatus Verzekeringen, de verzekeraar die gespecialiseerd is in het verzekeren van monumenten.

    ‘De dekking is belangrijk, er kan snel sprake zijn van onderverzekering, maar soms ook van oververzekering. Monumentale gebouwen zijn uniek en zijn het waard om goed verzekerd te worden. Let hierbij op dat de dekking (verzekeringsvoorwaarden) afgestemd is op het pand.  Het verzekeren van ornamenten stucplafonds tegen waterschade is verstandig, terwijl voor eenvoudige objecten waar het risico van waterschade zich niet voordoet, met een brand- stormdekking kan worden volstaan. Bekijk ook goed de herbouwwaarde als basis voor de verzekering. Dit is het bedrag dat nodig is om het monument in dezelfde staat (constructie, bouwmateriaal en indeling) en op dezelfde plaats te herbouwen. De herbouwwaarde is de basis voor de verzekerde som. De herbouwwaarde van een monument is van heel andere orde en hoger dan van een nieuwbouwwoning. In Nederland baseren verzekeraars zich op de CBS-woningindex, maar die is gebaseerd op nieuwbouwwoningen. Voor monumenten geldt een heel ander verhaal. Daarom werken wij met onze eigen monumenten-index, waarin wij rekening houden met prijsstijgingen van de te gebruiken authentieke materialen en de loonkosten van de vakmensen. Donatus beschikt over een eigen technische buitendienst, die de gebouwen taxeert. Mede op basis van deze taxatie wordt de verzekerde som bepaald. Binnen deze verzekerde som doet Donatus geen beroep op onderverzekering. Bij de inspectie/taxatie kan Donatus preventie-adviezen geven of eisen stellen aan het te verzekeren gebouw. Dit taxatierapport met de herbouwwaardeverklaring is overigens ook te gebruiken ter ondersteuning van de aanvraag van een SIM subsidie.

    Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk, punt wil ik nog wijzen op de aansprakelijkheidsverzekering als eigenaar van een monument. Stel dat iemand letsel oploopt omdat er een dakpan van het dak valt, dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk zijn. ‘

  2. 'Moet ik mij extra verzekeren wanneer ik mijn pand ga verbouwen of restaureren?'

    Wij leggen deze vraag voor aan Donatus Verzekeringen, de verzekeraar die gespecialiseerd is in het verzekeren van monumenten.

    ‘Een verbouwing of renovatie kan leiden tot een verhoogd risico voor het gebouw en voor de eigenaar. Schade aan het gebouw door de verbouwing is niet verzekerd via de opstalverzekering. Het is verstandig om voor de start van de werkzaamheden contact te zoeken met de verzekeraar. De verzekeraar kan dan gedurende de verbouwing de premie verhogen, preventieve maatregelen eisen en/of tijdelijk de dekking beperken. Donatus kan in zo’n geval advies geven over een passende Constructie All Risks verzekering, de CAR-verzekering. Die kan de schade dekken, die ontstaat als gevolg van de werkzaamheden. Veel aannemers hebben zo’n verzekering, maar wij vinden het vaak verstandig wanneer een eigenaar die verzekering zelf afsluit. Zeker wanneer die eigenaar ook zelf klussen gaat uitvoeren. Vergeet dan niet korting te vragen bij de aannemer, omdat de kosten voor de CAR-verzekering niet meegenomen hoeven te worden in de aanneemsom.’

  3. 'Waar moet ik op letten wanneer ik een monumentenverzekering afsluit?'

    Wij leggen deze vraag voor aan Donatus Verzekeringen, de verzekeraar die gespecialiseerd is in het verzekeren van monumenten.

    ‘De dekking is belangrijk, er kan snel sprake zijn van onderverzekering, maar soms ook van oververzekering. Monumentale gebouwen zijn uniek en zijn het waard om goed verzekerd te worden. Let hierbij op dat de dekking (verzekeringsvoorwaarden) afgestemd is op het pand.  Het verzekeren van ornamenten stucplafonds tegen waterschade is verstandig, terwijl voor eenvoudige objecten waar het risico van waterschade zich niet voordoet, met een brand- stormdekking kan worden volstaan. Bekijk ook goed de herbouwwaarde als basis voor de verzekering. Dit is het bedrag dat nodig is om het monument in dezelfde staat (constructie, bouwmateriaal en indeling) en op dezelfde plaats te herbouwen. De herbouwwaarde is de basis voor de verzekerde som. De herbouwwaarde van een monument is van heel andere orde en hoger dan van een nieuwbouwwoning. In Nederland baseren verzekeraars zich op de CBS-woningindex, maar die is gebaseerd op nieuwbouwwoningen. Voor monumenten geldt een heel ander verhaal. Daarom werken wij met onze eigen monumenten-index, waarin wij rekening houden met prijsstijgingen van de te gebruiken authentieke materialen en de loonkosten van de vakmensen. Donatus beschikt over een eigen technische buitendienst, die de gebouwen taxeert. Mede op basis van deze taxatie wordt de verzekerde som bepaald. Binnen deze verzekerde som doet Donatus geen beroep op onderverzekering. Bij de inspectie/taxatie kan Donatus preventie-adviezen geven of eisen stellen aan het te verzekeren gebouw. Dit taxatierapport met de herbouwwaardeverklaring is overigens ook te gebruiken ter ondersteuning van de aanvraag van een SIM subsidie.

    Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk, punt wil ik nog wijzen op de aansprakelijkheidsverzekering als eigenaar van een monument. Stel dat iemand letsel oploopt omdat er een dakpan van het dak valt, dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk zijn. ‘

Neem contact met ons op

We zijn bereikbaar op werkdagen tussen 8:00 en 17:00.

Aanhef
Naar boven