U bent hier

Restauratie in 9 stappen

Waar moet u rekening mee houden bij het onderhoud, restauratie of verbouwing van uw monument? Hier zijn 9 stappen op een rij gezet die helpen om de juiste keuzes te maken.

  1. 1
    icoon orientatie en vooronderzoek

    Oriëntatie en vooronderzoek

    Door zo vroeg mogelijk al uw vragen op een rij te zetten, kunnen de juiste keuzes worden gemaakt in het belang van u en uw monument.

    Oriëntatie en vooronderzoek

    In dit stappenplan wordt zowel aandacht besteed aan complexe restauratietrajecten als aan eenvoudig onderhoud. Bij eenvoudige onderhoudswerkzaamheden zullen een hoop stappen niet relevant zijn. Het is echter in alle gevallen zinvol om eerst op papier te zetten wat het doel van de ingreep is.

    Uitgangspunten formuleren

    Het is belangrijk om van tevoren een aantal uitgangspunten te formuleren waar u gedurende het proces aan kunt vasthouden. Stel uzelf de volgende vragen:

    • Wat voor soort monument heb ik? Is dat een rijksmonument, gemeentelijk of provinciaal monument of een pand in een beschermd stads- of dorpsgezicht? Dit is niet alleen van invloed op de regelgeving waar u mee te maken krijgt, maar ook op de financiering.
    • Wat is het doel van de ingreep? Gaat het om een kleine onderhoudsbeurt of om een grotere ingreep? Bent u bijvoorbeeld van plan om de functie van het gebouw te veranderen?
    • Wat is de monumentale waarde van het pand? Zit die vooral in de kapconstructie, de gevel of het interieur? Dit is van invloed op de planvorming; minder monumentale delen zouden eventueel gewijzigd kunnen worden.

    Om de juiste informatie boven tafel te krijgen, is onderzoek nodig. Het onderzoek valt uiteen in 2 delen: bouwtechnisch onderzoek en bouwhistorisch (of cultuurhistorisch) onderzoek.

    Bouwtechnisch onderzoek

    Een bouwtechnisch onderzoeksbureau brengt de bouwkundige staat van uw pand in kaart. Dit onderzoek kan bestaan uit onder meer materiaal-, bouwfysisch onderzoek en constructief onderzoek. Dit type onderzoek kan heel praktisch zijn. Door bijvoorbeeld proeven te doen met verschillende technieken of materiaalmonsters kan in dit stadium al duidelijk worden welke vakmensen en leveranciers u nodig heeft. Tip: laat bouwtechnisch onderzoek door een onafhankelijke partij uitvoeren, dus niet dezelfde partij die de restauratie- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Denk hierbij aan de Monumentenwacht, een bouwkundig onderzoeks- en adviesbureau of een gespecialiseerde restauratiearchitect. Lees meer over de selectie van een advies- of architectenbureau in stap 2.

    Monumentenwacht

    Om een monument in goede staat te brengen én te houden is regelmatige inspectie van groot belang. Daarom werkt de Monumentenwacht op basis van een abonnement dat bestaat uit een periodieke inspectie en rapportage. Zowel gemeentelijke, provinciale als rijksmonumenten komen voor een abonnement in aanmerking. De Monumentenwacht neemt de bouwtechnische staat van het pand op en levert een rapportage die de eigenaar kan gebruiken in de opdrachtverstrekking aan de aannemer. De Monumentenwacht is per provincie anders opgezet en kan zowel en inspectie- als een adviestaak hebben. Voor de Monumentenwacht in uw provincie kijk hier.

    Cultuurhistorisch onderzoek

    Cultuurhistorisch onderzoek is een verzamelnaam voor verschillende vakgebieden. Zo helpt bouwhistorisch onderzoek om inzicht te krijgen in de bouwgeschiedenis en de historische waarden van het pand. In bepaalde gevallen kan ook onderzoek plaatsvinden naar bijvoorbeeld stedenbouw, tuinhistorie, archeologie en monumentaal schilderwerk. Let op: in sommige gemeenten is bouwhistorisch onderzoek een voorwaarde voor een omgevingsvergunning voor een (rijks)monument. Lees meer over bouwhistorisch onderzoek.

    Keuzes maken

    De beslissing om delen van uw pand te behouden, te repareren of te vervangen heeft invloed op het historische karakter van uw monument, de werkzaamheden en het bijbehorende kostenplaatje. Lees meer over het onderscheid tussen conserveren, repareren en vervangen.

  2. 2
    icoon architect of adviseur

    Architect of adviseur

    Als u een ontwerpvraag heeft, raadpleeg dan een architect. Wanneer het om een complexe onderhoudsbeurt of restauratie gaat, kunt u ook terecht bij een bouwkundig adviseur.

    Architect of adviseur inschakelen

    Een bouwkundig adviseur heeft net als een architect een adviserende en coördinerende rol en kan de bouwdirectie voor zijn rekening nemen. Hij/zij benadert dan de benodigde adviseurs zoals de installateur of constructeur en neemt tijdens de uitvoering de leiding op zich. Bij kleinere projecten, zoals een onderhoudsbeurt is niet altijd een architect of bouwkundig adviseur betrokken. Dan is het de opdrachtgever zelf die de opdracht verstrekt aan uitvoerende partijen zoals de schilder of de loodgieter. Voor meer over de selectie van een aannemer zie stap 7.

    Aandachtspunten bij de selectie van een architect of bouwkundig adviseur:

    • Bedenk om wat voor soort opdracht het gaat en ga met een gespecialiseerd bureau in zee. Zoekt u een architect die ervaring heeft met de herbestemming van monumentale watertorens? Of iemand die een uitbreiding kan maken voor een historische boerderij? Zoek dan naar vergelijkbare projecten en kijk welke architect erbij betrokken was.
    • Besef dat er een verschil is tussen een restauratiearchitect en een architect. Restauratiearchitectenbureaus hebben specifieke profielen. Zo is het ene bureau gespecialiseerd in 17e-eeuwse grachtenpanden en het andere in 19e-eeuwse industriële architectuur.
    • Vraag referenties, zowel referentieprojecten als referenties van andere opdrachtgevers.
    • Houd uw opties open en wees kritisch: vergelijk offertes van meerdere bureaus en ga in gesprek om erachter te komen of het klikt en de adviseur/architect goed begrijpt wat uw wensen zijn.

    Als eigenaar heeft u de regie en kiest u zelf de architect waarmee u wilt werken. Een mogelijkheid is om te kiezen voor een gecertificeerd bureau. U mag er dan op vertrouwen dat het bureau werkt volgens de Uitvoerings- en beoordelingsrichtlijnen van de ERM. Deze bureaus zijn te vinden op de website van de ERM of de Vereniging van Architecten Werkzaam in de Restauratie. Voor erkende adviesbureaus kunt u terecht bij de Vereniging Adviesbureaus Monumentenzorg.

    Specialisten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

    In bepaalde gevallen kunt u ook advies inwinnen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De Rijksdienst heeft mensen in huis die gespecialiseerd op allerlei onderwerpen zoals molens, kerken en orgels, maar bijvoorbeeld ook deskundigen op het gebied van interieurs, kleuronderzoek en natuursteen. U kunt contact opnemen met de Rijksdienst via info@cultureelerfgoed.nl of (033) 421 7 456. Aan de hand van uw specifieke situatie beoordelen de specialisten van de Rijksdienst (vaak in overleg met de gemeente, zie stap 3) of extra advies nodig is.

  3. 3
    icoon voor vergunningcheck of plantoetsing

    Vergunningscheck en vooroverleg

    U heeft een bouwkundige inspectie laten uitvoeren en u weet nu wat de bouwkundige staat is van uw pand. Om oponthoud in procedures te voorkomen kunt u bij bouwvoornemens het best vroegtijdig contact opnemen met de gemeente, zodat u weet welke eisen er gelden bij de aanvraag tot een vergunning.

    Vergunningscheck en vooroverleg

    De aanvraag van een omgevingsvergunning beïnvloedt de planning en de complexiteit van een project. Zoek dan ook bijtijds uit of u voor uw ingreep een vergunning nodig hebt. U kunt dit zelf doen door middel van de vergunningencheck op de website van het Omgevingsloket. Let op: in dit stadium is het nog niet nodig om een vergunning aan te vragen. Hebt u echter een vergunning nodig, dan kan het zinvol zijn om vóór de planvorming met uw gemeente in gesprek te gaan over wat er mogelijk is en wat niet.

    Overleg gemeente

    Met welke medewerker(s) u in gesprek gaat, verschilt per gemeente. Sommige gemeenten beschikken over een medewerker die zich specifiek met monumenten bezighoudt, maar u kunt ook te maken krijgen met de medewerker vergunningverlening. Wanneer er al een plan op hoofdlijnen is, kan ook de plaatselijke monumentencommissie in dit stadium al aanschuiven. In het geval van complexere trajecten bij rijksmonumenten kan ook een medewerker van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bij het vooroverleg aanwezig zijn.

    In dit gesprek kunnen de volgende onderwerpen aan de orde komen:

    • Het plan. Wat wilt u precies doen? U hoeft tijdens dit gesprek nog geen kant-en-klaar ontwerp te hebben, als u maar op hoofdlijnen weet wat u van plan bent. Bij de gemeente kunnen ze u adviseren over wat er bij uw monument wel en niet mogelijk is.
    • Verplicht bouwhistorisch onderzoek. Soms is een bouwhistorisch onderzoek verplicht bij het aanvragen van een omgevingsvergunning van een beschermd monument of bij pand in een beschermd stads- en dorpsgezicht. Vraag dit na bij uw gemeente.
    • Financiering. U kunt ook informeren naar de financiële mogelijkheden (zie ook stap 4). Bij de gemeente heeft men vaak zicht op lokale en provinciale fondsen waar u eventueel gebruik van kunt maken. In sommige provincies moet de gemeente het project voordragen voor subsidie.
    • Archeologie. Als uw werkzaamheden raakvlakken hebben met archeologie kunt u dit ook tijdens het overleg bespreken. U kunt met archeologie te maken krijgen als er sprake is van een hoge archeologische verwachting of van werkzaamheden onder het maaiveld, bijvoorbeeld in het geval van funderingsverbetering. Het is aan te raden om ook dit bij uw gemeente na te gaan.

    Bouwplanoverleg provincie

    De meeste provinciale steunpunten cultuurhistorie hebben een maandelijks bouwplanoverleg. Eigenaren, initiatiefnemers en gemeenten kunnen hun plannen tijdens dit overleg voorleggen aan de adviserende partijen. Vertegenwoordigers van de Rijksdienst, de gemeentelijke monumentencommissie en de provincies kunnen bij deze gesprekken aanwezig zijn. Kijk hier voor meer informatie per provincie.

  4. 4

    Financiële mogelijkheden

    Wat er aan financiering voor het onderhoud aan uw monument mogelijk is, hangt af van uw persoonlijke situatie en het soort monument dat u heeft.

    Financiële mogelijkheden onderzoeken

    Onderhoud, restauratie of herbestemming

    Mogelijk kunt u kiezen tussen subsidie, een (laagrentende) lening en/of fiscale aftrek. Zorg dat u informatie inwint die van toepassing is op uw situatie en die van het monument, zodat u een goede afweging kunt maken. Wat voor u de beste optie is, hangt af van het soort monument dat u heeft, de ingreep die u gaat doen, en van uw persoonlijke situatie. Ga na of u een rijksmonument of een gemeentelijk- of provinciaal monument heeft, en wat de functie van het monument is (woonhuis of anders), dit bepaalt van welke regelingen u gebruik kunt maken op het gebied van subsidie en/of laagrentende financiering.
    Neem bij vragen over subsidie contact op met de Infodesk van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: info@cultureelerfgoed.nl, (033) 421 7 456.
    Voor vragen over laagrentende financiering kunt u terecht bij het Restauratiefonds: info@restauratiefonds.nl, 088 253 9000

    Subsidie

    Voordat u financiering aanvraagt, is het belangrijk om vast te stellen om wat voor soort ingreep het gaat. Moeten er bijvoorbeeld enkele dakpannen worden vervangen of is het nodig om een groot deel van de kapconstructie te vervangen? Als het gaat om periodiek onderhoud, dat wil zeggen: werkzaamheden die eens in de 6 of 10 jaar opnieuw moeten gebeuren, is er sprake van onderhoud. Is de ingreep grootschaliger, dan heeft u te maken met restauratie. Het verschil tussen onderhoud en restauratie is relevant bij het aanvragen van (instandhouding)subsidie. Voor het krijgen van fiscale aftrek heeft u te maken met het onderscheid tussen onderhouds- en verbeteringskosten. Er zijn drie mogelijkheden om onderhoud en restauratie te financieren:

    • Instandhoudingssubsidie is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten voor het reguliere onderhoud van een rijksmonument dat niet primair als woonhuis wordt gebruikt. Lees meer over instandhoudingssubsidie.
    • U kunt subsidie voor restauratie aanvragen bij de provincie. De regelingen verschillen per provincie. Lees hier meer over de verschillende regelingen.
    • Wilt u onderzoeken of de herbestemming van uw pand haalbaar is? Dan kunt u gebruik maken van de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten. Het is ook mogelijk om gelijktijdig subsidie aan te vragen voor het wind- en waterdicht houden van het pand gedurende het onderzoek. Onder deze regeling vallen alle panden van cultuurhistorische waarde. Lees meer over de financiering van herbestemming

    Voor of na het vergunningstraject

    In het geval van sommige provinciale regelingen wordt de subsidie pas verstrekt nadat de vergunning is verleend. In het geval van instandhoudingssubsidie wordt de subsidie toegekend op basis van een zesjarig onderhoudsplan, dus vóór het vergunningstraject. Ga bijtijds na welk scenario op uw situatie van toepassing is.

    Lening

    Als u een monumentaal pand gaat restaureren, kunt u voor de financiering van uw restauratie terecht bij het Restauratiefonds. Mogelijk komt u in aanmerking voor laagrentende financiering. Ook aankoop-, verduurzamings- of aanvullende financiering is mogelijk. Daarnaast kunt u gebruik maken van de kennis, tips en begeleiding van het Restauratiefonds. Lees meer over de financieringen van het Restauratiefonds.

    Fiscale aftrek

    Als eigenaar van een rijksmonument kunt u de kosten voor het onderhoud van uw pand fiscaal verrekenen met uw inkomen. Lees meer over deze fiscale aftrek.

    Beëindiging fiscale aftrek onderhoudskosten

    Op Prinsjesdag 2016 is aan de Tweede Kamer bekendgemaakt dat de fiscale aftrek van onderhoud aan rijksmonumenten per 1 januari 2017 zal worden beëindigd. Dit wetsvoorstel is aangehouden, zodat in 2017 fiscale aftrek voor de onderhoudskosten aan het monumentenpand blijft. Kijk hier voor de meest actuele informatie. 

     

  5. 5
    icoon voor planvorming

    Planvorming

    Aan de hand van de oriëntatiefase en het vooronderzoek gaat de architect of bouwkundig adviseur aan de slag met een concreet plan.

    Planvorming

    Afhankelijk van de omvang en de bouworganisatievorm kan in deze fase ook al een aannemer worden betrokken. Bij onderhoud en bij kleinere klussen (denk aan het vernieuwen van voegwerk of een dakgoot) maakt de eigenaar vaak samen met de (gespecialiseerde) aannemer het plan. Wanneer er in bouwteamverband of design & construct wordt gewerkt zit de aannemer ook al aan tafel in deze fase. In het geval van klein/eenvoudig onderhoud is er waarschijnlijk geen architect ingeschakeld. Dan is er slechts een werkomschrijving nodig. In dit plan worden de uit te voeren werkzaamheden beschreven. Op basis van deze omschrijving kan de aannemer een offerte opstellen. Hieronder staan de stappen in het geval van een uitgebreid (ontwerp)traject zoals bij een verbouwing of restauratie.

    Voorlopig ontwerp (VO)

    De architect maakt een voorlopig ontwerp naar aanleiding van gesprekken waarin u als eigenaar uw wensen heeft toegelicht. Het is de taak van de adviseur of architect om kritisch en met een open blik te kijken naar de mogelijkheden die het pand biedt.

    Vooroverleg met de gemeente

    Bij meer complexe projecten is het mogelijk om meerdere keren vooroverleg te voeren. Eerst aan het begin van het traject (zie stap 3) en vervolgens als het voorlopig ontwerp gereed is. U kunt het plan voorleggen aan de gemeente. Die geeft aan of overleg met de plaatselijke monumentencommissie en/of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodig is en coördineert dit. Vaak wordt hiervoor het onder stap 3 genoemde bouwplanoverleg bij het provinciale steunpunt benut. Op deze manier kunt u het plan toetsen en voorkomen dat u, wanneer u een omgevingsvergunning aanvraagt, niet voor vervelende verrassingen komt te staan.

    Definitief ontwerp (DO)

    Aan de hand van uw wensen en eventueel het vooroverleg met de gemeente wordt het voorlopig ontwerp bijgesteld en uitgewerkt tot een definitief ontwerp. Wanneer dat gereed is, kan er een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Lees daarover meer in stap 6.

    Bestek of werkomschrijving

    Als de gemeente aan de hand van de vergunningaanvraag nog opmerkingen heeft, kan het plan nog aangepast worden. Vervolgens kan het definitief ontwerp worden uitgewerkt tot een bestek. Dit is een uitgebreid document waarin het definitief ontwerp op detailniveau is uitgewerkt. Met deze bestekstukken weet de aannemer of uitvoerder precies wat de bedoeling is en op deze stukken kan hij zijn/haar offerte baseren. Maar dat is niet alles: in het bestek of de werkomschrijving moet namelijk een goede uitvoeringskwaliteit worden verankerd door de uit te voeren werkzaamheden eenduidig en gedetailleerd te omschrijven. Bijvoorbeeld door de Uitvoeringsrichtlijnen Restauratiekwaliteit van Stichting ERM op te nemen. Deze richtlijnen gaan in op specifieke werkzaamheden aan monumentale gebouwen. Zo kunnen restauratiebestekken worden verbeterd en misverstanden bij prijsvorming en uitvoering worden voorkomen.

    STABU-bestek

    STABU is en systematiek om opdrachten en werkzaamheden te beschrijven. Deze systematiek wordt vooral gebruikt in grotere opgaven, minder voor de kleine (onderhouds)werkzaamheden. In de STABU-systematiek zijn de Uitvoeringsrichtlijnen Restauratiekwaliteit van Stichting ERM opgenomen.

  6. 6
    icoon voor omgevingsvergunning

    Omgevings-vergunning

    Al eerder (stap 3) heeft u uitgezocht of u een vergunning nodig heeft. Houd er rekening mee dat sommige aanvragen langer (maximaal zes maanden) in beslag kunnen nemen.

    Omgevingsvergunning aanvragen

    Wellicht heeft u voor uw plan geen omgevingsvergunning nodig. Is dit wel het geval, dan kunt u, uw architect of adviseur de vergunning bij de gemeente aanvragen. Dat kan via het Omgevingsloket Online. Hier kunt u uw aanvraag invoeren met behulp van uw DigiD-inloggegevens. Uw aanvraag komt terecht bij de instantie die het besluit neemt over uw vergunning. Dat is bijna altijd de gemeente en soms de omgevingsdienst. Lees meer over welke werkzaamheden vergunningplichtig zijn en de te nemen stappen voor de vergunningsaanvraag in het artikel Omgevingsvergunning op deze website.

    Reguliere en uitgebreide procedures

    Bij kleine ingrepen hoeft de gemeente alleen advies te vragen aan de plaatselijke monumentencommissie en wordt binnen acht weken een beslissing genomen. Aanvragen voor meer ingrijpende werkzaamheden aan rijksmonumenten verlopen via de uitgebreide procedure en nemen maximaal zes maanden in beslag; het beoordelen kost meer tijd en de gemeente wint behalve bij de plaatselijke monumentencommissie ook advies in bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Wanneer het in zo’n geval om een monument gaat dat buiten de bebouwde kom van een stad of dorp ligt, vraagt de gemeente ook advies aan de provincie. Deze uitgebreide procedure is van toepassing als het gaat om:

    • (gedeeltelijke) sloop;
    • ingrijpende wijziging;
    • functiewijziging van het pand of een deel daarvan;
    • reconstructie.

    Moment van aanvraag

    Let op: als u eenmaal in het vergunningentraject zit, is er geen tussentijdse aanpassing meer mogelijk! Dat komt omdat de vergunning wordt getoetst op verschillende aspecten. Denk daarbij aan erfgoed maar ook aan brandveiligheid, parkeren, welstand, etc. In de meeste gevallen wordt de vergunningaanvraag ingediend nadat het definitief ontwerp gereed is, vóór de bestekfase. Dit kan echter per project verschillen. Laat u hierbij adviseren door uw architect/adviseur/aannemer.

  7. 7
    icoon voor de selectie van een aannemer

    Selectie aannemer

    Wanneer u een aanemer inschakelt, kunt u in veel gevallen van (klein) onderhoud volstaan met een specialist, zoals een dakdekkersbedrijf, schilder, stukadoor of metaalbewerker.

    Selectie aannemer

    U kunt aan uw architect of bouwkundig ingenieur vragen om directie te voeren. In dat geval houdt hij of zij er toezicht op dat de uitvoering van de werkzaamheden goed verloopt. Uw architect kan dan ook de gespecialiseerde (onder)aannemers selecteren. Als eigenaar is het echter wel belangrijk om bij de uitvoering betrokken te blijven. Hieronder vindt u een aantal aandachtspunten bij de selectie van een aannemer.

    Een aannemer kiezen

    De selectie van een aannemer is meer dan het aanvragen van een offerte. Het is ook verstandig om de werkwijze van de aannemers met elkaar te vergelijken. Heeft het bedrijf de juiste expertise in huis als het gaat om het onderhoud en de restauratie van monumenten? Schakel niet zonder meer de plaatselijke klusser in, maar ga op zoek naar een gespecialiseerd bedrijf. Selecteer niet per definitie de goedkoopste aanbieder, maar let ook op relevante ervaring, referentieprojecten en referenties van andere opdrachtgevers. Wees kritisch en kijk of de offerte van de aannemer ook daadwerkelijk aansluit op het bestek of de werkomschrijving. En tot slot: wees zo duidelijk en specifiek mogelijk in uw vraag – vastgelegd in een werkomschrijving of bestek – aan de aannemer. Een kozijn vervangen kan goedkoper zijn of lijken dan een reparatie, maar in een monument is dat niet gewenst. Lees meer over het verschil tussen conserveren, repareren en vervangen.

    Uitvoeringsrichtlijnen restauratie

    Vergeet niet om de Uitvoeringsrichtlijnen in de opdrachtverstrekking mee te nemen. Deze uitvoeringsrichtlijnen zijn terug te vinden op de website van Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM). Hier kunt u ook erkende bedrijven vinden die werken volgens deze richtlijnen.

    Gespecialiseerde onderaannemers

    In het geval van een grotere restauratie, verbouwing of herbestemming kan u een hoofdaannemer inschakelen, die op zijn beurt contact legt met gespecialiseerde (onder)aannemers. Bij kleinere projecten kunt u direct met een gespecialiseerde aannemer in zee gaan. Hiervoor geldt hetzelfde als bij de selectie van een (hoofd)aannemer: wees kritisch, vraag door en vraag om referenties. Ook gespecialiseerde aannemers zoals dakbedekkers, schilders en houtbewerkers kunnen zijn gecertificeerd op basis van ERM-beoordelingsrichtlijnen. Deze bedrijven zijn te vinden op de website van ERM. Er zijn ook diverse brancheorganisaties die erkende bedrijven vertegenwoordigen. De websites van deze organisaties staan onderaan deze pagina.

    Bouworganisatievorm

    U kunt van tevoren een prijsafspraak maken voor het totale project, maar bij complexere projecten kan het ook gebruikelijk zijn om in regie te werken. Dit houdt in dat u wel afspraken maakt met de aannemer over het uurtarief en materiaalkosten, maar dat de totaalprijs niet van tevoren vaststaat. Bij grotere projecten wordt ook wel een bouwteam opgericht, een samenwerkingsverband tussen de opdrachtgever en een of meer deskundigen. Als dit het geval is, wordt dit meestal in de oriëntatiefase vastgesteld. Lees meer over bouworganisatievormen.

    Garantie

    In de bouw is het gebruikelijk om een garantietermijn af te spreken. Het gaat dan vaak om een termijn van 10 jaar. Het is echter aan te raden om hier als eigenaar kritisch mee om te gaan. Een historisch pand heeft regelmatig onderhoud nodig en het is onmogelijk om alle risico’s uit te sluiten. Daarbij kunnen eisen die verbonden zijn aan garantie schadelijk zijn voor uw monument en uw portemonnee. Voorbeeld: een verfleverancier eist dat de oude onderliggende verlagen moeten worden verwijderd, terwijl het uit bouwhistorisch oogpunt wenselijk is om ze te behouden. Of de leverancier van een nieuwe pleisterlaag eist dat de muren helemaal tot op de baksteen moeten worden kaalgehakt, wat niet alleen ongewenste schade, maar ook extra kosten en overlast met zich meebrengt.

  8. 8
    icoon voor de uitvoering van een restauratieproject

    Uitvoering

    Tijdens de uitvoering kunt u voor onverwachte verrassingen komen te staan. Een goede communicatie met uw uitvoerende partij(en) is dan ook essentieel.

    Uitvoering

    Directievoering

    Wanneer de architect of bouwkundig adviseur de directie voert, heeft hij/zij de regie over het bouwproces. Hiermee wordt u zorg uit handen genomen. Toch is het aan te raden om als eigenaar mee te blijven kijken; houd hierbij de uitgangspunten in uw achterhoofd die in stap 1 zijn geformuleerd, zoals de onderdelen van uw pand van hoge cultuurhistorische waarde waar zuinig mee moet worden omgesprongen. Houd ook in de gaten dat de gemaakte keuzes tijdens de planvorming (conserveren, repareren of vernieuwen) worden nageleefd. In de uitvoeringsfase is het namelijk nogal eens nodig om de plannen bij te stellen.

    Verzekering

    Het is raadzaam uw verzekeringen goed te controleren. Tijdens de restauratie is een CAR-verzekering aan te raden. Deze verzekering dekt veel voorkomende risico’s tijdens een restauratie.

    Bouwoverleg

    Tijdens de uitvoering komen de betrokken partijen regelmatig bij elkaar om de voortgang te bespreken. Bij grotere projecten is het gebruikelijk om eens in de maand een bouwvergadering en werkbesprekingen te hebben. In het geval van subsidie kunnen de provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hier gesprekspartners in zijn. Ook hier geldt weer: wees als opdrachtgever alert. Laat u goed adviseren en houd de oorspronkelijke uitgangspunten in de gaten. Zorg dat werkafspraken en mogelijke wijzigingen in de uitvoering goed worden vastgelegd. Vaak zijn betrokken partijen geneigd om de werkzaamheden groter te maken dan noodzakelijk is. Houd dan ook in de gaten dat er niet meer wordt gedaan dan nodig is; liever een zorgvuldig uitgevoerd partieel herstel dan snel alles vernieuwd.

    Onverwachte keuzes

    In de uitvoering is het belangrijk om korte lijnen te hebben met degene die het budget beheert. Het kan voorkomen dat u voor verrassingen komt te staan. Welke ruimte biedt het budget? Moeten andere werkzaamheden komen te vervallen? Wat voor keuzes maak je dan? Wat als er toch monumentale waarden worden aangetast? Een voorbeeld: in uw pand zit een monumentale houten vloer, die moet worden hersteld. Er blijkt echter houtrot in de vloer te zitten, dus er moet een groot deel worden vervangen. Dit is niet conform de afgegeven omgevingsvergunning. Neem in dit geval contact op met de afdeling toezicht van de gemeente.

    Bouwhistorisch onderzoek

    Tijdens de uitvoering vindt soms aanvullend bouwhistorisch onderzoek plaats. Als u bijvoorbeeld voorzetwanden en verlaagde plafonds laat verwijderen, komen daar vaak verborgen details achter tevoorschijn die een verhaal vertellen over de geschiedenis van uw pand. Soms kan het wenselijk zijn om aan de hand van nieuwe inzichten het verbouwingsplan tussentijds aan te passen.

    De gemeente als toezichthouder

    Het is de taak van de gemeente om toezicht te houden en te controleren of de plannen worden uitgevoerd conform de verleende vergunning. Vaak wordt dit ervaren als een ‘vervelende’ controle. Toch is het een voordeel. De medewerker van de afdeling toezicht van de gemeente kan u helpen om te beoordelen of het werk de kwaliteit heeft die u mag verwachten. In sommige gemeenten wordt dit toezicht uitgevoerd door een omgevingsdienst.

    Oplevering

    Als alle werkzaamheden zijn voltooid, is het tijd voor de oplevering. Dit is juridisch een belangrijk moment. Nu beoordeelt u of uw aannemer al het werk naar behoren heeft gedaan. Als u subsidie ontvangt is dit ook noodzakelijk voor uw subsidieverantwoording en de subsidietoetsing. U kunt van tevoren met de aannemer afspreken dat hij/zij een opleveringsdocument levert. Bij complexere projecten is de gemeente ook betrokken bij de oplevering om te beoordelen of alles goed is gegaan.

  9. 9
    icoon voor onderhoudswerkzaamheden

    Beheer en onderhoud

    Het is verstandig om alle opgedane kennis op te schrijven voor later. Dit soort informatie kunt u vastleggen in een gebruikershandboek.

    Beheer en onderhoud

    Door een gebruikershandboek te maken hoeft u, of een toekomstige eigenaar van het pand niet opnieuw het wiel uit te vinden. Met welke vakmensen is er gewerkt? Welke installaties zijn gebruikt? Maar denk ook aan de juiste kleurnummers in het geval van schilderwerk. Het onderhoud van een historisch pand komt eens in de 6 tot 10 jaar terug. Dan is het handig om dit soort kennis voorhanden te hebben. In een handboek kunt u vastleggen welke materiaalsamenstellingen, verftypen, houtsoorten etc. zijn gebruikt. Zo kunt u bijvoorbeeld voorkomen dat een dampdoorlatende verf of pleister wordt overgeschilderd met een afsluitende verf.

    Problemen monitoren

    Wanneer zich problemen voordoen zoals vochtoverlast of een slechte luchtkwaliteit, probeer dan over een langere periode bij te houden en te documenteren om welke verschijnselen het gaat en welke relatie er lijkt te zijn met weersomstandigheden of gebruik. Voor de deskundige is dergelijke informatie onmisbaar om de exacte oorzaak van het probleem te vinden.

    Gebruikers informeren en betrekken

    Heeft u te maken met andere gebruikers of huurders? Betrek hen bij het wel en wee van het gebouw en vertel ze welke aspecten van het gebouw monumentaal zijn. Zorg voor draagvlak en begrip. Kweek goodwill zodat uw huurders ook in het belang van het monument willen handelen. Maak een gebruikershandboek om ze hierbij te helpen. Daarnaast is het ook zinvol om juridisch vast te leggen wat wel en wat niet mogelijk is in het pand. Zo kunt u bijvoorbeeld vastleggen in het huurcontract dat een muurschildering van grote monumentale waarde niet mag worden aangetast.

    Onderhoudsplan

    Eigenaren hebben vaak de wens om hun onderhoud grootschalig aan te pakken, zodat ze de komende 50 jaar geen omkijken meer hebben naar hun pand. Bij een monumentaal gebouw zit u echter vast aan regulier onderhoud met tussenpozen van ongeveer 6 à 10 jaar. Door uw pand regelmatig te onderhouden, kunt u grootschalige restauratietrajecten voorkomen. Dat is niet alleen in uw belang maar ook in het belang van het monument. Hoe langer een historisch gebouw immers wordt verwaarloosd, des te ingrijpender de werkzaamheden om het gebouw te herstellen. Voorbeeld: wanneer een dakgoot lekt, leidt dat vaak tot gevolgschade zoals een verrotte kapvoet of vocht- en zoutschade aan het stucwerk. Maak daarom een onderhoudsplan waarin u het onderhoud van de komende jaren vastlegt, maar ook stilstaat bij wat er moet gebeuren in het geval van calamiteiten. Met dit onderhoudsplan begint dit stappenplan weer van voren af aan. Wanneer het weer tijd is voor onderhoud, begint u weer bij stap 1