Buitenplaats Westhove, Oostkapelle

HISTORISCHE PARK- EN TUINAANLEG.

De Descriptio Zelandiae, een panoramakaart uit 1550, laat zien dat er ten westen van het kasteel een tuin was aangelegd met een rechthoekig bassin waarin een opvallend grote fontein. Ook Guicciardini schrijft in 1582 over de fraaie renaissance tuin van Westhove. Van deze renaissance-aanleg is vermoedelijk niets bewaard gebleven. Op de uit omstreeks 1750 daterende kaart van Oostkapelle, gemaakt door de Gebroeders Hattinga, heeft het noordelijk deel van de buitenplaats, dat achter de laan van oost naar west langs de voorburcht voert, een indeling in tien vakken met daarin ster-, ruit- en cirkel-patronen.

De park- en tuinaanleg van de buitenplaats kent momenteel twee verschillende componenten. Nabij het omgrachte gedeelte resteren enige rechte lanen van een vermoedelijk 17de eeuwse geometrische aanleg; deze lanen zijn weliswaar in de 20ste eeuw herplant, doch zij volgen het oude beloop van de lanen evenwijdig aan de verschillende delen van de rechthoekige slotgracht; zo voert de Wulpendreef, een laan beplant met inlandse eik (B 20ste eeuw) ten oosten van het kasteel vanaf de Domburgseweg via het 18de eeuwse smeedijzeren hek (voor de omschrijving van dit hek zie hierna) tot aan de voorzijde van de voorburcht; daar zet de laan zich in het park noordwaarts in rechte lijn voort als kastanjelaan (B 20ste eeuw); een laan beplant (B 20ste eeuw) met linden voert aan de noordzijde van het kasteel langs de voorburcht; langs de westgrens van de buitenplaats voert de vrijwel rechte Duinvlietweg, beplant met populieren en enkele kastanjes (B 20ste eeuw), naar de duinen aan de noordzijde. De slotgracht staat in verbinding met de driearmige vijver met slingerende oevers ten noorden van de lindenlaan.

In de landschappelijke component vormen de vijver - met de stenen brug gelegen temidden van iets geaccidenteerde gazons, die omzoomd zijn door boomcoulissen, en het eiland met de geringe verhoging in het midden, de belangrijkste nog gaaf resterende onderdelen van de landschapsstijl, die vermoedelijk door leden van de Zocher-familie vanaf het begin van de 19de eeuw zijn gecreëerd; de vijver begint smal, verbreedt zich naar het noorden, en heeft drie uitlopers met daarlangs gecreëerde zichtassen, één vanaf de omgrachting bij de voorburcht naar het noorden, één nog verder naar het noorden - bijna aan het einde bevindt zich de stenen brug en een naar het noordwesten; in de uitloper naar het noordwesten ligt het ronde, iets verhoogde, eiland waarover en langs twee zichtassen vanuit het kasteel lopen; deze uitloper voert naar de westgrens van de buitenplaats en de daar aanwezige laan. Op het eiland nu nog slechts stobben van gekapte bomen, enige naaldbomen en een tamme kastanje (A 20ste eeuw); het eiland is door vlonderbruggen met de oevers van de vijver verbonden; wandelpaden voeren langs de noordwest- en oostoever van de vijver; de gazons zijn begrensd door eiken (B 20ste eeuw) in coulissen; op het grote gazon rechts vanuit kasteel gezien, een groepje eiken, en twee solitairen, een linde en een eik, alle bomen B 20ste eeuw; enkele beuken (A 20ste eeuw) staan ten westen van het eiland; een perceel dennen (B 20ste eeuw) bevindt zich ten oosten van de kastanjelaan, met daaraan aansluitend berken.

De slingerende paden ten noorden van de vijver dateren vermoedelijk uit het begin van de 19de eeuw en zijn niet veel gewijzigd; de slingerpaden ten oosten van de vijver zijn vermoedelijk rond 1900 gewijzigd, een deel van de beplanting is nog aanwezig; vanaf het begin van de vijver bij de voorburcht leidt een golvend pad eerst westwaarts naar een nabij gelegen rond grasveld (vermoedelijk daterend uit het einde van de 19de eeuw) waaromheen in hoofdzaak lindebomen (B 20ste eeuw) zijn geplant om dan over het eiland te voeren via de houten vlonderbruggetjes, en vervolgens gesplitst te worden in een pad dat naar links min of meer de noordoever van de smalle vijver-uitloper naar de noordwesthoek van de buitenplaats volgt, en een pad dat naar rechts de westelijk oever van het brede deel van de vijver volgt; aan de oostzijde van de vijver voert een golvend pad, aanvankelijk onbeplant langs het grote gazon en verderop beplant met eiken (A 20ste eeuw), vanaf de stenen brug naar de oostgrens van de buitenplaats, waar de begrenzing ligt met de historische buitenplaats Berkenbosch; daar buigt het pad nog verder af naar het zuiden en leidt met een cirkelvormig pad om een groepje van vier naaldbomen (B 19de eeuw), die in een cirkel geplant zijn in de uiterste zuidoost hoek van de buitenplaats (het cirkelvormige pad is reeds aanwezig op de Topografische en Militaire kaart uit 1856), om vervolgens nog verder zuidwaarts te voeren in de richting van de zuidgrens, en vandaar terug te leiden naar het begin van de lindenlaan aan de noordzijde van de voorburcht.

De historische waarde van de tuin en parkaanleg heeft als hoofdbestanddelen: het beloop van de 17de eeuwse lanen nabij de slotgracht, de vroeg 19de eeuwse slingervijver met stenen brug en eiland, die in authentieke vorm is bewaard, alsmede de noordelijke slingerpaden uit de tijd van de aanleg (begin 19de eeuw) en de slingerpaden in het oostelijk deel met de beplanting uit het begin van de 20ste eeuw. Ook de Manteling die als windkering langs het pad aan de noordgrens is aangelegd (in westelijke richting tot aan de bebouwde kom van Domburg doorloopt en in oostelijke richting aan de noordzijde van de historische buitenplaats Berkenbosch) is een uniek en zeldzaam onderdeel.

Locatie

Rijksmonument nummer
507931
Complexnaam
Westhove
Provincie
Gemeente
Plaats
Complexomschrijving

OMSCHRIJVING

HISTORISCHE BUITENPLAATS WESTHOVE. Ten westen van het dorp Oostkapelle gelegen omgracht kasteel, oorspronkelijk daterend uit de 13de eeuw; het kasteel was vele eeuwen lusthof van de abten van Middelburg; het middeleeuwse kasteel is in 1572 verwoest, er resten slechts twee vermoedelijk 15de eeuwse hoektorens aan beide zijden van de middenpartij; deze middenpartij is vermoedelijk in de 17de eeuw herbouwd en in de 18de eeuw gewijzigd; haaks op het middendeel de westvleugel uit de 16de eeuw; de westelijke hoektoren is in de 16de eeuw verhoogd; in de 18de eeuw uitbreiding van de middenpartij aan de achterzijde; het één bouwlaag hoge achterste deel van de zuidoostvleugel ontstond vermoedelijk rond 1900. De voorburcht is in de 18de eeuw van zijn muren ontdaan en tegen de twee daar aanwezige 16de eeuwse torentjes zijn twee bouwhuizen geplaatst. De oranjerie, op enige afstand gelegen ten westen van het kasteel en de bouwhuizen, is in de tweede helft van de 18de eeuw gebouwd. Aan de Duinvlietweg (die aan de westzijde van de buitenplaats is gelegen en loopt van de Domburgseweg naar het duingebied) is een rond 1900 gebouwde dienstwoning gelegen.

Het kasteel heeft een belangrijke rol in de vaderlandse en Zeeuwse geschiedenis gespeeld; in de 16de eeuw was Karel V er tweemaal te gast; na de verwoesting in 1572 is het in de 17de eeuw herbouwde kasteel eigendom geweest van de families Boreel, Van Reigersberg, en Van de Perre. Tot de hoge bezoekers behoorden ook stadhouder prins Willem V en koning Willem III.

De bestemming van de buitenplaats is gedurende een aantal eeuwen niet gewijzigd, waardoor het complex als historische factor in landschappelijk en cultuurhistorisch opzicht een bijzonder waardevol element vormt; het kasteel wordt sinds 1889 niet meer particulier bewoond.

De buitenplaats is gelegen op de grens van een zand- en kleibodem.

Het kasteel ligt midden op de buitenplaats met de voorburcht aan de noordzijde. De omgrachting dateert vermoedelijk uit de 17de eeuw; om het kasteel vormt deze een vierkant en tezamen met de gracht om de opstallen op de voorburcht, een rechthoek; daarmee verbonden is een gracht in min of meer rechthoekige vorm die parallel aan de zijden van de eerste rechthoek loopt; het verloop is recht in het oosten, in het zuiden eveneens recht met in het midden een kleine ronding (die vermoedelijk 18de eeuws is), in het westen recht met afgeronde hoeken, en in het noorden in een rechte lijn schuin achter de oranjerie langs naar de voorzijde van de voorburcht; daar staat de omgrachting in verbinding met de slingervijver in het park.

Tuin en parkaanleg met zowel rechte bomenlanen ten oosten en ten noorden van het kasteel, welke vermoedelijk dateren uit de 17de eeuw, als een uit de 19de eeuw daterende en vermoedelijk door de Zocher-familie ontworpen, landschappelijke aanleg op licht golvend open terrein ten noorden van het kasteel met slingerende driearmige vijver en slingerende waterlopen, met op de zichtassen vanuit het kasteel aan de noordzijde van de vijver een markante stenen brug, die vermoedelijk dateert uit het begin van de 19de eeuw en aan de westzijde in de vijver een iets verhoogd eiland met een bolling in het midden; op de gazons enkele solitair geplaatste bomen alsmede boomgroepen; aan de randen boomcoulissen; de slingerpaden in de bospartijen ten noordwesten van de vijver dateren vermoedelijk uit het begin van de 19de eeuw, die ten oosten van de vijver en van het kasteel, zijn voor een deel, wat beloop betreft, uit het begin van de 19de eeuw, doch deels ook zeker wat de bestaande beplanting betreft van rond het jaar 1900; naar de grenzen van de buitenplaats dichtere bossen; de beplanting bestaat voornamelijk uit loofhout met daaronder een deel van de zgn. Manteling van Walcheren; dit is een natuurlijk eikenbos dichtbij de zeekust op het oudste deel van Walcheren, dat als een mantel beschutting biedt tegen de noordenwind. Op het voorplein tussen het kasteel en de beide bouwhuizen een vermoedelijk vijfhonderd jaar oude lindeboom. Aan de oostzijde van de buitenplaats en aan het begin van de eikenlaan vanaf de Domburgseweg een laat 18de eeuws toegangshek in Lodewijk XVde stijl met natuurstenen pijlers en smeedijzeren hekken.

Aan het eind van de 18de eeuw waren op de buitenplaats een hermitage en een belvedère aanwezig, waarvan geen sporen zijn terug gevonden; de hermitage lag vermoedelijk in de zuid-oost hoek van de buitenplaats, de belvedère was op een van de hoogste duintoppen gelegen.

Aan de zuidzijde is de buitenplaats begrensd door de Domburgseweg, die loopt van Oostkapelle naar Domburg, aan de noordzijde tot aan het rijwielpad in het duingebied van de Noordzee nabij de Manteling; aan de oostzijde is de begrenzing gelegen direct links van de Wulpendreef, de laan achter het 18de eeuwse toegangshek, en aan de westzijde direct rechts van de Duinvlietweg.

De ten zuiden van het kasteel en de oranjerie recent aangelegde Hortus Zelandiae (heemtuin) is voor de bescherming niet relevant.

Op de bij de omschrijving behorende kaart is de omgrenzing van het complex alsmede de aanduiding van de onderdelen aangegeven.

De historische buitenplaats Westhove is in cultuurhistorisch opzicht van belang, vanwege: - het vermoedelijk uit de 17de eeuw daterende kasteel met vermoedelijk 15de eeuwse hoektorens, dat in de 18de eeuw uitbreiding heeft ondergaan, waarvan de vorm, de plattegrond en de gevels karakteristiek zijn voor de tijd van ontstaan; dat architectuurhistorisch belangrijk is, typologisch waardevol is, alsmede zeldzaam en authentiek, en visueel de kern van de buitenplaats vormt; - de historische tuin- en parkaanleg met enkele rechte bomenlanen in de geometrische stijl, daterend uit de 17de eeuw en een wijdse aanleg in landschapsstijl met grote slingervijver, vermoedelijk daterend van na 1800, waaromheen open licht golvend terrein met gazons, alsmede slingerpaden door bossen, met daarin een deel van de Manteling, een voor Nederland unieke en historisch belangrijke bospartij; - de vermoedelijk uit het begin van de 19de eeuw daterende stenen brug die typologisch alsmede architectuur- historisch belangrijk is; - de beide 18de eeuwse bouwhuizen gebouwd tegen 16de eeuwse (hoek)torens aan; deze zijn in combinatie en op zich architectuurhistorisch en typologisch alsmede door hun situering waardevol; - de oranjerie uit de tweede helft van de 18de eeuw die architectuurhistorisch en typologisch van waarde is; - de vermoedelijk uit omstreeks 1900 daterende dienstwoning die typologisch van waarde is; - de ensemblewaarde van het kasteel met de beide bouwhuizen, de oranjerie en de dienstwoning; - het uit de late 18de eeuw daterende toegangshek met natuurstenen pijlers en smeedijzeren hek dat typologisch zeldzaam is; - de functioneel-ruimtelijke relatie tussen de verschillende onderdelen; - de kenmerkende ligging van de onderdelen 3,4 en binnen de 19de eeuwse parkaanleg in landschapsstijl, vermoedelijk ontworpen door leden van de Zocher-familie.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Historische aanleg Kastelen, landhuizen en parken Tuin, park en plantsoen oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Duinvlietweg 8 4356 ND Oostkapelle BY Ja
Types
Hoofdcategorie Subcategorie Beschrijving Notitie
Kastelen, landhuizen en parken Tuin, park en plantsoen Landschappelijke tuin
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
K 4074 Domburg
K 3879 Domburg
K 3787 Domburg
K 4073 Domburg
K 3878 Domburg
K 3789 Domburg
K 3788 Domburg
K 4072 Domburg
Bouwperioden
Start Eind Notitie Beschrijving
1550 1550 vervaardiging
Naar boven