Prinsenbosch 5, Gilze

Inleiding.

Voormalig LEGERINGSGEBOUW, tegenwoordig onderkomen voor asielzoekers, gesitueerd aan de oostelijke rand van het complex. Het pand is gebouwd in 1941-1942 als een imitatie van de Duits Ambachtelijk-traditionele bouwtrant.

Omschrijving.

Groot gebouwentype op rechthoekige grondslag onder een met verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak met wolfseinden. Tufstenen aanzetblokjes. Het gebouw is na de oorlog gesplitst en heeft een licht getoogde, terugliggende ingang aan elk van de korte zijden. Houten opgeklampte deuren met ijzerbeslag. De vensters aan de lange gevels zijn deels vergroot maar grotendeels nog origineel. Dakkapellen onder een zinken schilddak.

Waardering.

Het pand is van algemeen belang.

Het pand heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en bestuurlijke ontwikkeling.

Het pand heeft architectuurhistorisch belang vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. Het voormalig legeringsgebouw bezit als binnen het complex gelegen object ensemblewaarden vanwege de bijzondere betekenis van de situering, verbonden met de ontwikkelingsgeschiedenis van de vliegbasis Gilze Rijen; tevens heeft het ensemblewaarden vanwege de wijze van inrichting en voorzieningen.

Het pand is van belang wegens de functionele en typologische zeldzaamheid.

Locatie

Rijksmonument nummer
525904
Complexnaam
Prinsenbosch
Gemeente
Plaats
Complexomschrijving

COMPLEX-OMSCHRIJVING PRINSENBOSCH

Prinsenbosch, nummers: 2, 4A, 4B, 8, 10, 14, 16, 18, 20, 22, 24, 28, 30, 32A, 32B, 34, 36A, 36B, 38, 40A, 40B, 42A, 42B, 44, 46, 48, 52, 52A, 54, 56, 58, 60, 60A, 62, 64, 3A, 3B, 5A, 5B, 7, 9, 11, 11A, 13, 15, 17, 19, 21, 25, 27, 29, 31, 33, 35A, 35B, 37, 39A, 39B, 41A, 41B, 43, 45, 47, 49, 51, 53, 55, 57, 59, 61, 63.

Aantal onderdelen: 60

Algemene inleiding.

Als Nederland in mei 1940 bezet wordt, zien de Duitse bezetters al snel het militaire belang in van de luchtmachtbasis Gilze-Rijen. Deze was ontstaan toen er in 1910 vliegdemonstraties op de Molenheide gegeven werden. Vanaf 1914 wordt de basis, in verband met de mobilisatie, voor militaire doeleinden bestemd. Voor 1940 was het gebruik nog van bescheiden omvang; na de bezetting neemt het gebruik als basis voor de Luftwaffe sterk toe. In 1941 wordt begonnen met de bouw van uitgebreide voorzieningen voor de legering van het personeel van de luchtmachtbasis in en aan de noordoostelijke rand van het circa drie kilometer van de basis gelegen Prinsenbosch dat een onderdeel vormt van de uitgestrekte Chaamse bossen. Het terrein strekt zich over een lengte van circa 1250 meter uit langs en net buiten de bosrand en heeft een diepte die varieert van circa 200 tot 350 meter. De Duitsers bouwen een complex van circa vijftig vrijstaande gebouwen op een rechthoekige grondslag die, hoewel onder te verdelen in een aantal hoofdcategorieën, verschillend van omvang en functie zijn. De verschillende functies omvatten onder andere: LEGERINGSGEBOUWEN, KANTOREN, GARAGES, BADHUIZEN, MAGAZIJNEN, KANTINES, een KEGELBAAN, een GEVANGENIS en een MUNITIEMAGZIJN. De bouwwerkzaamheden zijn in 1942 voltooid. Na de oorlog komt het complex in handen van Defensie en worden er in de daaropvolgende decennia gebouwen geschikt gemaakt voor permanente bewoning, onder andere sinds ongeveer 1955 als huisvesting voor remigranten. Ook worden er verschillende gebouwen waaronder een complete installatie voor waterzuivering en algemene nutsvoorzieningen aan het complex toegevoegd. In de jaren zeventig en tachtig verliezen de gebouwen geleidelijk steeds meer aan betekenis voor Defensie en het complex wordt overgedaan aan het ministerie van Justitie dat er eind 1993 een OPVANGCENTRUM voor asielzoekers in vestigt. Nog slechts enkele gebouwen op het terrein blijven bij Defensie in gebruik en dienen voornamelijk communicatieve doeleinden. Eveneens worden enkele woningen aan de noordelijke rand van het complex verhuurd aan particulieren.

Architectonisch gezien is het interessant dat aan de gebouwen een overwegend landelijk uiterlijk is gegeven. Een dergelijke camouflage-aanpak was voor de Duitsers niet ongewoon; onder andere in Enschede, 's-Gravenhage, Leeuwarden, Eindhoven en Vught hebben militaire gebouwen een dergelijke ruraal ogend uiterlijk meegekregen. Het complex Prinsenbosch hoort samen met de vliegbasis Twenthe tot de meest compleet bewaarde hiervan. De Duitse camouflage-tactiek is effectief gebleken aangezien de gebouwen tijdens de oorlog geen noemenswaardige beschadiging hebben opgelopen. Ook de ogenschijnlijk willekeurige aanleg van het complex heeft hiermee te maken.

Wat ligging en oriëntatie betreft lijkt er tussen de verschillende gebouwen geen onderling verband te bestaan. Ze zijn aangelegd langs verschillende smalle bospaadjes die vaak een gebogen verloop hebben. De hoofdas wordt gevormd door de kaarsrechte weg Prinsenbosch die in het verlengde van de Nieuwe Maastrichtsebaan ligt. Deze weg vormt tevens de scheiding tussen het zuidwestelijk gelegen bos en het noordoostelijk gelegen weidegebied. In dit net buiten het bos gelegen gebied werden door de Duitsers ongeveer 10 gebouwen geplaatst. De hoofdmoot van het complex werd in het beschutte bosgedeelte aangelegd. Hoewel er, voor zover bekend, geen van de originele bouwtekeningen bewaard is gebleven, mag op stilistische gronden worden aangenomen dat de architect(en), die hun vormentaal aan de traditioneel georiënteerde Stuttgarter Schule ontleedden, Duits waren. De hoofdstijl kan dan ook gezien worden als een Duitse Ambachtelijk-traditionele bouwtrant. Vooral de stilistische overeenkomsten van de hoofdgebouwen nrs. 11 en 45 met de in 1942 door architect Karl Gonser (1902-1979) gebouwde Polizeikaserne (tegenwoordig Julianakazerne) in 's-Gravenhage zijn opvallend. Typerende elementen hierbij zijn onder andere de zeshoekige toren en de met natuursteen omlijste vensters.

De na de oorlog opgetrokken gebouwen vallen buiten de van rijkswege geldende bescherming.

Omschrijving. Vrijwel alle legeringsgebouwen zijn in hoofdvorm uitgevoerd als boerderij-achtige gebouwen van één bouwlaag op een rechthoekige grondslag en met hoge kapvormen. Meestal is de kern van de muren van de gebouwen van beton van ongeveer 42 cm. dikte met daaromheen een schil van machinale baksteen en zijn de gebouwen voorzien van zadel- of schilddaken met één of meer dakkapellen en gedekt met verbeterde Hollandse pannen. De goten van de meeste gebouwen rusten op houten klossen. Er wordt vaak gebruik gemaakt van aanzetstenen van tufsteen. De steeds recht gesloten vensteropeningen zijn klein, worden hoog in de gevel aangebracht en kunnen met vensterluiken afgesloten worden. De houten roedenramen hebben een kleine, meestal 16- of 20-ruits roedenverdeling. De zolderingen van de legeringsgebouwen zijn van beton; dit om bescherming tegen granaatinslagen te bieden. Het kapgedeelte was uit militair oogpunt oninteressant en had eerder een camouflage- dan een gebruiksfunctie. De meeste legeringsgebouwen kunnen dan ook gezien worden als een variatie op dit thema. Hoewel de grootte, de kapvorm, de plaats van de ingang of het aantal dakkapellen per gebouw sterk kunnen verschillen, blijven zowel de grondvorm als de oppervlakkige uiterlijke verschijning dezelfde. Vrijwel alle langwerpige legeringsgebouwen hebben intern een centrale gang die over de lengte-as van elk gebouw loopt. Zowel de utilitaire gebouwen, zoals onder andere de opslagvoorzieningen en de voormalige kegelbaan, als de hoofdgebouwen 11 en 45 wijken hiervan door een compleet andere verschijningsvorm of door een extreme grootte enigszins af. De gebouwen 11 en 45 kunnen evenwel gezien worden als een samenvoeging van twee of meer gebouwen van dit grondtype waaraan nog enkele decoratieve en representatieve elementen zoals vensteromlijstingen en een hoektorentje zijn toegevoegd.

Als na de oorlog het complex als geheel in handen van Defensie komt, worden er in de daaropvolgende decennia gebouwen geschikt gemaakt voor permanente bewoning. Dakkapellen worden gerenoveerd, een aantal vensters wordt vergroot en sommige van de legeringsgebouwen worden in twee of meer delen gesplitst en voorzien van een intern ketelhok. Ook worden er enkele nieuwe gebouwen op het terrein bijgebouwd. Als eind 1993 in het complex een asielzoekerscentrum gevestigd wordt, ondergaat een aantal gebouwen renovaties. Het betreft hier vooral dakkapellen, ramen en sanitaire en elektrische voorzieningen.

In veel gebouwen wordt in de na-oorlogse periode met name de zolderverdieping voor gebruik en bewoning geschikt gemaakt.

Dit gebeurt overigens zonder dat er intern werkelijk structurele wijzigingen plaatsvinden. Architectonisch gezien is de bebouwing aan de noordwestelijke zijde van het complex het best bewaard gebleven. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat er in dat gedeelte van het complex pas sporadisch gerenoveerd is.

Waardering. Het complex Prinsenbosch is van algemeen belang.

Het complex Prinsenbosch heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en bestuurlijke ontwikkeling. Het complex heeft architectuurhistorisch belang vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. Het complex Prinsenbosch heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere betekenis van de situering, verbonden met de ontwikkeling en uitbreiding van de vliegbasis Gilze Rijen; tevens heeft het ensemblewaarden vanwege de wijze van inrichting en voorzieningen. Het complex is van belang wegens de typologische en functionele zeldzaamheid.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Verdedigingswerken en militaire gebouwen Militair verblijfsgebouw oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Prinsenbosch 5 A 5126 NC Gilze Ja
Prinsenbosch 5 B 5126 NC Gilze
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
F 1040 Gilze en Rijen
Bouwperioden
Start Eind Notitie Beschrijving
1641 1642 vervaardiging
Naar boven