U bent hier

Leo Bredie en Herman Willems

De Porceleyne Fles: niets is wat het lijkt

Het pand van aardewerkfabriek De Porceleyne Fles in Delft is grondig gerestaureerd. Het is een rijksmonument uit 1930 en ook voor de ervaren Monumentenwachter Leo Bredie van het Erfgoedhuis Zuid-Holland bleek het pand verrassingen in huis te hebben.

Het gebouw van de Porceleyne Fles aan de Rotterdamseweg in Delft werd ontworpen door architect Anton van der Lee en in gebruik genomen in 1930. Het pand heeft kenmerken van de Nieuwe Zakelijkheid en van de late Amsterdamse School. Onlangs werd het grondig gerestaureerd. Dat werd mogelijk door een subsidie van de Provincie Zuid-Holland, die monumenten langs zogenaamde Erfgoedlijnen wil ontsluiten. De Porceleyne Fles ligt aan de Schie, een deel van de Erfgoedlijn Trekvaarten. 

Wij kunnen subsidieaanvraag goed onderbouwen

Subsidieaanvraag

Leo Bredie van de Monumentenwacht van het Erfgoedhuis Zuid-Holland was betrokken bij het restauratieproces van de Porceleyne Fles. ‘Toen de provincie Zuid-Holland de Erfgoedlijnen introduceerde, hebben wij voor restauratie van de Porceleyne Fles een subsidieaanvraag opgesteld. Dat valt buiten het traditionele werk van de Monumentenwacht, maar het past er goed bij. Wij hebben intensieve kennis van monumenten en kunnen zo’n aanvraag dus goed onderbouwen. De aanvraag van € 420.000 werd gehonoreerd en toen konden de restaurateurs aan het werk.’

Ik kijk als onafhankelijke partij mee met de restauratie

Vraagbaak

‘Na de honorering van de subsidieaanvraag heeft de Porceleyne Fles ons gevraagd om betrokken te blijven. We hebben geholpen bij het offertetraject en bij de keuze van de aannemer. Tijdens de werkzaamheden klom ik geregeld zelf even op de steigers. Ik kijk als een onafhankelijke partij mee met de restauratiewerkzaamheden en geef advies waar nodig. En we zijn een vraagbaak, bijvoorbeeld als het gaat om leveranciers, maar ook voor oplossingen van concrete problemen. Wij hebben als Monumentenwacht een flink netwerk opgebouwd, waar we een beroep op kunnen doen als we ingewikkelde zaken tegenkomen.’ 

Architect experimenteerde hier met nieuwe bouwtechniek

Stalen constructie

‘Bij dit project bleek maar weer eens dat niets is, wat het lijkt. Op de zuidwestelijke muur was veel scheurvorming. We ontdekten door verder onderzoek dat hier geen sprake was van lateien, maar dat er een volledige stalen constructie ingemetseld zat. Het lijkt op het skelet van een Amerikaanse wolkenkrabber en daar is dan een muur omheen gemetseld. Dit had ik nog nergens anders gezien. Het lijkt erop dat architect van der Lee hier met een voor Nederland nieuwe bouwtechniek heeft geëxperimenteerd.’

Gedurende de restauratie is het pand in gebruik gebleven als kantoor.

Kathodische bescherming

‘Het staal vervangen was geen optie. Er is nu gekozen voor kathodische bescherming, dat is een techniek die uit de scheepvaart afkomstig is. Je zet de staalconstructie continu onder stroom en daardoor kan je de roestvorming stoppen. Dit was voor het bouwproject een groot voordeel, want het pand hoefde nu niet leeg. Gedurende de restauratie is het pand in gebruik gebleven als kantoor, al was dat qua logistiek voor projectleider Herman Willems van de Porceleyne Fles wel een opgave.’

Dubbelglas moet besparing op de energiekosten opleveren.

Energie

De stalen constructie zorgde dus voor een verrassing. Ook de stalen kozijnen vormden een flinke klus. Alle kozijnen zijn eruit gehaald en bij smederij Pos in Hazerswoude geweest voor een grondige restauratie. Vervolgens is overal dubbelglas in geplaatst. Bredie: ‘De kosten daarvoor worden niet vergoed vanuit de subsidie, omdat het gaat om een upgrade. Door een besparing op de energiekosten verdienen de glazen zich hopelijk terug.’

Je kan geen verschil zien tussen de oude en de nieuwe bakstenen

Schilderen

Leo Bredie houdt altijd zijn ogen en oren open. Zo zag hij eens een kunstschilder die in opdracht graffiti verwijderde door er overheen te schilderen. Bredie: ‘Dat was een prachtige methode. Ik heb de naam van die kunstschilder onthouden, voor wanneer het eens van pas zou komen. Bij de Porceleyne Fles heb ik voorgesteld haar in te schakelen. Nieuwe stenen in een muur worden door haar nu overgeschilderd: je kan zo geen verschil zien tussen de oude en de nieuwe bakstenen.’

Wij zijn zeer te spreken over het resultaat.

Inmiddels is het restauratieproject bijna af, alleen het onderdeel bouwkeramiek moet nog worden afgerond. Projectleider Herman Willems van de Porceleyne Fles is tevreden: ’Het is allemaal toch nog vrij snel gegaan, uiteindelijk hebben de steigers dertig weken om het pand gestaan. Wij zijn zeer te spreken over het resultaat dat we in die periode bereikt hebben.’

Porceleyne Fles

Porceleyne fles Foto: Marloes Wellenberg

De Koninklijke Porceleyne Fles is een van de oudste bedrijven van ons land, opgericht in 1653. Porselein uit China was sinds de oprichting van de VOC in Europa erg populair. Hollandse plateelbakkers haakten hierop in door imitatieporselein van aardewerk te vervaardigen. Dit aardewerk kennen we nu als Delfts blauw. Na een flinke dip, kreeg de productie van Delfts aardewerk weer een nieuwe impuls vanaf 1876. Joost Thooft kocht in dat jaar de Porceleyne Fles en blies de productie van Delfts aardewerk nieuw leven in, onder andere door bouwkeramiek te leveren voor de Beurs van Berlage en het Vredespaleis. Eind jaren ’20 werkten zo’n 400 mensen voor de Porceleyne Fles, vanuit verschillende locaties in de stad Delft. Het werd toen tijd voor een nieuwe locatie aan de Rotterdamseweg. Daar bevindt het bedrijf zich nog steeds, als onderdeel van de Royal Delft Group.

Bron: Marloes Wellenberg, ‘Delfts icoon blijft verrassen. Monumentaal fabriekspand Royal Delft in oude glorie hersteld’, Monumentaal 3-2017 p 57-61.

Zie ook