Inleiding

TWEEDE COLUMBARIUM uit 1925-1926, deel uitmakend van het crematoriumcomplex Velsen. Dit door architect W.M. Dudok ontworpen columbarium heeft de vorm van een binnenhof die aan de noordoostzijde halfrond afgesloten wordt en aan de zuidwestzijde opent naar de duinen. Het columbarium heeft door deze aanleg een grote openheid. De openheid, die het geheel van plattegrond en opstand uitstraalt lijkt sterk verwant te zijn aan de ruimtelijke opzet van de Romeinse fora en thermae. Dit vermoeden wordt versterkt door het feit dat er in de absidiale beëindiging door Dudok een impluvium is aangebracht. Tevens ontwierp Dudok de uniforme urnen voor dit columbarium. In dit columbarium bevinden zich zowel open als gesloten urnengalerijen. De urnen in de gesloten urnengalerijen zijn niet alle door Dudok ontworpen. Twee door de beeldhouwer H.A. van den Eijnde in 1925-1926 vervaardigde sculpturen maken deel uit van het tweede columbarium: een bronzen vrouwenbeeld "De Overpeinzing" en een gevelsculptuur getiteld "De Overgave". Van den Eijnde genoot in zijn tijd een zekere bekendheid als vervaardiger van de sculpturen aan het door J.M. van der Meij ontworpen scheepvaarthuis, in Amsterdam (1912-1916) en in het postkantoor van J. Crouwel te Utrecht (1917-1924). Het werk van Van den Eijnde is net als dat van zijn tijdgenoot H. Krop plaatsbaar binnen het kader van het werk van de symbolistische schilders: J. Toorop, A.W. Konijnenburg, J. Thorn Prikker en A.J. der Kinderen. De houding van het bronzen beeld waarbij het hoofd rust op de hand is mogelijk geïnspireerd op de "Penseur" van A. Rodin. Ook het in 1931 door de beeldhouwster Gra Rueb vervaardigde urnenmonument voor dr. Aletta Jacobs en haar echtgenoot maakt deel uit van de bescherming. Opdrachtgever was een vanuit de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen gevormd comité. Het ceramische deel van dit wandmonument werd uitgevoerd bij "De Porceleyne Fles".

Omschrijving

Het tweede columbarium is gebouwd op een langwerpig grondplan dat aan de noordoostzijde eindigt in een halve cirkel. Het langwerpige gedeelte bestaat uit twee evenwijdige open urnengalerijen van één bouwlaag met zadeldak waartussen een ruime rechthoekige binnenhof met gazon. Binnen het twee bouwlagen hoge halfronde bouwlichaam is een impluvium (vergaarbekken voor regenwater) gesitueerd. Dit impluvium en de binnenhof worden van elkaar gescheiden door een dwarsvolume dat een voortzetting is van de gesloten urnengalerij op de verdieping van het halfronde bouwdeel. Op de begane grond heeft laatstgenoemde een open urnengalerij in de vorm van negen gekoppelde U-vormen die openen naar het impluvium en geheel bestaan uit vierkante urnennissen. De langsgalerijen ter weerszijden van het gazon tellen beide negen groepen dito urnennissen geplaatst tegen de binnenzijde van de buitenmuur. Op het dwarsvolume staat rechts (ZO) een hoge vierkante toren. Een lage bakstenen scheidingswand sluit de binnenhof op het zuidwesten ruimtelijk af. Het gehele columbarium is opgetrokken uit gele machinale waalsteen in Noords verband met terugliggende voeg, terwijl de toren bekleed is met zwarte en witte tegels. In de betonnen vloeren zijn geometrische patronen van gesmoorde (en witte) tegeltjes aangebracht. De met zwarte geglazuurde Hollandse pannen gedekte zadeldaken van de langsgalerijen rusten aan de buitenzijde op de nismuur en aan de binnenzijde op een arcade van vierkante bakstenen pijlers waartussen uitzicht geboden wordt op het tussenliggende gazon. De noordwestelijke langsgalerij wordt beëindigd door een lage halfronde traptoren met bovenin een zevental smalle diepliggende vensters voorzien van glas in lood. De zuidoostgalerij gaat over in de aanbouw uit 1937-'39. Het gazon heeft op een centrale plaats een eik en aan weerszijden gemetselde plantenbakken: acht aan de zuidoostzijde en een zestal aan de noordwestkant. Via een zestal treden gaat het gazon over in een bordes met daarop een verhoging waarop een beeld van H.A. van den Eijnde is geplaatst (zie verder). Boven het beeld bevindt zich de genoemde dwarsverdieping die de verbinding vormt tussen twee hogere en eveneens blokvormige bouwvolumes aan het noordoosteinde van de langsgalerijen. In de dwarsverdieping bevindt zich een gesloten urnengalerij die verlicht wordt door vier kleine, in de zuidwestgevel aangebrachte vierkante vensters onder brede betonnen lateien. De toren is aan de voorzijde (ZW) bekleed met witte tegels en aan de achter- en zijkanten met zwarte tegels. Bovenop de toren staat een gestileerde compositie van een stoel en een zandloper. Dit is een symbolische verwijzing naar de dood waarbij de overledene als het ware vanuit de hoge stoel over de wereld kijkt. In de voorzijde van het tussen de toren en de zuidoostelijke galerij gesitueerde grote rechter (ZO) bouwblok bevindt zich links een groot liggend venster waarnaast een hoekliseen die boven het platte dak bekroond wordt door een gevelsculptuur van H.A. van den Eijnde (zie verder). De eerste verdieping telt zeven smalle diepliggende vensters voorzien van glas in lood. In de noordwestgevel van het grote rechter bouwvolume bevinden zich op de begane grond vier vensters; de verdieping is aan deze zijde gesloten. Het noordwestelijke bouwvolume heeft een blinde parterre en op de verdieping een terugliggend geplaatst liggend venster. Tegen de bassinzijde van de twee buitenste volumes sluit het halfronde bouwvolume aan waarvan de buitenmuur geleed wordt door tien steunberen. De betonnen verdiepingsvloer van het halfronde bouwvolume heeft boven het pad rond het impluvium een ruim overstek waaronder metalen waterspuwers. Boven dit overstek is de (veelhoekige) eerste verdieping gesloten.

Het genoemde bronzen beeld stelt een zittende vrouw voor die met opgetrokken benen en een peinzende blik voor zich uit staart. Haar hoofd wordt ondersteund door haar rechterarm die op zijn beurt weer rust op het rechterbovenbeen dat bovenop het linkerbovenbeen ligt. Met de linkerarm ondersteunt de vrouw zich om in balans te blijven. Doordat alle ledematen zich groeperen aan de voorzijde heeft het beeld een frontaal karakter. De gevelsculptuur is uitgevoerd als een natuurstenen buste op een bakstenen sokkel. De vrij grof gebeeldhouwde buste stelt vermoedelijk een mansfiguur voor. Deze hemelwaarts kijkende figuur heeft een licht achteroverhellende torso en houdt zijn armen naar voren met de binnenkant van zijn handen boven. De in turquoise geglazuurde ceramiek uitgevoerde urnen in dit columbarium hebben een tapse vorm die trapsgewijs verjongd. De bovenste helft van de urnen verhult de eigenlijke asbus en kan worden opgelicht.

Het rechts in de noordoostmuur van het noordwestelijke bouwvolume aangebrachte urnenmonument voor Aletta Jacobs bestaat uit een symmetrisch opgezet wandmonument van crèmekleurig ceramiek met in het midden een terugliggend vlak waarvoor een bloembak en waarin een bronzen reliëf voorstellend een brandende fakkel tussen een naakte man en vrouw die met gevouwen handen geknield zitten op de wereldbol. In de gestileerde pijlers ter weerszijden van het middenvlak bevindt zich een urnennis met een bronzen urn en daaronder links het opschrift "CAREL V[icto]R/ GERRITSEN/ 1850-1905" en rechts "ALETTA H./ JACOBS/ 1854-1929". Boven het middenvlak is de tekst "IN MEMORIAM" aangebracht tussen twee kleine ronde reliëfs: links een uil als symbool van de wijsheid en rechts een esculaap als verwijzing naar het beroep van Jacobs. Aletta Jacobs was de eerste afgestudeerde vrouw in Nederland en de eerste vrouwelijke arts.

Waardering

Het tweede columbarium met bijbehorend bronzen beeld, gevelsculptuur, urnen en urnenmonument en de omringende tuinaanleg is van algemeen belang

- als historisch-functioneel onderdeel van het crematoriumcomplex Velsen;

- als karakteristiek werk uit het oeuvre van de architect W.M. Dudok en de beeldhouwer H.A. van den Eijnde;

- wegens de architectonische vormgeving;

- wegens de ensemblewaarde in relatie met de tuinaanleg en de andere onderdelen van het complex.

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Locatie

Monumentnummer
520669
Complexnaam
Crematorium Velsen
Provincie
Gemeente
Plaats
Complexomschrijving

Inleiding

Het crematorium Velsen, dat eigendom is van de Facultatieve Vereniging voor Lijkverbranding, is het eerste in Nederland gerealiseerde crematorium. Sinds de jaren negentig van de 19de eeuw had het bestuur van deze vereniging al vergevorderde plannen voor de bouw van een crematorium. In Hilversum, waar de vestigingsplaats in eerste instantie was gedacht, ondervond dit voornemen te veel tegenwerking (cremeren was tot in de jaren vijftig in Nederland bij de wet verboden), waarna besloten werd naar Westerveld uit te wijken. Dit eerste crematorium bestond uit een in 1912-1913 naar ontwerp van de Hilversumse architect M.A. Poel gebouwd CREMATORIUMGEBOUW met een aula en daaronder een urnengalerij die diende als eerste columbarium. In een later stadium is het crematorium Velsen tot drie keer toe uitgebreid naar ontwerp van architect W.M. Dudok. In 1925-1926 werd een TWEEDE COLUMBARIUM met open en gesloten urnengalerijen aan het complex toegevoegd. Het tweede columbarium bevat twee door de beeldhouwer H.A. van den Eijnde vervaardigde sculpturen uit de bouwtijd: een bronzen vrouwenbeeld genaamd "De Overpeinzing" en een gevelsculptuur in de vorm van een granieten buste getiteld "De Overgave". Tesamen met de troon, met gestileerde zandloper onder de zitting, op de toren vormen deze het allegorische programma van het tweede columbarium. Rond het tweede columbarium is in 1932 een in hoofdlijnen herkenbaar gebleven URNENVELD aangelegd naar ontwerp van de tuinarchitecte Neurdenberg. Dudok heeft voor deze urnentuin een serie paddestoelvormige urnen ontworpen. In 1936 kreeg Dudok de opdracht tot het ontwerpen van een DERDE COLUMBARIUM met bijbehorende urnen en aula. Het geheel werd tussen 1937 en 1939 gerealiseerd. Tevens werd in 1939 in dit columbarium een bronzen vrouwenbeeld van Van den Eijnde geplaatst. Gelijktijdig met de bouw van het derde columbarium werd in 1938 door Dudok een VIERDE COLUMBARIUM met open urnengalerij (het huidige columbarium 5) gerealiseerd voor de Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding. In 1951-1952 is tenslotte een eveneens open VIJFDE COLUMBARIUM (het huidige columbarium 4) toegevoegd dat door zijn vloeiende dakvorm duidelijk afwijkt van de eerdere uitbreidingen. Tot het complex behoort verder een door Dudok ontworpen ONTVANGSTGEBOUW uit 1937-1941 gelegen aan de Driehuizerkerkweg. De architectuur van dit gebouw en van het derde en vierde columbarium is duidelijk beïnvloed door de "International Style".

Omschrijving

Het op een duinrug gelegen crematoriumcomplex Velsen bevat zeven afzonderlijk te beschermen onderdelen: het zich verheffende crematoriumgebouw met koepel en de ingang op het zuidoosten, het direct noordelijk hiervan gelegen tweede columbarium dat in zuidwestelijke richting opent naar de duinen en bekroond wordt door een toren, het op de duinhelling rond het tweede columbarium aangelegde urnenveld, het derde columbarium (met aula) dat gelegen is ten zuidwesten van het crematoriumgebouw en zowel hiertegen als tegen het tweede columbarium aansluit, het circa 100 m westelijker gesitueerde vierde columbarium (op de westoever van de gedempte asverstrooiïngsvijver), het vijfde columbarium dat ingegraven is in de westhelling van de duinrug waarop het crematorium gebouwd is (de oostoever van de vroegere asverstrooiïngsvijver), en het circa 300 meter zuidelijker nabij het begin van de oprijlaan naar het crematorium gelegen ontvangstgebouw met de ingang aan de Driehuizerkerkweg. Het merendeel van de complexonderdelen is opgetrokken in baksteen: het crematoriumgebouw in rode baksteen, het tweede en derde columbarium in gele baksteen en het ontvangstgebouw in witgesausde baksteen. Het vierde en vijfde columbarium zijn grotendeels uitgevoerd in gewapend beton (in combinatie met gele baksteen). De gebouwen hebben uiteenlopende plattegronden en verschillende bouwhoogten. Ook de daktypen zijn divers: een spits koepeldak met bitumineuze dekking (crematoriumgebouw), zadeldaken met pandekking (crematorimgebouw, tweede columbarium), platte daken (tweede, derde en vijfde columbarium), bitumengedekte lessenaarsdaken met een geringe dakhelling (ontvangstgebouw), en betonnen schaaldaken (vierde columbarium).

Waardering

Het crematoriumcomplex Velsen, bestaande uit een crematoriumgebouw, een tweede columbarium, een urnenveld, een derde columbarium met aula, een vierde columbarium, een vijfde columbarium en een ontvangstgebouw, is van algemeen belang wegens cultuurhistorische, architectuurhistorische en typologische waarden als gaaf bewaard gebleven eerste crematorium van Nederland daterend uit de jaren '10 van de 20ste eeuw met uitbreidingen uit het tweede en derde kwart van de 20ste eeuw. De genoemde columbaria en het ontvangstgebouw zijn tevens van belang als karakteristieke werken uit het oeuvre van architect W.M. Dudok. Tevens heeft het complex situationele waarde vanwege de ligging op een duinrug.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Columbarium Uitvaartcentra en begraafplaatsen Crematorium (H) oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Duin- en Kruidbergerweg 2 1985 HG Driehuis NH BY Ja
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
G 1018 Velsen
G 972 Velsen
G 1019 Velsen
G 1009 Velsen
G 1008 Velsen
H 4721 Velsen
M 9259 IJmuiden
M 7169 IJmuiden
M 7168 IJmuiden
M 7167 IJmuiden
Bouwperioden
Start Eind Notitie Beschrijving
1925 1926 vervaardiging
Ambachten
Name Beroep Notitie
Dudok, W.M. ; Noord-Holland architect / bouwkundige / constructeur
Facultatieve Ver voor Lijkverbrandi ; Noord-Holland opdrachtgever
Eijnde, H.A. van den ; Noord-Holland beeldhouwer / steenhouwer / schrijnwerker
Rueb, Gra ; Noord-Holland beeldhouwer / steenhouwer / schrijnwerker
Naar boven