KASTEEL HEEZE

Het kasteel Heeze is gelegen aan het eind van een 500 meter lange oprijlaan, die ten oosten van de kom van het dorp Heeze een aanvang neemt vanaf de Kapelstraat. Het huidige gebouwencomplex wordt gedomineerd door het in de jaren 60 van de 17e eeuw vóór het oudere kasteel gesitueerde, streng symmetrische bouwwerk, tot stand gekomen naar een ontwerp van Pieter Post. In oorsprong omvatte het ontwerp een vierkant hoofdgebouw ter plaatse van het toen vervallen kasteel Eymerick met op het voorterrein haaks daarop twee stalgebouwen. Van het ontwerp werden de laatstgenoemde gebouwen uitgevoerd, die met elkaar werden verbonden door een dwarsvleugel met een poorttoren en de toegang tot het binnenplein, zodat een U-vormige bebouwing ontstond. Volgens de plannen zou slechts in één bouwlaag worden gebouwd, maar reeds in 1665 tijdens de bouw werd besloten de plannen te herzien en werd de voorgevel verhoogd tot twee lagen. Deze ingreep laat zich nog aflezen aan de zijde van het binnenplein en aan de hybride kapconstructie in het hoofdgebouw, waar verlengstukken aan de dakspanten zijn aangebracht.

Het frontgedeelte van het kasteel bestaat uit twee, vijf traveeën en twee bouwlagen tellende, in baksteen opgetrokken vleugels onder asymmetrische met leien gedekte geknikte zadeldaken, van elkaar gescheiden door de poorttoren en afgesloten door verhoogde (drie lagen) torenvormige, risalerende, hoekpaviljoens onder pyramidedaken, getooid door windvanen. De in beide bouwlagen en ook in de hoekpaviljoens gelijke vensters bevatten 32-ruits schuiframen. De eveneens licht risalerende poorttoren onder geknikt kegeldak, bevat de ingangspoort, omlijst door Toscaanse pilasters die een hoofdgestel dragen. Hierboven is een - later vergroot - venster met aan weerszijden de gebeeldhouwde wapens van de geslachten van Tuyll van Serooskerken en van Westreenen. Deze kwamen tegen het einde van de 18e eeuw in de plaats van oudere wapenschilden uit 1665 met het familiewapen van Snoeckaert van Schauburg. De middenpartij werd toen gewijzigd. De gevels, zowel van het frontgebouw als van de achtervleugels, zijn zeer sober uitgevoerd en bevatten alle 28-ruits schuiframen. Op de daken bevindt zich een aantal eenvoudige dakkapellen. In de twee naar achteren gebouwde, vijf traveeën brede vleugels wordt de architectuur van het frontgebouw voortgezet.

INTERIEUR

Het kasteel bevat dertig vertrekken. Belangrijke aanwinsten voor het interieur waren de verfraaiingen die omstreeks 1735 werden aangebracht door de toenmalige eigenaar Francois Adam Holbach. Begangegronds liet hij in de noordelijke vleugel een badkamer inbouwen. In de blauwstenen vloer is een gat uitgespaard, waarin een sleutelgatvormig marmeren bad is aangebracht, dat een afvoer heeft in de slotgracht. In deze badkamer voorts een rondnis met 2 dolfijnen en een schouw met Ionische zuilen, alsmede een afbeelding van de zon in stuc. Ook liet hij het viertal belangrijke 17e eeuwse wandtapijten met taferelen uit het leven van Alexander de Grote, naar tekeningen van Lebrun, aanbrengen in de grote salon. In de kleine salon zes Vlaamse tapijten, gemaakt naar gravures van werken van Petrus Paulus Rubens. Deze stammen waarschijnlijk uit dezelfde periode. Beganegronds voorts onder andere de rode kamer met schouw met jachtembleem; aan het einde van de westelijke vleugel een vertrek met marmeren schouw. Op de eerste verdieping bevindt zich in het midden boven de ingang een ovale muziekkamer, verfraaid met halfzuilen, stucplafond met koepel en symmetrisch vier nissen in de muur. Toen in de jaren 1796-'98 de ingang van het kasteel enigszins werd gewijzigd, werd deze zaal boven de poort aangebracht naar een ontwerp van de Luikse architect Nicolas Renier. Voorts op de eerste verdieping de Minervakamer met klassieke voorstellingen, vermoedelijk eind 18e eeuw met daarnaast de blauwe kamer, vermoedelijk uit dezelfde tijd met blauw behang en een schouw. In noordelijke richting in de hoofdvleugel een vertrek met goudleerbehang, stucplafond en marmeren schouw.

WAARDERING

Van algemeen belang vanwege:

- de verzorgde architectonische vormgeving van dit belangrijke voorbeeld van het oeuvre van Pieter Post;

- de hoge mate van gaafheid van exterieur en interieur;

- de functioneel-ruimelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats;

- de karakteristieke ligging in de onmiddellijke nabijheid van het voormalige kasteeleiland en in de historische park- en tuinaanleg.

Locatie

Rijksmonument nummer
515139
Complexnaam
Heeze
Gemeentenaam
Heeze-Leende
Provincie
Complexomschrijving

HISTORISCHE BUITENPLAATS HEEZE

In structuur en deels in detail gaaf bewaarde buitenplaats met de volgende onderdelen: Complexonderdeel 1 HET OUDE KASTEEL EYMERICK. Complexonderdeel 2 KASTEEL HEEZE. Complexonderdeel 3 STALGEBOUWEN AAN DE BINNENPLAATS. Complexonderdeel 4 TUIN- EN PARKAANLEG. Complexonderdeel 5 DUIVENTOREN. Complexonderdeel 6 IJSKELDER. Complexonderdeel 7 SLUISWERKEN. Complexonderdeel 8 TUINMANS- OF RENTMEESTERWONING. Complexonderdeel 9 NEDERZETTING AAN DE BOSLAAN. Complexonderdeel 10 JACHTHUIS. Complexonderdeel 11 BRUGGEN OVER DE SLOTGRACHT. Complexonderdeel 12 TOEGANGSHEK NABIJ DE DUIVENTOREN. Complexonderdeel 13 DRUIVENKAS. Complexonderdeel 14 BOERDERIJ Kapelstraat 29. Complexonderdeel 15 HEKWERK ROND WEILANDEN.

De historische buitenplaats Heeze is gelegen aan de oostzijde van het Heeze. Een 500m lange rechte laan verbindt het kasteel met het dorp. De geschiedenis van de heerlijkheid Heeze-Leende gaat terug tot in de 12de eeuw. Als eerste heer wordt in een oorkonde van 1172 genoemd Herbertus dominus de Hese, één van de edelen van Brabant in de tijd van Godfried III. Het bestaan van het huis wordt uitdrukkelijk vermeld in een oorkonde van 1203, waarin de hertog van Brabant en de graaf van Gelre verklaren hierop beiden rechten te verkrijgen. Uit de eerste uitvoerige omschrijving van 1405 blijkt dat het om een zeer aanzienlijk - zo niet het grootste - goed van Brabant gaat, met huizen, bossen en landerijen en als centrum het kasteel met de naam Emerick. In de 14e en 15e eeuw treedt het geslacht van Horn op als heer van Heeze en Leende tot het in de laatste helft van de 16e eeuw in bezit komt van Willem van Horn, die bekend is als Hezius of Van Heeze. Van het Kasteel Eymerick resteert thans (gesitueerd achter het nieuwere kasteel) een onregelmatig gevormd eiland, met daarop een zaalgebouw. Het kasteel ligt in een dal waar grote Aa en Sterkselse Aa samenvloeien en als Kleine Dommel of Rul noordwaarts stromen, een watersysteem waarin de omgrachting is opgenomen. Het complex was alleen bereikbaar via een ophaalbrug aan het einde van een brede dreef, die vanaf de weg Eindhoven-Weert naar het kasteel voerde en die thans de toegangsweg tot het kasteel is. De lanen, weilanden en bossen, die nog in 1440 het kasteel omgaven zijn vrijwel geheel vervangen door de latere, 17e eeuwse tuin- en, daarna de 18e en 19e eeuwse parkaanleg.

In 1615 wordt het kasteel gekocht door Albert baron Snoeckaert van Schauburg, die het plan opvatte ter plaatse een geheel nieuw kasteel te bouwen, een ontwikkeling die in de 17e eeuw overigens veelvuldig viel waar te nemen. Voor het ontwerp werd opdracht gegeven aan één van de meest bekende bouwmeesters van die tijd, Pieter Post, die reeds naam had gemaakt met onder meer het Mauritshuis en het Huis ten Bosch in Den Haag. Het plan omvatte een vierkant hoofdgebouw op het oude kasteelterrein met een rechthoekige voorburcht, alles in de stijl van het Hollandse Klassicisme. Uiteindelijk werd echter alleen de thans aanwezige U-vormige voorbouw uitgevoerd voor het terrein van kasteel Eymerick. Op het kasteeleiland, waar het nieuwe hoofdgebouw was geprojecteerd, en waarop zich nu nog het genoemde zaalgebouw bevindt, werd naast het oude kasteel een boerderij en een koetshuis opgetrokken. Het nieuwe kasteel, dat in 1665 gereed kwam, bezit een frontgedeelte met een streng symmetrische opzet van twee vleugels met in het midden een poorttoren en twee hoekpaviljoens aan de uiteinden. Daarbij werd afgeweken van het oorspronkelijke plan door het gehele bouwwerk te verhogen, zodat de vleugels van een extra woonlaag konden worden voorzien.

Heeze wisselde in 1733 van eigenaar en kwam in het bezit van Francois Adam baron van Holbach, die in 1735 het plein achter het kasteel door lage stalgebouwen liet omsluiten, zodat zich nu als het ware twee binnenplaatsen achter elkaar bevinden. Vanaf die tijd vonden uiterlijk weinig veranderingen aan het kasteel meer plaats.

Het ontwerp van het nieuwe kasteel omvatte tevens een plan voor de tuin met formele aanleg, omsloten door een vrijwel vierkante gracht, die thans geheel aanwezig is. Aan de voorzijde van het kasteel is de waterloop verdubbeld, zodat het kasteel over twee bruggen bereikt wordt. De buitenste waterloop aan de noordwestzijde en de gracht aan de zuidoostzijde bevatten twee sluisjes, die voor de waterbeheersing zorgdragen. Een opmeting uit het eind van de 18e eeuw, toen het kasteel inmiddels in eigendom was overgegaan naar Jan Diederik van Tuyll van Serooskerken, in 1796 gehuwd met Johanna Catharina van Westreenen, geeft inzicht in de door Pieter Post ontworpen tuinen, waarop een geheel geometrische indeling is te zien en die zich ook buiten de omgrachting uitstrekt, met name ten noorden en ten zuiden van de Boslaan. De aanleg bestaat hoofdzakelijk uit een geometrisch laanpatroon, dat vanaf de tweede helft van de 17e eeuw successievelijk tot stand kwam en waarbinnen verschillende plantages van loof- en naaldhout werden aangelegd. Enige van de huidige lanen dateren nog uit die tijd.

In de 90-er jaren van de 18e eeuw werd een begin gemaakt met de aanleg van de Engelse landschapstuin, die als één van de zeer vroege voorbeelden van een dergelijke aanleg in Noord-Brabant mag gelden. Met name de zgn. "Engelse tuin" en "de doolhof", waarin zich ook een ijskelder bevindt, getuigen daarvan. Deels door groen omzoomde weilanden, afgewisseld door bossen, geven invulling aan het terrein. Aan het eind van de Boslaan bevindt zich een boerderij met een nederzetting bestaand uit twee tegenover elkaar gelegen rijtjes woningen. Even ten noorden van deze kleine nederzetting bevindt zich het jachtopzienershuis Jachtlust. Binnen het carré van de omgrachting bevinden zich een dienstwoning met erf en druivenkas, een siertuin, een bloementuin, een tennisbaan, een boomgaard en een weide met vruchtbomen, alles in een rechthoekig aangelegd patroon. Aan het begin van de met klinkers bestrate toegangslaan bevinden zich een smeedijzeren hek en een duiventil.

WAARDERING

De HISTORISCHE BUITENPLAATS Heeze is van algemeen cultuur-, architectuur- en tuinhistorische belang:

- van wege de ouderdom;

- vanwege de vrij gaaf bewaarde structuur van de aanleg;

- vanwege de visuele samenhang van de complexonderdelen. Op de bij deze omschrijving behorende kaart is de omgrenzing van de bescherming aangegeven.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Kasteel Kastelen, landhuizen en parken Kasteel, buitenplaats oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Kapelstraat 25 5591 HC Heeze Ja
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
F 855 Heeze
Bouwperioden
Start Eind Notitie Beschrijving
1665 1665 verbouwing
Naar boven