U bent hier

Update Afschaffing rijksmonumentenaftrek en vervangende subsidieregeling

Monumentale grachtenpanden
29 oktober 2018

Op dinsdag 16 oktober 2018 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel 'Wet fiscale maatregel rijksmonumenten', dat gaat over de afschaffing van de fiscale aftrek voor eigenaren van rijksmonumenten. De Eerste Kamer behandelt dit wetsvoorstel op 10 en 11 december.  Als de Eerste Kamer met het wetsvoorstel instemt, komt de mogelijkheid om onderhoudskosten voor rijksmonumenten van de belasting af te trekken per 1 januari 2019 te vervallen. Vanaf dat moment is er een vervangende subsidieregeling beschikbaar voor particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie: de instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten. Wat betekenen de aanstaande wijzigingen voor rijksmonumenteigenaren?

  • Alle uitgevoerde en betaalde onderhoudskosten die een particuliere rijksmonumenteigenaar maakt in 2018 komen nog in aanmerking voor fiscale aftrek.
  • De nieuwe subsidieregeling, als alternatief voor de monumentenaftrek, gaat in per 1 januari 2019. De regeling geldt voor particuliere eigenaren van een rijksmonument met een woonfunctie.  Deze regeling bepaalt dat eigenaren een subsidie kunnen aanvragen van 38% van de instandhoudingskosten conform de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten. Na afronding van werkzaamheden kan een eigenaar over de kosten gemaakt in 2019 een subsidieaanvraag indienen in de periode van 1 maart t/m 30 april 2020. Er is geen minimum of maximum aanvraagbedrag. Aanvragen van meer dan € 70.000,- dienen onderbouwd te zijn met een adequaat inspectierapport van de technische en fysieke staat van het rijksmonument.
  • Het percentage van 38% subsidie op onderhoudskosten (die bijdragen aan de instandhouding van de monumentale onderdelen van het monument) is voor de jaren 2020 en 2021 vastgelegd, na die periode is een aangepast subsidiepercentage mogelijk. Het Kabinet heeft in de jaren 2020-2023 in totaal 200 miljoen euro beschikbaar gesteld voor deze woonhuissubsidie.
  • De subsidie kan aangevraagd worden via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Binnen 13 weken na de aanvraagperiode wordt bekend of de aanvraag wordt gehonoreerd en voor welk bedrag. Wanneer een eigenaar voor de subsidie in aanmerking wil komen, dan kan hij vooraf, voor dezelfde werkzaamheden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, geen laagrentende lening bij het Restauratiefonds aanvragen. Er is geen combinatie van een laagrentende lening en subsidie mogelijk voor dezelfde werkzaamheden. Een eigenaar maakt een keuze tussen laagrentend lenen (vooraf) of subsidie (achteraf).
  • De grondslag van de laagrentende lening bij het Restauratiefonds kan een eigenaar tot en met 31 december 2018 bij Belastingdienst Bureau Monumentenpanden laten vastleggen. Het ministerie van OCW heeft het Restauratiefonds gevraagd om het proces van vaststellen van de grondslag van de lening vanaf 1 januari 2019 te organiseren.
  • Alle rijksmonumenteigenaren die gebruik maken van een laagrentende lening van het Restauratiefonds kunnen het hele jaar door deze lening aanvragen. De hoogte van de lening bedraagt vanaf 1 januari 2019 100% van de instandhoudingskosten (onderhoud en restauratie), conform de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten. De eigenaar heeft hiermee de zekerheid van een financiering voor zijn plannen. Bovendien leent een eigenaar-bewoner tegen 1% rente, 10 jaar vast.

Link naar de conceptregeling zoals deze op 12 oktober naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Op de website van de RCE staat informatie over de actuele ontwikkelingen: https://cultureelerfgoed.nl/dossiers/subsidies  Daar vindt u ook de meest recente Kamerbrief over de regeling.