Monumentale wandkunst

Monumentale wandkunst is kunst die een vast onderdeel uitmaakt van een gebouw. Denk bijvoorbeeld aan mozaïeken, betonreliëfs of wandschilderingen, maar ook glas-in-lood ramen en wandtapijten vallen onder deze categorie. Wederopbouw en wandkunst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden

Kunst met een boodschap

Tussen 1940 en 1965 is er veel monumentale kunst geproduceerd. Het bevindt zich meestal in openbare gelegenheden: scholen, stations, kerken, winkelcentra, kantoren, theaters en gemeentehuizen. Kunstenaars als Wally Elenbaas, Louis van Roode en Lex Horn brachten beeldende kunst midden in de maatschappij en onder de mensen. Het was vaak kunst met een boodschap, toegesneden op de locatie, functie en gebruikers van het gebouw.

Hoewel wij bijna dagelijks gebruikmaken van deze gebouwen, zijn de kunstwerken en de kunstenaars nauwelijks bekend. En door het nagelvaste karakter ondergaat deze kunst vaak hetzelfde lot als de gebouwen waar zij in, op of aan zit. Veel wederopbouwwijken, gebouwen en dus ook de daarmee verbonden kunstwerken, worden bedreigd in hun voortbestaan.

Voorbeeld van Mozaiek
Afbeelding
Doe wel doe niet lijst

Stappenplan voor behoud van monumentale kunst

Om te voorkomen dat meer waardevolle monumentale kunst uit de wederopbouwperiode zomaar verdwijnt, is een Stappenplan voor het behoud van monumentale kunst ontwikkeld. Met dit plan kunnen eigenaren en beheerders op een verantwoorde wijze een beslissing nemen over beheer, behoud of afstoten van een kunstwerk. 

Voorbeelden van monumentale wandkunst

Drie voorbeelden van monumentale wandkunst.

  • Emmauskerk in Den Haag

    De Emmauskerk, voorheen de Antonis en Lodewijkkerk, is een van de Top 100 monumenten uit de wederopbouwperiode 1940-1958. Het is ontworpen door de architecten F.P.J. Peutz en W.C. Wouters. De aanwijzing tot rijksmonument was onder meer te danken aan het werk van beeldend kunstenaar Eugene Laudy. Hij heeft voor de kerk de glas-in-loodramen gemaakt: een beglazing van twee wanden van 40 meter breed en acht meter hoog.

  • Voormalige LTS Amsterdam

    In het ontwerp van dit gebouw aan de Wibautstraat in Amsterdam ging de architect Ben Ingwersen in zee met kunstenaar Harry op de Laak. Op de Laak experimenteerde met een nieuwe techniek: gegoten betonreliëfs. Hij bracht over de volle hoogte van een wand in het trappenhuis een contrareliëf aan van kranen en machine onderdelen. Ook aan de buitenkant van het gebouw vervaardigde Op de Laak kunstwerken. Een daarvan is diens Modulor-figuur, een gepolychromeerd betonreliëf, verkleed als bouwvakker in blauwe overall bij een betonmolentje. 

  • Provinciehuis Arnhem

    De provincie Gelderland kreeg in 1946 de vrijheid van het rijk om ‘voor de eerste keer in de geschiedenis van het koninkrijk’ een eigen monumentaal Huis der Provincie te mogen bouwen. De opdracht werd gegeven aan architect Jo Vegter en zijn technische co-architect H. Brouwer. Zowel uitwendig als inwendig is het Provinciehuis van grote hoeveelheden kunst voorzien. Zo zijn er enorme natuursteenmozaieken en meerdere ‘mobiele fresco’s’. In combinatie met de voorbeeldig ingerichte binnenruimtes heeft het geheel nu bijna een museale allure.

Een uniek overzicht van vergeten naoorlogse kunst

Meer lezen? Bestel dan het boek 'Kunst van de wederopbouw in Nederland 1940 -1965'. Dit boek bevat portretten van kunstenaars, kunstwerken, interviews, technieken en historisch en recent beeldmateriaal.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) speelt vooral een rol bij rijksmonumenten. Ze wijzen namens de minister van OCW rijksmonumenten aan, verlenen subsidie voor restauratie en onderhoud, houden het rijksmonumentenregister bij en adviseren gemeenten bij ingrijpende wijzigingen van rijksmonumenten.

Naar boven