Spuistraat 295, Amsterdam

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Woonhuis Woningen en woningbouwcomplexen Woonhuis(K) oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Spuistraat 295 1012 VS Amsterdam Ja
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
F 1609 Amsterdam
Bron: Rijksmonumentenregister

Tijdlijn Spuistraat 295

  • Een nieuwe topgevel en sigaren onder de rook van ‘Dorrius’

    1933

    In 1933 voert eigenaar C.A.F. Dorrius een verbouwing uit. Het huis krijgt onder meer een nieuwe topgevel. De oude gevelsteen ‘De Loosman’ blijft bewaard en wordt weer ingemetseld.

    Na 1933 wordt een klein deel van de benedenverdieping van het huis onderdeel van café-restaurant Dorrius, dat al van 1890 is gevestigd in het aangrenzende pand tussen de NZ Voorburgwal en de Spuistraat. Café-restaurant Dorrius bestaat tot 1987.

    Rond 1930 – 1942 is in het pand enige tijd het sigarenmagazijn van J. Rennette gevestigd (zie afbeelding uit Stadsarchief Amsterdam).

    Van 1987 tot het faillissement in april 2025 is in het pand het Indonesisch restaurant Kantjil & de Tijger gevestigd.

    Bron: Paul Hofhuis
  • Familie in de buurt

    1850

    Tussen 1800-1899 wonen in het huis Herman Ruscheblat en Joannes Hofhuis, beiden geboren in Neuenhaus. Hun families zijn daar al sinds de 18e eeuw met elkaar verbonden.

    Nog 7 familieleden migreren uit Neuenhaus naar Amsterdam, en wonen allen in de buurt van de NZ Achterburgwal/ Spuistraat:

    2 broers van Herman Ruscheblat:
    • Antonie is vanaf circa 1815 broodbakker aan de Nieuwe Nieuw-straat
    • Joannes is ‘koopman’, ‘commissionair’ en later ‘bank van leeninghouder’; hij woont tot ca. 1836 aan het Rokin

    4 broers en een halfzus van Joannes Hofhuis:
    • Herman heeft van 1835-1853 aan de Nieuwendijk een winkel in ‘Linnens, Bonten, en Wollen gemaakte Kleederen, Zeemansgoederen, enz.’
    • Johannes is vanaf 1836 ‘koek- en banketbakker’ en ‘confiseur’ aan de Kalverstraat
    • Albertus is vanaf 1835 ‘banketbakker’ en ‘confiseur’ aan de Hartenstraat’
    • Johan begint in 1846 een kledingwinkel aan de Nieuwendijk
    • Angelina trouwt in 1836 met ‘koopman’ Albert Griepink en woont aan de Nieuwendijk en de Brouwersgracht

    En de tweede generatie:
    • Joannes’ Hofhuis zoon Johannes heeft vanaf 1868 het Behangselpapiermagazijn “Noord-Holland” aan de Korte Nieuwendijk
    • Johan Hofhuis’ zonen Johan en Anton zetten de kledingzaak aan de Nieuwendijk, hoek Martelaarsgracht voort; zoon Rudolf begint ca.1890 het kledingmagazijn ‘Old England’ op de Dam, hoek Nieuwendijk
    • Antonie Ruscheblat’s zoon Joannes is van 1859-1872 pastoor van de kerk 'De Krijtberg' aan het het Singel

    Bron: Paul Hofhuis
  • Familie Hofhuis-van Harxen, lommerd aan ‘de stinksloot'

    1850

    Van 1836 tot 1889

    Hierbij een foto van de Nieuwe Zijds Achterburgwal in 1857, ongedempt. Men noemt het dan ‘de stinksloot’. Na de demping in 1868 verandert de straatnaam in ‘Spuistraat’. Het adres van het huis is eerst ‘Spuistraat F 63’ en na de omnummering in 1875 ‘Spuistraat 295’.

    Op 6 april 1836 hertrouwt Herman Ruscheblat met Maria Johanna Barendse. De trouwakte vermeldt geen woonadres.

    Vanaf ongeveer eind 1836 wordt het huis bewoond door Joannes Hofhuis (Neuenhaus 1810) met zijn gezin. Joannes is een halfbroer van Angelina Hoffhuis (zie vorig verhaal). Hij trouwt op 11 februari 1836 met Joanna Henrica van Harxen uit Lichtenvoorde, een nicht van Herman Ruscheblat’s eerste vrouw Joanna Avink-van Harxen.

    Joannes en Joanna Hofhuis krijgen vijf kinderen. Het gezin bewoont het pand tot begin 1889. Joanna’s beroep is bij het huwelijk in 1836 al ‘bank van leeninghoudster’, hetzelfde beroep als dat van haar tante Joanna Avink – van Harxen die begin 19e eeuw in het huis woonde. Joannes Hofhuis is later ook ‘bankhouder’.
    Hebben Joanna en Joannes de bank van lening overgenomen van tante Joanna Avink-van Harxen en Herman Ruscheblat?

    Joannes Hofhuis overlijdt op 29 maart 1889, zijn vrouw Joanna al eerder, op 30 november 1882.

    Bron: Paul Hofhuis
  • Een lommerd in “De Loosman”

    1800

    Van circa 1800 tot 1835

    Rond 1800 wordt het huis vernieuwd, met behoud van de gevelsteen. Het adres is eerst ‘NZ Achterburgwal by ‘t Spuy 5’, en na de omnummering in 1853 ‘buurt F nr. 63’ (zie kaart uit 1853; het huis aangegeven met blauwe stip).
    Vanaf circa 1800 woont er de familie Avink – Van Harxen. Antonie Avink (1748 Amsterdam) trouwt op 24 april 1783 met Joanna van Harxen (1754 Lichtenvoorde). Antonie en Joanna krijgen tussen 1784 en 1793 vijf dochters. Moeder Joanna is ‘bank van leeninghoudster’.

    Na het overlijden van Antonie hertrouwt zijn weduwe in september 1803 met Hermanus Ruscheblat. Herman is in 1776 geboren in Neuenhaus, een stadje in het Duitse graafschap Bentheim, ca. 25 km. ten noorden van Oldenzaal. Herman is rond 1800 naar Amsterdam gemigreerd. Hij wordt stiefvader van de dochters Avink, én ook ‘bank van leeninghouder’.
    In 1821 trouwt dochter Antonia (1791) met Joannes Ruscheblat (1779 Neuenhaus), jongere broer van haar stiefvader Herman. Joannes is rond 1800 ook naar Amsterdam gemigreerd. Hij is ‘koopman’ en ‘commissionair’, en woont aan het Rokin.

    Waarschijnlijk komt Angelina Hoffhuis (1797 Neuenhaus) begin jaren ‘20 na het overlijden van moeder Joanna helpen in de huishouding. Angelina is een nicht van Herman Ruscheblat. Ze woont in bij het gezin. In huis bevalt ze op 12 februari 1831 van haar zoon Johannes. De geboorte-akte vermeldt geen vader. De zoon krijgt de achternaam van zijn moeder: Hofhuis.

    Herman Ruscheblat woont tot ca. 1835 in De Loosma

    Bron: Paul Hofhuis
  • Glazenmaker Jan Lootsman Jansz. woont in "De Loosman"

    1650

    Het huis staat rond 1650 bekend onder de naam “De Loosman”.
    Dat zit zo: Sinds 1647 is Jan Lootsman Jansz. huurder. Huiseigenaars zijn de kooplieden Balthasar Schouten en Cornelio Moyaert. Op 1 juni 1660 koopt Jan Lootsman het huis voor 2050 gulden. Jan is glazenmaker. Met een zinspeling op zijn naam noemt hij het huis ‘de Loodsman’. Hij zet een gevelsteen met een man die met een peillood het water peilt, en schrijft daaronder, zoals men dat toen ook uitsprak: “De Loosman”.

    Jan Lootsman is niet lang eigenaar van het huis. In 1678 gaat het over in handen van Herman van Hattum, en daarna verandert het nog een aantal keer van eigenaar.

    Er zijn in de 17e eeuw in Amsterdam meer huizen met deze naam. Ze hebben alle betrekking op de zeevaart. Het zijn vaak winkels waar zeevaartkundige boeken en zeekaarten worden verkocht.

    (bron: Stadsarchief Amsterdam, o.a f. NZ, fol. 263. Spuistraat nr 295. Kw. 2H, fol. 29 dd 1 June 1660) .

    Bron: Paul Hofhuis

Voeg een verhaal over dit monument toe aan de tijdlijn

Weet u meer over dit bijzondere monument of heeft u een herinnering over dit monument? Vul de tijdlijn aan. Deel uw verhaal en houd dit monument springlevend.

Andere monumenten in de buurt

Naar boven