528494, Rozendaal

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Inleiding

BEGRAAFPLAATS "De kasteel", gelegen in het bos ten noorden van het kasteel. Aangelegd in 1838 in opdracht van de eigenaresse van Kasteel Rosendael, baronesse Torck-Huyssen van Kattendijke voor de bijzetting van haar twee overleden kinderen. De begraafplaats stond van het begin af aan aan de gemeente Rozendaal ter beschikking voor de bijzetting van ingezeten. De begraafplaats werd in 1860 en wederom in het begin van de 20ste eeuw uitgebreid. In 1938 vond er een verdubbeling van het oppervlak plaats. De scheiding tussen het oude en het nieuwe deel werd door de huidige nog bestaande beukenlaan aangegeven. De graven zijn in rechthoekige, veelhoekige en lobvormige velden gegroepeerd, waartussen paden.

Omschrijving

Aan de zuidkant bevindt zich de oudste grafkelder van de begraafplaats, ontworpen door J.D. Zocher (1838-1840). Het graf heeft de vorm van een driehoek, waarvan de basis in rusticablokken opgebouwd is en bekroond wordt door een zwaar driehoekig fronton waarin Kasteel Rosendael geschreven staat.

In het midden van de begraafplaats staat een grafkelder met twee bijzondere bouwwerken in neostijlen. Een neogotisch grafhuisje in natuursteen dat naar boven in een spitsboog toeloopt en bekroond wordt door een gotische pinakel, die zich eveneens bevinden op de pilasters aan beiden zijden van het gebouwtje. De centrale metalen deur wordt geflankeerd door dubbele pilasters met Korinthische fantasiekapitelen. Om het gebogen tympaan boven de deur tekent zich de lijn van een spitsboog af waarom heen in gotische letters Huyssen van Kattendijke staat geschreven. Halverwege de deur zijn aan weerszijden kransen van steen aangebracht. Dit grafwerk wordt door een lager deel verbonden met een grafhuis met neoclassicistische stijlkenmerken met opschrift in de trant van de Amsterdamse School. Het massief rechthoekig bouwblok wordt bekroond door een zwaar hoofdgestel waarvan het driehoekig fronton aan de bovenkant afgestompt is en gedecoreerd met ranken en schelpmotieven.

Grafmonument van P.A. de Genestet. In 1862 geplaatst, ontworpen door de kunstenaar H.M. Tetar van Elven (1827-1899). Het monument in een neogotische stijl bestaat uit een hoge hardstenen opstand op een sokkel met centraal een nis met keperboog met daarin de naam P.A. DE GENESTET. Voor de opstand ligt op het graf een geprofileerde deksteen met daarop de tekst FIAT VOLUNTAS (Uw wil geschiede).

Grafmonument van W.J. Hofdijk uit 1888. Binnen een hardstenen rand met daarop vier pilaren met daartussen een hekwerk van buizen bevinden zich twee grafmonumenten.

Grafmonument van B. ter Haar uit 1892 in neogotische en neoklassieke stijl. Het gelede monument is opgebouwd uit een centrale kolom op een basement waarop de jaartallen 1806 en 1880 zijn opgenomen met in het midden een cirkel met daarin een rouwkrans.

Een achttal graven van tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen militairen. De graven 652 tot en met 654 en 663 tot en met 667 betreft acht grafmonumenten voor geallieerde militairen behorende tot de Commonwealth War Graves. Het betreft acht identieke stèles van kalksteen met een betonnen rand met daarin een grindbed en een graftuin.

Een grafkelder voor de familie Luden midden 19e eeuw, in neoclassicistische stijl.

Graf 428: twee grafmonumenten uit 1927 voor de familie Brandts Buys. Links het monument, gehouwen uit kalksteen, toont een vrouw met vier kinderen om haar heen en op schoot. Achter de figuur is een hoge opstand opgenomen waar de beeltenis van een pelikaan is opgenomen met vier jongen die ze voedt met bloed uit haar borst. Rechts van dit monument is het grafmonument van Brandts Buijs zelf opgenomen. Diens blik is gericht op het monument van zijn vrouw.

Eénlaags lijkenhuisje met zadeldak uit 1900 in het verlengde van de hoofdas die daarmee een formeel zichtpunt kreeg. Het huisje is gebouwd in een sobere neoclassicistische stijl op een vierkante grondslag.

Aan de rechterzijde van de begraafplaats liggen twee stroken, een korte (graven 254-265) en een lange (graven 266 – 297 etc.) met graven voor vroeg overleden kinderen van ‘het gewone volk’. Hun graven zijn nagenoeg alle gedekt met keien, die in het bos gevonden konden worden. De stenen liggen in lange hopen op de graven in verschillende configuraties. Bij sommige is een grotere platte kei op het hoofdeind geplaatst.

Op de begraafplaats bevinden zich twee grafvelden die eenvoudig zijn ingericht met alleen houten paaltjes op de graven als markering. Onderaan, op het oudste gedeelte betreft het de graven 136 tot en met 247 en meer naar boven de graven 298-322 en van 349 met intervallen tot 497.

Waardering

De BEGRAAFPLAATS, onderdeel van de historische buitenplaats Rosendael, is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang:

- wegens de ouderdom;

- wegens de bouwwerken in neostijlen;

- wegens de historische relatie met de buitenplaats.

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Locatie

Monumentnummer
528494
Complexnaam
Rosendael
Provincie
Gemeente
Plaats
Complexomschrijving

HISTORISCHE BUITENPLAATS KASTEEL ROSENDAEL

Omschrijving complex

De historische buitenplaats ROSENDAEL bestaat uit een HOOFDGEBOUW (1), de HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG (2), TUINKOEPEL (3), SCHELPENGALERIJ (4), BEDRIEGERTJES MET SCHELPENWAND (5), CASCADE MET STROOMGODEN (6), SCHELPENGROT MET WATERVAL (7), WILDKELDER (8), WATERHUISHOUDKUNDIGE WERKEN (9), WAGENSCHUUR (10), HOVENIERSWONING (11), PORTIERSWONING (12), BOERDERIJ (13), STAL BIJ BOERDERIJ (14), HOOFDINRIJHEK (15), TOEGANGSHEK (16), TOEGANGSHEK(17), TUINVAZEN (18), ZONNEWIJZER (19), MUZIEKKAPEL (20), BEGRAAFPLAATS (21). De omgrenzing van het complex alsmede de aanduiding van de complexonderdelen staan op de bijbehorende kaart aangegeven.

Kasteel Rosendael kent een bijzondere ligging in een dal met grote waterpartijen. Deze ligging in het dal en de aanwezigheid van water vormen de hoofdelementen die vanaf de stichting van het kasteel in het begin van de 14de eeuw tot op heden de structuur en het karakter van het landgoed bepalen. Het kasteel dat begin 1300 gebouwd werd door graaf Reinald I van Gelre in het dal van stuwwallen uit de voorlaatste ijstijd moest ter verdediging omgeven worden door water. Dit gebeurde door het aanboren van sprengen hoog in het dal en het kunstmatig opstuwen van de waterloop. Met dit kunstmatig opstuwen van het water konden tevens de watermolen en waterraden die hier in 1396 aanwezig waren, worden aangedreven. De middeleeuwse burcht bestond uit een voorburcht, hoofdburcht en donjon als kern van het complex. Het geheel was omgeven door een weermuur met hoektorens en een gracht met ophaalbruggen. In de 16de eeuw werden op het landgoed zes papiermolens en een korenmolen gebouwd, aangedreven door het water uit de stuwvijvers. Tot 1615 werd het kasteel bewoond door graven en hertogen van Gelre; hierna verloor het zijn verdedigbare functie en deed het tot 1830 dienst als zomerverblijf en vervolgens als permanente verblijfplaats voor verschillende adellijke families. Met uitzondering van de verkoop van het huis in 1579 is het huis vier eeuwen lang door vererving van familie naar familie overgegaan, totdat het in 1978 eigendom werd van de Stichting Het Geldersch Landschap en in 1982 van de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. De families Van Dordt, Van Arnhem, Torck en Van Pallandt die het huis bewoond hebben gaven ieder vanuit een persoonlijke voorkeur, wegens aanpassingen aan de gangbare mode en vanuit de maatschappelijke, ambtelijke en financiële positie opnieuw vorm aan huis en park. Het kasteel onderging in 1615 voor het eerst ingrijpende veranderingen nadat Dirck van Dorth jr. (1574-1629) Rosendael in 1570 van Willem van Scherpenseel had gekocht. Met behulp van stenen uit het middeleeuwse muurwerk werd aan de donjon een tweebeukig huis gebouwd, afgesloten door trapgevels. De donjon bleef behouden als uitdrukking van de ouderdom van het landgoed. Aan de oostzijde van het huis werd een hoog ingangspaviljoen geplaatst, gelegen aan de binnenplaats die aan de overige zijden geflankeerd werd door een galerij, keukengebouw en volières. In 1667 werd Jan van Arnhem (1632-1721), die als vertrouwensman van de Koning-Stadhouder tot de hofkring gerekend kon worden, heer van Rosendael. Van Arnhem was een bewonderaar en kenner van de tuinkunst en onder hem kreeg het landgoed binnen de bestaande hoofdstructuur die werd bepaald door de hoogteverschillen van het terrein en de stroomrichting van het water, een nieuwe tuinaanleg. Deze hoofdstructuur leende zich nauwelijks voor een geometrische rangschikking van lanen, parterres en vijvers langs een centrale middenas, wat toen in de mode was. Allereerst ontbrak een lange oprijlaan op de middenas van het kasteel. De zuid-noord lopende toegangslaan draaide pas op korte afstand van het huis naar de ingang toe, in oost-west richting. Ten tweede belemmerden de vijvers, die in een gebogen lijn achter het huis lagen, een continuïteit van een centrale as door het terrein. Van Arnhem deelde de tuin onder in verschillende tuinen, gescheiden en omsloten door lanen, zodat het verkrijgen van vergezichten duidelijk geen doel vormde. De onderdelen apart kenden wel een geometrische indeling in vakken. Dankzij de natuurlijke aanwezigheid van water kon in de vorm van bassins, fonteinen en cascaden aan de eisen van een moderne Franse tuin beantwoord worden, eveneens door diverse tuinsieraden als grotten en priëlen en de aanleg van een Sterrenbos en doolhof. De vriendschappelijke relatie met het koninklijk echtpaar en hun veelvuldige bezoeken aan Rosendael leverden enkele bouwprojecten op, zoals de nu niet meer aanwezige Belvedère voor Willem III, een hofkabinetje ten behoeve van Mary Stuart en een nieuwe stal op het voorplein voor de koninklijke paarden. In 1721 erfde de neef van Van Arnhem, Lubbert Adolph Torck (1687-1698), Rosendael. Onder hem onderging het huis ingrijpende veranderingen om het naar de nieuwe smaak van de tijd, het classicisme, vorm te geven. Het tweebeukige huis met de trapgevels werd tot een ogenschijnlijk kubusvormige bouwmassa met lijstgevel verbouwd. Het hoge ingangsportaal werd afgebroken en maakte plaats voor een klassiek tempelfronton en een statige trap voor het huis. Tevens werden de bestaande dienstgebouwen ten noorden en oosten van het voorplein vervangen door nieuwe stallen, een koetshuis en oranjerie aan de noordzijde van het plein, haaks op de zijvleugel van het huis. Deze situering van bijgebouwen slechts aan één zijde van het hoofdgebouw zorgt voor het ongebruikelijke L-vormig complex zoals dat nu nog aanwezig is. De gevels van het huis en de bijgebouwen werden, volgens de nieuwste mode, voorzien van een pleisterlaag. In de donjon werden de twee verdiepingen tot één ruimte met hoog koepelgewelf samengebracht ten behoeve van een huisbibliotheek. De toren die hiermee iets verlaagd werd, kreeg als bekroning de lichtkoepel van de inmiddels afgebroken Belvedère van Willem III. Deze lantaarn werd echter rond 1800 door brand verwoest zodat de toren tot de restauratie in 1980 een vlakke bovenkant bezat. Na de eerste aanzetten tot het aanbrengen van landschapschappelijke elementen en het wegwerken van de geometrische vormen in 1781 onder Assueer Jan Torck (1733-1793) en dertig jaar later door Reinard J.C. Torck (1775-1830), werd de gehele tuin in de jaren 1836-1838 onder A.L. Adolph Torck (1806-1842) in de stijl van een Engels landschapspark vormgegeven. Het nieuwe tuinconcept van J.D. Zocher jr. zorgde voor de opdeling van de vijf hoekige vijvers in drie langgerekte waterpartijen met golvende contouren, glooiende grasvelden, slingerpaadjes, boomclusters, solitairs en een gevarieerd kleurenpalet. De 18de-eeuwse tuinornamenten bleven behouden en werden in de nieuwe aanleg ingepast. Overige wijzigingen die onder Adolph Torck plaats vonden en nu nog aanwezig zijn, betreffen de bouw van de oranjerie door J.D. Zocher (1836-1837; thans reconstructie) het logement boven op de heuvel (1837, gesloopt in 2007) en nieuwbouw van stal en koetshuis aan de noordkant van de zijvleugel van het huis (1841-1842). De ornajerie en het logement werden belangrijke blikvangers in het park. Van 1843 tot 1977 is Rosendael in bezit geweest van de familie Van Pallandt. In 1854 werd onder baron R.J.C. van Pallandt door architect L.H. Eberson de veranda aan de zijvleugel aangebouwd en het interieur van het huis en de zijvleugel gemoderniseerd, waarbij 18de-eeuwse onderdelen als stucplafonds en betimmeringen vervangen werden door historiserende nieuwe elementen. Tevens werden in het park door tuinarchitect Dirk Wattez veranderingen aangebracht, zoals de aanleg van een inmiddels verdwenen Engelse tuin tussen de schelpengrot en de bedriegertjes. Onder Wattez werd de aanleg op de Smidsberg, de Koningsberg en langs de Rozendaalselaan gereorganiseerd. In 1891 werd de pleisterlaag op het huis en de aanbouw volgens de toen opkomende mode verwijderd. Een nieuw onderdeel in de tuin vormde de aanleg in 1904 door tuinarchitect L.A.Springer van een geometrische rozentuin tussen de oprijlaan, het kasteel en de oranjerie, wat voorheen slechts een weide was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door bombardementen en beschietingen de zijvleugel, de zuidkant van het huis, de oranjerie, de schelpengalerij en het rosarium zwaar beschadigd. De oranjerie was zo zwaar beschadigd dat die moest worden afgebroken. Na de overdracht van Rosendael in 1978 aan de Stichting Het Geldersch Landschap/Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen werden kasteel en park hersteld, waarbij oranjerie werd herbouwd in 1990. Daarom komt de oranjerie voor bescherming nog niet in aanmerking. Hetzelfde geldt voor de gereconstrueerde kettingbrug.

Waardering Het COMPLEX HISTORISCHE BUITENPLAATS KASTEEL ROSENDAEL is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang wegens

- de zeer hoge kwaliteit van de aanleg, van de overige complexonderdelen en van de samenhang tussen aanleg en complexonderdelen;

- de grote invloed die dit complex op de aanleg van tuinen van Nederlandse buitenplaatsen in de 17de, 18de en 19de eeuw heeft gehad;

- de gaafheid;

- de ouderdom.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Begraafplaats Uitvaartcentra en begraafplaatsen Begraafplaats en -onderdelen oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Rozendaal BY Rosendael 1, Rozendaal, Rozendaal Ja
Types
Hoofdcategorie Subcategorie Beschrijving Notitie
Kastelen, landhuizen en parken Tuin, park en plantsoen
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
C 554 Rozendaal
C 553 Rozendaal
C 552 Rozendaal
Bouwperioden
Start Eind Notitie Beschrijving
1838 1838 vervaardiging
Naar boven