Westkade 103
Fors dwarspand, met gepleisterde lijstgevel, eerste helft XIX. Op een plint van natuursteen waarin de vensters van het souterrain en de gebosseerde benedenverdieping is de hoofdverdieping arcadegewijs opgetrokken.
Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.
Inleiding
Bakstenen, drie beukige neo-gotische kruisbasiliek met fronttoren, in 1891/1892 gebouwd naar ontwerp van J.Th.J. Cuypers door aannemer C. Mulders uit Raamsdonksveer. De kerk kwam tot stand onder "bouwpastoor" A.G. Blankers en is de opvolger van de "kerkschuur" uit 1739 welke op hetzelfde terrein, direct naast de huidige, stond. Het interieur, met name afwerking en inrichting, werd tijdens een renovatie-herinrichting in 1965 sterk gewijzigd in de trant van de Bossche School waarbij belangrijke, voor de architect kenmerkende, details verloren zijn gegaan en waarbij het interieur, waaronder koorinrichting en altaren, gedeeltelijk is ontmanteld. De tijdens deze herinrichting aangebrachte zaken komen niet voor bescherming in aanmerking. Het orgel valt buiten de bescherming. De zes stuks gebrandschilderde ramen in de westgevel van het transept werden omstreeks 1956 aangebracht en vallen eveneens buiten de bescherming.
Omschrijving
Het bouwwerk is geheel opgetrokken uit rode machinale baksteen in kruisverband, voorzien van banden in gele steen. De gevels zijn geplaatst op een natuurstenen plint en worden afgesloten door een sobere houten gootlijst op een uitkragende siermetselwerk band.
Het muurwerk is voorzien van kettingankers. De zeven vensters in het priesterkoor, het bovenlicht van de hoofdentree en het venster ter plaatse van de orgelnis in de oostgevel zijn in zandsteen uitgevoerd; de overige vensters in baksteen. De zijbeuken worden door steunberen in traveeën verdeeld met per travee één spitsboogvormig glas-in-lood venster, waarboven, in het opgaand gevelwerk van het middenschip, steeds een reeks van drie spitsboogvormig vensters. De vensterdorpels en afdekplaten in de steunberen zijn getrapt uitgevoerd. De topgevels van het transept bezitten in het bovenste deel een groep van drie spitsboogvormige vensters waarboven een kleine venstergroep ter verlichting van de kapruimte. Het vijf-vlaks koor bezit in elk gevelvlak een rijk glas-in-lood venster. Aan de noordzijde, grenzend aan het koor bevindt zich een kapel met rijke glas-in-lood vensters. In de centrale torenbouw tegen de oostgevel is een spitsboogvormige entreepartij met een getraceerd glas-in-lood bovenlicht aanwezig. Daarboven zijn respectievelijk een gevelband met gemetseld mozaïek, een drielichtvenster onder een spitsboog ter hoogte van de orgelnis en een reeks van drie spitsboogvensters met glas-in-lood aangebracht. Ter hoogte van het luidwerk bevinden zich aan alle zijden van de toren reeksen van drie spitsboogvormige galmgaten. Aan weerszijden van de toren bevinden zich drielichtvensters, ter plaatse van de doopkapel respectievelijk de rechter kapel in het verlengde van de zijbeuken.
In de hoek tegen het koor bevindt zich aan de Zusterstraat de sacristie, die bestaat uit een verdiepingloos, drie traveeën breed bijgebouw onder een eigen zadeldak. De rechthoekige vensters zijn als drielicht uitgevoerd. De rechter travee bevat een vernieuwde entree. In 1897 is een bestaand bouwwerk tegen de noordelijke gevel, mogelijk een restant van de oude kerk, tot berghok verbouwd. In 1925 is dit platgedekte gebouw vergroot en via een poort en buitenruimte vanaf het voorterrein, buitenlangs toegankelijk gemaakt.
Schip en transept zijn voorzien van zadeldaken gedekt met leien. De viering wordt bekroond door een opengewerkte dakruiter met een leien gedekte torenspits. De zadeldaken bezitten kleine, met leien gedekte dakkapellen ter verlichting van de kapruimte. De hoofdtoren bezit een achtvlaks, met leien gedekte spits, bekroond door een kruis en haan. Aan de voet van de spits bevinden zich wijzerplaten in dakkapelachtige elementen. De oorspronkelijke wijzerplaten uit 1892 zijn in de loop der tijd vervangen.
Na de interieuraanpassingen uit de jaren zestig van deze eeuw heeft met name het middenschip een versoberd aanzien gekregen waarin het egaal grijze schilderwerk op de muren overheerst. Overige afwerkingen, waaronder muurwerken en kolommen in schoon metselwerk uit rode machinale "Stekene Steen" met geel-zwarte banden, de zijbeukgewelven en het hoofdportaal zijn nog oorspronkelijk. De gewelfplafonds in de zijbeuken zijn gemetseld in de vorm van kruisribgewelven, de overige gewelven in schip, transept en priesterkoor zijn uitgevoerd in beton (cementijzer) met ribben van de firma Picha & Stevens te Sas van Gent. Schip en transept bezitten een tongewelf met geknikte kruin, het priesterkoor een kruis- en een straalgewelf en de viering een stergewelf. De sacristie is voorzien van een betonnen tongewelf.
De gewelfschildering in het priesterkoor met goud-groene decoratie op de ribben is nog origineel.
Het merendeel van de glas-in-lood ramen is sober uitgevoerd met maaswerk in blauw-beige-geel. Van bijzondere waarde zijn de drie figuratieve gebrandschilderde glas-in-lood ramen in het priesterkoor, vervaardigd in het Roermondse atelier van F. Nicolas & Zn., mogelijk naar ontwerp van Cuypers. Vermoedelijk is ook het driedelig gebrandschilderd raam uit 1896 in de Heilig Hart kapel uit dit atelier afkomstig. In de jaren 1929-1931 werden de overige figuratieve gebrandschilderde ramen, vervaardigd in het atelier van Hendrik Coppejans te Gent, in de kapel en in het priesterkoor aangebracht. De gangpaden in de kerk zijn in natuursteen uitgevoerd, mogelijk nog afkomstig uit de oude kerk.
Waardering
Kerk van algemeen belang vanwege cultuurhistorische waarde en van architectuurhistorische waarden als zeer zeldzaam voorbeeld van een betongewelfconstructie in de bouwperiode. Het geheel is van ensemblewaarde voor het aanzien van de stad.
| Functie | Hoofdcategorie | Subcategorie | Functietype | Is hoofdfunctie |
|---|---|---|---|---|
| Kerk | Religieuze gebouwen | Kerk en kerkonderdeel | oorspronkelijke functie | Ja |
| Straat | Getal | Achtervoegsel | Postcode | Plaats | Locatie | Situatie | Is hoofdadres |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Markt | 4 | – | 4551 BK | Sas van Gent | – | – | Ja |
| Kadastraal perceel | Kadastrale sectie | Kadastraal object | Appartement | Kadastrale gemeente |
|---|---|---|---|---|
| – | C | 5344 | – | Sas van Gent |
| Start | Eind | Notitie | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| 1891 | 1892 | – | vervaardiging |
| Hoofdcategorie | Subcategorie | Beschrijving | Notitie |
|---|---|---|---|
| Religieuze gebouwen | Kerk en kerkonderdeel | Rooms-katholieke kerk | Kruisbasiliek |
| Stijl | Substijl | Zuiverheid | Notitie |
|---|---|---|---|
| Neo-Gotiek | – | invloeden | – |
| Name | Beroep | Notitie |
|---|---|---|
| Cuypers, J.Th.J. ; Zeeland | architect / bouwkundige / constructeur | – |
| Mulders, C. ; Zeeland | aannemer / uitvoerder | – |
Elk monument vertelt een eigen verhaal en geeft daarmee een gezicht aan een buurt, plaats of regio. Omdat deze prachtige herbestemming in de jaren 2018-2019 getransformeerd werd, kunnen de gegevens inmiddels verouderd zijn. Evenzogoed blijft dit verhaal een inspiratiebron voor uw herbestemmingsplannen van religieus erfgoed.
Voor het symbolische bedrag van 1 euro kocht Stichting Behoud Cuyperskerk in 2018 de rooms-katholieke kerk in het Zeeuwse Sas van Gent. De stichting kreeg een ‘bruidsschat’ mee, 70.000 euro, ter compensatie van het achterstallig onderhoud. Het doel van de overname was tweeledig: de monumentale kerk behouden en het centrum van Sas van Gent nieuw leven inblazen.
De geschiedenis van de Cuyperskerk begint in 1739. Er wordt een kleine kerk gebouwd in ‘Sas’, een stad die in Zeeuws-Vlaanderen net binnen de landsgrenzen van Nederland ligt, aan het kanaal van Gent naar Terneuzen. Het kerkgebouw is 150 jaar later te klein en wordt vervangen door de Cuyperskerk, die is vernoemd naar de architect Joseph Cuypers. Hij is de zoon van de bekende Amsterdamse architect Pierre Cuypers, die onder andere het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam heeft ontworpen. In mei 1892 wordt de Cuyperskerk in gebruik genomen.
De rijksmonumentale status dankt het gebouw aan het bijzondere tongewelf, dat is gemaakt van cementijzer uit de Sasse fabriek van het bedrijf Picha-Stevens. Het is voor het eerst in Nederland dat een gewelf met dat materiaal wordt gerealiseerd.
Stichting Behoud Cuyperskerk herbestemt het religieus erfgoed tot een overdekt marktplein: Markt 4, vernoemd naar het adres. Horeca, winkels, kantoren en marktkramen trekken dagelijks publiek. Van dagjesmensen tot ondernemers. Inwoners van Sas van Gent vallen er binnen voor een boodschap, cadeautje of een snelle hap, bereid door cliënten van een zorgorganisatie. De grootste trekpleister is de slager, die sinds de opening van Markt 4 weer terug is in het centrum van ‘Sas’.
De herbestemming vroeg tijd, energie en toewijding van het stichtingsbestuur. ‘Toen de kerk in 2013 sloot vanwege te weinig animo voor de kerkdiensten, opperde de heer Puylaert, een voormalig huisarts, om de kerk een nieuwe rol te geven’, zegt Guido Goethals, van oorsprong Sassenaar, als architect betrokken bij de herbestemming en tot medio 2019 bestuurslid van Stichting Behoud Cuyperskerk. ‘Sas van Gent is een hechte gemeenschap. We voelen ons verbonden met de stad. Velen ‘groeiden op’ in deze kerk. Dat geldt ook voor mij. En mijn ouders zijn hier getrouwd.’
Aan betrokkenheid dus geen gebrek, maar de herbestemming vraagt ook om financiële middelen. Voor de restauratie en herbestemming is ruim 1,7 miljoen euro nodig. De ‘bruidsschat’ van 70.000 euro wordt aangevuld met subsidies van de gemeente Terneuzen en provincie Zeeland en een gift van de lokale Rabobank, vanwege de marktkramen en kantoorruimte die Markt 4 biedt voor plaatselijke ondernemers. Het nog ontbrekende bedrag komt van een Restauratiefondsplus-hypotheek van het Nationaal Restauratiefonds. ‘De grote som aan subsidie maakt dat we slechts een relatief laag bedrag hoeven te lenen, zegt Goethals.
Dat de kerk winkel- en kantoorruimte biedt voor ondernemers, levert de stichting belastingvoordeel op. ‘Over de verhuur van de ruimtes mogen we btw rekenen. Daardoor is de btw op de restauratiekosten, voor zover die toerekenbaar zijn aan de winkel- en werkplekken, aftrekbaar’, legt Goethals uit. ‘Zeker met zo’n omvangrijke restauratie en verbouwing gaat dat over grote bedragen.’
‘De grootste frustratie in dit project was het mislopen van Europese subsidie’, zegt Goethals. ‘Europa zou voor een paar ton subsidie verstrekken. We hadden het dossier dat nodig was voor de aanvraag op orde en alles liep zoals het moest. Alleen hadden we per ongeluk meer gevraagd dan het maximale. Opnieuw indienen was geen optie. Door die bureaucratie zijn we de subsidie misgelopen.’
‘Om het concept ‘Markt 4’ te laten slagen, zijn we afhankelijk van ondernemers. In de aanloop naar de herbestemming hadden we een aantal opties. Een daarvan was een meubelzaak. Toen de betreffende ondernemers een andere plek vonden, was dat van de baan. Toen onderzochten we de optie om hier een sportschool te vestigen. Dat bleek om een té grote investering te vragen’, blikt Goethals terug. ‘Aan de andere kant leidden die struikelblokken tot de oplossing. Het werd een marktplein met meerdere kramen, horecagelegenheden en werkplekken. Uiteindelijk kwam alles dus op zijn pootjes terecht.’
‘De diverse ondernemers in Markt 4 kunnen elkaar versterken’, zegt Goethals. ‘Ik zie bijvoorbeeld een proeverij voor me, met producten van verschillende kramen. De eerste stap is verbinding tussen de ondernemers onderling. Dat moet, vier maanden na de opening, nog op gang komen. Net als structurele bezetting van de kramen. Het gebeurt nu geregeld dat slechts een paar winkeliers achter hun balie staan.’
‘Op het moment dat je een gebouw herstemt, krijg je te maken met het Bouwbesluit en moet je aan allerlei wetten en regels voldoen’, zegt Goethals. ‘De hedendaagse eisen zijn natuurlijk heel anders dan die van eind negentiende eeuw. Denk aan ventilatie-eisen, noodverlichting en vluchtwegen. We hebben hulp gekregen van onder meer Monumentenwacht, die adviseerde hoe we de daken op een veilige manier toegankelijk konden houden voor onderhoud.’
De monumentale status bracht ook beperkingen met zich mee. Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. ‘Wij wilden wel zonnepanelen op het dak, maar daar had de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed moeite mee, vanwege de invloed op het aanzicht van de kerk. Vloerverwarming hebben we wel kunnen toepassen’, zegt Goethals. ‘Grotere winst boeken we overigens op het vlak van sociale duurzaamheid. De ‘kerk’ is weer een plek van ontmoeting, de slager is terug van weggeweest, de kermis staat weer op het Marktplein en in Zeeuwse Gronden Restaurant hebben mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk.’
Economisch geeft Markt 4 Sas van Gent ook een positieve prikkel, vindt de architect. ‘Het is een trekpleister voor zowel inwoners van de stad als toeristen. En het houdt de plaatselijke ondernemers scherp. Ik zie sinds de opening geregeld dat ondernemers nu acties op bijvoorbeeld Facebook plaatsen. Er gebeurt weer wat in Sas van Gent en dat heeft ook op ondernemers zijn effect.’
Vind de juiste specialist voor uw monument in de SpecialistenWijzer op Monumenten.nl, met expertise in onderhoud, restauratie en verduurzaming. Voor elke klus een geschikte specialist met kennis van en hart voor monumenten.
Fotograaf: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY
Tekst: Mirjam van Huet, MCM tekst
Fors dwarspand, met gepleisterde lijstgevel, eerste helft XIX. Op een plint van natuursteen waarin de vensters van het souterrain en de gebosseerde benedenverdieping is de hoofdverdieping arcadegewijs opgetrokken.
Op het v.m. bolwerk Generaliteit hoog gelegen stenen achtkante molenromp, daterend uit het tweede kwart van de 19e eeuw.
17e eeuws onderaards gangenstelsel op het v.m. bolwerk Generaliteit nabij en onder de daar van ouds aanwezige molen (de huidige molen dateert XIXb).