Jonkershoesweg 10, Lattrop-Breklenkamp

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG.

De historische parkaanleg van De Brecklenkamp gaat waarschijnlijk terug tot het midden van de 17de eeuw, toen het huis De Brecklenkamp ingrijpend werd verbouwd en toen vermoedelijk de huidige rechthoekige plaats werd gerealiseerd met centraal gelegen toegangsbrug.

Aan de korte weerszijden wordt de rechthoekige plaats begrensd door een voor het oog rechthoekig voormalige nutstuin (vgl. de Topografische en Militaire kaart uit 1848). De huisplaats zelf vormt met zijn omgrachting de grootste van de drie 'rechthoeken'. De omgrachte noordelijke tuin moet in de negentiende eeuw als moestuin dienst hebben gedaan (vgl. de Topografische en Militaire kaart nr. 326 uit 1901), terwijl de zuidelijke tuin sinds het einde van de negentiende eeuw en in het begin van de twintigste eeuw een invulling in landschapsstijl heeft gekend (vgl. idem.; op de herziening van deze kaart uit 1933 staat deze tuin niet meer alszodanig aangegeven). Deze beide zijtuinen, die door een buitengracht worden om geven, staan aan de ZO-zijde van de plaats door een smalle landtong met elkaar in verbinding. De buitengracht wordt wederom door een boomsingel (thans enkel eik en beuk aan weerszijden, 19de- en 20ste- eeuws) omgeven. De grondslag van de zijtuinen (als zodanig voor het eerst weergegeven op de kaart uit de Atlas Hottinger uit ca. 1790), buitengracht en boomsingel lijkt rechthoekig maar neigt in werkelijkheid naar de grondslag van een diabolo. Deze diabolo-vormige grondslag is duidelijk aangegeven op het Kadastrale Minuutplan uit 1825 (afgebeeld in Ter Kuile, o.c., p.75).

De diabolo-vormige grondslag werd waarschijnlijk op deze wijze aangelegd voor een optimale perspectiefwerking binnen de aanleg. Vanaf de korte zijden van de boomsingel lijkt het huis iets verder weg te liggen dan in werkelijkheid het geval is en vanaf het huis lijken de voormalige nutstuinen iets groter te zijn dan hun werkelijke afmetingen.

De bij het Kadastrale Minuutplan behorende Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels geeft als toenmalige eigenaar Johan Hendrik Zegers en geeft een omschrijving van de tot de buitenplaats behorende percelen:

888: bouwland

889: hooiland

890: hooiland

891: bosch

892: hooiland

896: gracht [gelijk weiland]

897: bouwland

898: gracht

899: tuin

900: huis erf [Huis Brecklenkamp en huisplaats]

901: weiland [inclusief de dan nog aanwezige drie bijgebouwtjes]

902: bouwland

903: bosch

904: bouwland

905: bosch

906: bouwland

Bijna recht op de toegangsbrug verloopt de oprijlaan, waarvan de enkele rij laanbomen (eik en beuk) in 1987 werden gekapt. Kort hier na werd de laan aan weerszijden wederom van een rij laan-eiken voorzien. Aan weerszijden van de laan bevindt zich vanouds een rechthoekig veld. Op het zuidwestelijke veld, dat een stuk kleiner is dan het noordoostelijke veld, bevindt zich vanouds een nutstuin. Een rechte bomenrij (thans eik, 19de- en 20ste-eeuws) aan de NW-zijde van de Jonkershoesweg, sluit de historische aanleg aan deze zijde coulisse-vormig af.

De noordoostelijke, zuidoostelijke en zuidweste lijke boomsingel markeren de grens van de historische aanleg aan deze zijde. Aan de NW-zijde vertakt de zuidwestelijke singel in zuidwestelijke richting tot even voor de Jonkershoesweg. Dit laanfragment (aan weerszijden met enkel eik, 19de-eeuws, beplant) staat als zodanig op de Hottingerkaart aangegeven en behoort tot de historische aanleg.

Niet alleen de huisplaats en zijtuinen, maar ook de genoemde structuur van oprijlaan met velden aan weerszijden en boomsingels staan aangegeven op de Hottingerkaart en het Kadastrale Minuutplan.

Oorspronkelijk verliep ook de noordoostelijke boomsingel in westelijke richting tot de Jonkershoesweg, zoals deze kaarten laten zien.

Ongeveer halverwege deze boomsingel werd in ca. 1863 hier een kleine begraafplaats aangelegd voor de familie Zegers (zie onderdeel 4). In 1978 werd een deel van het oude bomenbestand aan deze singel beschadigd door de bouw van een kleine beheerswoning met erf. Thans markeert een houtwal (thans eik en beuk, 19de eeuw) aan de westelijke helft van de noordoostelijke boomsingel de grens van de historische aanleg aan deze zijde.

Alszodanig is de aanleg van de Brecklenkamp een eenvoudig, zeldzaam en gaaf bewaard voorbeeld van een Hollands-classicisatische aanleg, waarbij geometrie en perspectiefwerking de uitgangspunten voor het ontwerp vormden.

De omgrenzing van de historische parkaanleg staat op de bij deze registeromschrijving behorende kaart aangegeven.

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Locatie

Monumentnummer
508029
Complexnaam
Brecklenkamp
Provincie
Gemeente
Complexomschrijving

BUITENPLAATS BRECKLENKAMP

OMSCHRIJVING COMPLEX:

HISTORISCHE BUITENPLAATS BRECKLENKAMP (Lattrop-Brekelenkamp). Het Huis te Brecklenkamp werd in de periode 1631-1637 gebouwd in de buurschap Brecklenkamp bij Denekamp op een terrein of erf, dat in de 16de eeuw en daarvoor als de Tij wordt aangeduid. Het huis op dit erf werd in de zestiende eeuw als het Tijhuis vermeld; onder die naam komt het voor in een oorkonde, waarin Johan van Moerbecke als eigenaar van het Tijhuis wordt genoemd. Deze Johan van Moerbecke was gehuwd met Mathilde van der Marck van Everloo.

Een dochter van dit echtpaar, Sophia van Moerbecke huwde rond 1570 jonker Hendrick Bentinck, heer van Leuvenberg, die later door Alva werd benoemd tot landdrost van Opper-Veluwe en gouverneur van Venlo. Zij bracht de goederen in Brecklenkamp in de familie Bentinck.

De oudste zoon van Hendrik Bentinck en Sophia van Moerbecke, jonker Everhard Bentinck en zijn vrouw Euphemia van der Marck van Everlo, met wie hij in ca. 1615 gehuwd was, zijn de stichters van het tegenwoordige huis, dat in fasen is gebouwd.

Het oorspronkelijke huis, dat werd opgetrokken, was vrij bescheiden van aard. Volgens een memorie van Van Raesfelt uit 1680, die heeft verzet tegen de pogingen van Bentinck om Brecklenkamp tot havezate verheven te krijgen, ging het bij Bentincks eerste woning: "¿taende op het Tijhuis om een klein plaetsjen zonder waer (=zeggenschap in de marke) (...), sijnde niet beter of in geen ander form als een ordinaris boeren huis, alleen d at van de delle (=deel) gesepareert was, met een keuken en een stoofien en met pannen gedect". Van Raesfelt geeft waarschijnlijk een nogal negatief beeld van deze eerste woning. Dat het vermoedelijk geenszins een 'plaetsjen zonder waer' betrof blijkt uit het verpondingsregister van Twenthe uit 1601 (Vereniging Oudheidkamer van Twenthe), waarin drie landerijen en een woning als behorend tot het Tijhuis staan vermeld. Over het in 1654 vergrote huis, dat een uitbreiding van dit bescheiden huis is, zegt hij: "sedert is het tegenwoordige huis daer getimmert, twelck men begint het Huis te Brecklenkamp te tituleren".

Bij dit in 1654 met ondermeer een vleugel uitgebreidde huis, werd waarschijnlijk in de loop van de zeventiende eeuw een geometrische tuinaanleg gerealiseerd, die in hoofdlijnen nog geheel intact is.

Johan Hendrik Zegers (1804-1901), advocaat en burgemeester van Lage, liet het huis, dat in zeer slechte staat verkeerde, omstreeks 1820 en 1844 verbouwen en opknappen. Na de eerste verbouwing in 1820 verdwenen de toen vermoedelijk in vervallen staat verkerende noordvleugel, het poortgebouw en de verbinding daartussen, terwijl de zuidvleugel zijn huidige vorm kreeg. De rechthoekige in blokken Bentheimer zandsteen opgetrokken plaats en de aan de ZW-hoek hiervan gesitueerde wachttoren werden gehandhaafd. In 1844 werd de nieuwe noordvleugel gebouwd en ontstond het huidige complex.

Na de dood van Mr J.H. Zegers werd zijn dochter Heloïse Lydia Wilhelmina Zegers, gehuwd met Jacob Joris Backer van Leuven, eigenaresse. Haar vader werd begraven in een graf in het noordelijk deel van het terrein, waarin zij zelf na haar dood in 1900 werd bijgezet. Dit graf behoort tot de monumentale onderdelen van de aanleg van Brecklenkamp.

In 1941 kocht Arnold Helmig van Heek het huis met 3,6 ha. grond van douairiere baron Van Heeckeren van Wassenaer-gravin van Aldenburg Bentinck, waarna het huis in de periode 1941-1946 gerestaureerd werd en ten slotte als Jeugdherberg in gebruik werd genomen. In 1990 werd Huis te Brecklenkamp aan gekocht door de heer Wanrooy, die het huis in de jaren 1991-1994 liet restaureren.

De historische buitenplaats Brecklenkamp bestaat uit een aantal samenstellende onderdelen die afzonderlijk worden beschreven.

De historische buitenplaats Brecklenkamp is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang vanwege:

- het hoofdgebouw, dat een belangrijk voorbeeld is van een eenvoudige omgrachte 17de-eeuwse oost-Nederlandse havezathe, dat door verbouwingen uit het midden der 17de eeuw en uit de eerste he lft van de 19de eeuw zijn huidige sober classicistische aanzien heeft gekregen;

- het inwendige van het hoofdgebouw, met name de beschildering met grotesken in boerse trant van het plafond in de opkamer, dat uit de eerste helft van de 17de eeuw dateert, en alszodanig uniek is;

- de diabolo-vormige structuur van de historische parkaanleg rondom het huis, dat als zodanig een zeldzaam en gaaf bewaard voorbeeld van een Hollands-classicistische aanleg vormt.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Historische aanleg Kastelen, landhuizen en parken Tuin, park en plantsoen oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Jonkershoesweg 10 7635 LM Lattrop-Breklenkamp Ja
Jonkershoesweg 12 7635 LM Lattrop-Breklenkamp
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
L 1195 Denekamp
L 1346 Denekamp
L 1128 Denekamp
L 218 Denekamp
Naar boven