Het pand Voorstraat 118 is tijdenlang in gebruik geweest als pastorie voor de Oudkatholieke kerk op nummer 120 .
Het woonhuis voor de pastoor heeft achter de voordeur aan de linkerzijde een gang naar de achterkant, langs twee kamers en de keuken naar het trappenhuis naar boven. Na drie treden bevind zich weer een deur en een gang naar de ‘eetkamer’ van de pastorie. Langs deze kamer lopend kom je via een tweede deur in een, tussen kerk en pastorie gebouwde, gang in het kerkgebouw. Ook daar is een gang gemaakt om langs de kerkzaal in de sacristie te komen : een speciale ruimte in een katholieke kerk of kathedraal die van oudsher wordt gebruikt voor liturgische voorbereidingen en het bewaren van liturgische voorwerpen, bijvoorbeeld een wierookvat, kaarsen etc. en kleding. Het is vaak ook de ruimte waar de priester en diens assistenten zich omkleden en voorbereiden op de aankomende dienst.
Na de sacristie moest je om de kluis heen en kwam je in de achter de kerk gebouwde tuinkamers. De kluis wordt nog steeds gebruikt voor het opbergen van liturgische kostbare kandelaren en avondsmaal kelken, bekers en schalen. De gang naast de kerkzaal is deels, samen met naastgelegen opbergkasten tot koffiekamer gerenoveerd.
Bron: beschrijving renovatie