Nieuwestad 103
Pand onder zadeldak tegen gepleisterde, oorspronkelijk uitzonderlijke topgevel geheel versierd met Vredeman-de Vries-ornament. Onlangs deels met hout gedicht.
Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.
De Groote Sociëteit, de oudste herensociëteit in Leeuwarden, kreeg in 1824-’26 een eigen pand aan de Nieuwestad, tegenover de Lange Pijp op de hoek met de Bagijnesteeg. Ter plaatse van twee afgebroken grachtenhuizen werd onder architectuur van de timmerman Wiemer Fellinga een groot, onderkelderd sociëteitsgebouw gesticht. Bij de kermisbrand van 1842 raakte het sociëteitsgebouw beschadigd. Bij het herstel kreeg het de bestaande, fraaie kroonlijst met daarop een balustrade. Die balustrade, in feite een verhoging in de vorm van een attiek, is verdwenen. De eerste verbouwing, die in 1867 plaats vond, betrof alleen de benedenverdieping. Op de begane grond kwam in dat jaar een brede stoep en een gaanderij op kolommen, naar een ontwerp van architect H.R. Stoett. De tweede verbouwing, in 1878, had “eene uitbreiding van de eigenlijke sociëteitslocalen op de eerste verdieping” ten doel”. Een derde verbouwing, die in 1891 werd uitgevoerd, gold alleen de vergroting van de stoep. De stoep en de gaanderij verdwenen toen het gebouw in 1935 een winkelbestemming kreeg. Na deze, voor de koopman en winkelier in lederwaren D. Morrema, door architect G.A. Heldoorn uitgevoerde, verbouwing tot winkelwoning heeft het pand nog meerdere verbouwingen ondergaan. In 1947 is de eerste verdieping in opdracht van Morrema Sport, wederom door architect G.A. Heldoorn verbouwd tot woningen voor twee gezinnen. Een verbouwing van de winkel in 1950 was een ontwerp van architect B.J. Gros, en Heldoorn was in 1954 weer de ontwerper van een nieuwe winkelpui. In 1962 verbouwde architect M. Gerbenzon het pand tot winkel met kantoor. Toen de huidige gebruiker, de kinderkledingzaak van de familie Schweigmann, zich hier vestigde in 1968, was het de beurt aan architect A. Bonnema om een verbouwing uit te voeren. De laatste grote verbouwing, een nieuwe winkelpui, kwam tot stand in de jaren-1990 onder architectuur van P. Walon. Onder het wegdek vóór het gebouw en verbonden met de sociëtietskelder bevindt zich een oudere kelder. Deze in hoofdvorm mogelijk nog zestiende- of zeventiende-eeuwse kelder, die zich uitstrekt over de volle straatdiepte tot een de gracht (onder de Langepijp) had vermoedelijk een relatie met de afgebroken panden en diende als walkelder voor aanvoer en afvoer van goederen over water. Exterieur: Het vanuit een iets scheluwe plattegrond, voornamelijk in schone, bruine baksteen opgetrokken voormalige sociëteitsgebouw staat met twee bouwlagen onder een met blauw geglazuurde pannen gedekt, afgeknot schilddak op het voorste deel en een plat dak op het achterste deel van het gebouw. De begane grond is aan de zijde van de Nieuwestad meermalen ingrijpend gewijzigd. Boven de moderne winkelpui is de voorgevel van het pand evenwel in nagenoeg oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De hoge verdieping bevat een vijftal regelmatig over de gevel verdeelde, getoogde vensters. De gevel wordt beëindigd door de uit 1842 daterende, hoge kroonlijst, een van de fraaiste negentiende-eeuwse kroonlijsten van Leeuwarden. De lijst wordt boven de penanten ondersteund door dubbele consoles van gepleisterde terracotta, is op het eveneens gepleisterde fries voorzien van een meanderpatroon en heeft onder de goot nog een tandlijst en een eierlijst. De in gemêleerde roodbruine baksteen opgetrokken oude langsgevel aan de Bagijnesteeg (westelijke gevel) bestaat uit twee delen, die door een bouwnaad van elkaar worden gescheiden. Boven de gepleisterde plint is de gevel in feite een lappendeken van metselwerk, waarin diverse bouwsporen getuigen van vele verbouwingen. De gevels staat onder een dakgoot op klossen, waaronder een reeks muurankers is aangebracht. Rechtsonder heeft een deel van de oorspronkelijke gevel plaats gemaakt voor een detonerende invulling. Daarboven is de gevel blind. Links hiervan zijn beide geveldelen doorspekt van rollagen en een latei, waaronder de gevelopeningen zijn dichtgemetseld. In het rechter geveldeel zijn een stalen kelderluik en een liggend, met glassteen ingevuld venster met een rollaag opgenomen, alsmede een drietal onder strek staande vensters met samengesteld raam en lekdorpels van grèstegels. In het dakschild hierboven staan een schoorsteen (rechts) en een vierkante dakkapel met plat dak en een ijzeren hijsbalk. De gevelpartij links van de bouwnaad bevat twee vensters en twee kleine gevelopeningen met rooster. Aan de achterzijde is slechts een deel van de oorspronkelijke gevels zichtbaar gebleven. Van de minder brede, onder plat dak staande uitbreiding van de sociëteit is de achterzijde op het blinde en gepleisterde bovenste deel na aan het oog onttrokken door een moderne aanbouw onder plat dak. De in gele baksteen, loodrecht op elkaar staande overige geveldelen bevatten recht gesloten en onder rollagen staande vensters met vernieuwde T-ramen (in de uitbreiding van de zaal) en een kleiner venster met kruisraam op de verdieping in de achterzijde van het oudere volume. De begane grond van deze gevel is gewijzigd. Interieur: Hoewel het inwendige van het pand door verbouwingen sterk gewijzigd is, zijn er nog onderdelen herkenbaar als behorend bij het oorspronkelijke sociëteitsinterieur. Diverse paneeldeuren, geprofileerde kozijnen en getoogde doorgangen maakten al deel uit van het negentiende-eeuwse gebouw, waarin onder meer nog de voormalige biljartzaal is terug te vinden in het onder plat dak staande achterste deel van het pand. Een bijzonder ruimte in het voorste, onder schilddak staande volume, is bewaard gebleven tussen een verlaagd plafond en het oorspronkelijke plafond van de hoge sociëteitszaal. Aan de reeks in het zicht liggende zware balken is waarschijnlijk een stucplafond bevestigd geweest. Tegenwoordig zijn systeemplafonds van de onderliggende ruimtes aan deze balken opgehangen. Dit weggewerkte, niet meer in gebruik zijnde deel van de sociëteitszaal is ook nog voorzien van delen van de oude, heldergroene wandbepleistering waarin boogpanelen zijn verwerkt. Bovendien is in deze ruimte een viertal rondboogvensters met decoratieve glas-in-loodramen bewaard gebleven. Een houten trap met een leuning met gietijzeren spijlen naar de zolderverdieping maakte ook deel uit van de oude structuur. De deels vernieuwde kap heeft een volledig in het zicht gelaten spantconstructie. Overige (walkelder): De walkelder met een gemetseld gewelf in de vorm van een liggende ellipsboog, alsmede blinde muren en vloeren van verschillende soorten baksteen. Boven een uitgemetselde plint van op de kant gezette gele baksteen is de ‘kademuur’ voorzien van een ruw opgezette raaplaag. De ongepleisterde rechter muur bevat een rechthoekige uitsparing boven een rollaag.
| Functie | Hoofdcategorie | Subcategorie | Functietype | Is hoofdfunctie |
|---|---|---|---|---|
| Kelder | – | – | Oorspronkelijke functie | – |
| Straat | Getal | Achtervoegsel | Postcode | Plaats | Locatie | Situatie | Is hoofdadres |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nieuwestad | 109 | – | 8911CN | – | – | – | – |
Pand onder zadeldak tegen gepleisterde, oorspronkelijk uitzonderlijke topgevel geheel versierd met Vredeman-de Vries-ornament. Onlangs deels met hout gedicht.
Pand welks gevel (XVIII B) bekroond is door lijst waarop twee rococo consoles. Voor vensters van tweede verdieping hekken. Goede achtergevel. Aardige 19e eeuwse pui.
Eenvoudig pand onder voor afgeschuind zadeldak, gevel beëindigd door geblokte kroonlijst, waarop gietijzeren ornamenten, midden 19e eeuw.