Woning met bedrijfsruimten, in 1928-1929 gebouwd voor de sigarenhandelaar P. Feddema. Het pand, samengesteld uit een voormalig tabaksmagazijn, een bovenwoning, een kantoor en een garage, is ontworpen door de Leeuwarder architect L. Reinalda. Diens opdrachtgever was zijn zwager, gehuwd met een zus van Reinalda. De bewaard gebleven blauwdruk van het oorspronkelijke gebouw is door Louw Reinalda gedateerd met “juli 1928”. Burgemeester en wethouders gaven op 18 oktober 1928 de vergunning af, zodat aangenomen mag worden dat de bouw in 1929 is voltooid. De aan de achterzijde uitgevoerde verbouwingen aan het pand, van het magazijn in 1934 en 1937, zijn ook getekend door Reinalda. Een uitbreiding van het pand in 1978 was bestemd voor de groothandel Feddema. In fasen is daarbij de oorspronkelijk tuin verdwenen, eerst door het magazijn naar achter, in zuidwaartse richting, uit te breiden tot op de perceelgrens en daarna de oorspronkelijke tuin aan de oostkant van de bedrijfsruimte te bebouwen. Het pand heeft de stilistische kenmerken van de voor de bouwtijd karakteristieke, aan de Amsterdamse School verwante trant. De bescherming geldt het exterieur van het voorpand (met de nadruk op de hoofdmassa en de voorgevel) en van de magazijnruimte en een beperkt gedeelte van het interieur van het voorpand, te weten de bewaard gebleven verkeersruimten met afwerking (inpandige structuur) van de oorspronkelijke bovenwoning. Exterieur: Het vanuit een L-vormige plattegrond, in schone, gemêleerde gele baksteen, met verdiepte lint- en platvolle stootvoegen, opgetrokken pand staat met twee en drie bouwlagen onder een met geglazuurde, verbeterde holle pannen gedekt, uitkragend zadeldak (hoofdvolume) en platte daken (erachter gelegen bedrijfsruimten). De voorgevel heeft een asymmetrische indeling. Rechts op de begane grond is een brede gevelopening in de vorm van een gedrukte rondboog met de originele openslaande deuren in de gevel opgenomen. Links hiervan bevindt zich een symmetrisch ingedeeld geveldeel met in het midden een veld met deels gesinterde, gemêleerde rode tegels met daarboven een brede vensterpartij, waarin twee kruisramen met een brede houten tussenpenant staan. Aan weerszijden hiervan is een originele deur met zesdelig deurlicht onder bovenlicht geplaatst. Dit geveldeel staat onder een ondiepe betonnen luifel die door middel van vier bollen is verbonden met een even diepe, uitkragende lijst. Deze lijst is doorgetrokken over een links in de gevel staande erker, die is doorgetrokken over de verdieping. De erker is voorzien van schuine zijden en houten hoekpenanten. Op de verdieping bevat de erker ramen met een roedeverdeling. Het raam in het vierkante venster rechts van de erker heeft eveneens een roedeverdeling. Rechts op de verdieping bevindt zich een brede vensterpartij met aan weerszijden van een houten tussenpenant een samengesteld raam met roedeverdeling in de bovenramen. Alle gevelopeningen op de verdieping staan boven een houten cordonlijst, die ligt op gepaard uit de gevel stekende, houten klampen. De beide uiteinden van de gevel zijn hoger opgaand en hebben een platte beëindiging. Uit het voorste dakschild steekt een brede dakkapel met een uitkragend plat dak en een viertal ramen, die door brede houten penanten van elkaar worden gescheiden. De linker zijgevel is blind. Aan de achterzijde is het voorste deel van het pand voorzien van een onder plat dak staande tweede verdieping. Vanaf het dakterras op het slechts één bouwlaag tellend magazijngedeelte is het rechter deel van de twee verdiepingen tellende achterzijde van het hoofdvolume zichtbaar. Dit geveldeel is op de eerste verdieping voorzien van een stel openslaande deuren met tweedelig bovenlicht en op de tweede verdieping van een venster met roedeverdeling in het samengestelde raam. Vanaf het twee bouwlagen hoge dak van het westelijke deel van het magazijn is te zien dat het bredere, linker geveldeel van de tweede verdieping nieuw betimmerd is met hout en ook van nieuwe vensters is voorzien. De gootlijsten zijn vernieuwd met trespa. De naar het dakterras gekeerde oostelijke gevel van het magazijn is op de verdieping voorzien van een reeks tussen rollagen en gemetselde lekdorpels staande vensters. Van de meeste vensters zijn de ramen vernieuwd. Een drietal liggende vensters in deze gevel bevat nog originele ijzeren ramen. Interieur: Het inwendige van het pand is voor een beperkt deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven, namelijk de verkeersruimten van de bovenwoning. Achter de boogdeur rechts in de gevel bevond zich de garage. De garage en de magazijnen hierachter hebben geen bijzondere indeling of detaillering. De gang achter de linker deur, die toegang geeft tot de bovenwoning, bezit de oorspronkelijke tegellambrisering van blauwe en gemêleerd grijs-gele tegels. De trap naar de verdieping is een originele houten trap met een deels volwandige houten leuning, die op de overloop wordt doorgezet als balustrade voor het trapgat. Aan de trapwand is de trap voorzien van een paneellambrisering en een aan ijzeren steunen bevestigde, ronde handlijst.