Groningerstraatweg 38
Inleiding
Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.
Het Groningerplein is een met zorg vormgegeven stedelijke ruimte. Het tussen 1915 en 1918 aangelegde plein is als het ware de resultante van een ver teruggelegde rooilijn van de Groningerstraatweg, precies op de plek waar de diagonalen van de Tjerk Hiddestraat en de Auke Stellingwerfstraat elkaar naderen en bijna ontmoeten. De ligging van het plein is niet alleen te verklaren vanuit die samenkomst van straten: aan de andere zijde van de Groningerstraatweg staat de Goudenregenstraat er haaks op. En precies in de as van die straat ligt het perceel aan het Groningerplein, dat de toenmalige directeur der Gemeentewerken, (mede)ontwerper van het eerste uitbreidingsplan voor Leeuwarden uit 1920 en daarmee ook van de stedenbouwkundige layout van het Groningerplein, voor zichzelf en zijn gezin bestemde. Ir. L.H.E. van Hylckama Vlieg, de bewuste directeur der Gemeentewerken, ontwierp zijn nieuwe, vrijstaande woonhuis eigenhandig. Hij had in september 1919 de tekeningen gereed en bij besluit van 25 maart 1920 verleenden Burgemeester en Wethouders hem de bouwvergunning. De bouw van het huis kwam vermoedelijk nog in hetzelfde jaar gereed. Het huis is gebouwd in een voor de jaren-1920 karakteristieke trant. Boven de voordeur bevindt zich een terracotta reliëf, vervaardigd door de befaamde keramist en beeldhouwer W.C. (Willem Coenraad) Brouwer, voorstellende 'Gezinseenheid'. De bescherming geldt het exterieur en het interieur. Exterieur: Het vanuit een vrijwel rechthoekige plattegrond, in schone bruine baksteen opgetrokken woonhuis staat met twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een met riet gedekt zadeldak. De gevels bevatten recht gesloten gevelopeningen, die voornamelijk onder rollagen staan. De vensters bezitten gemetselde lekdorpels. De op het plein gerichte voorgevel is een puntgevel met een asymmetrische indeling. Het linker deel van de gevel wordt gedomineerd door een halfronde, over twee bouwlagen doorgetrokken erker. Deze is in beide bouwlagen voorzien van een tussen rollagen staand venster met roedeverdeling in het driedelige raam. Tussen de vensters ligt een tableau van geglazuurde tegels met de tekst ‘BOUW.GODVERTROUW’. De erker wordt beëindigd door een half kegeldak, dat met riet is gedekt en wordt bekroond door een ‘kroon’ van bolle, rode pannen. Rechts van de erker is de gevel in beide bouwlagen voorzien van een groot, tussen rollagen staand venster met roedeverdeling in het achtdelige raam. De geveltop bevat een venster met driedelig raam dat eveneens een roedeverdeling heeft. Aan de uitkragende dakrand is een windveer bevestigd (bij een vernieuwing van het rieten dak in 2011 is de geschulpte vorm vervangen door een rechte). Het rechter deel van de linker zijgevel bevat een smal venster met roedeverdeling. Links van deze gevelpartij bevindt zich een terugstaande, minder hoog opgaande uitbouw met de entree in de zich licht verjongende voorzijde van het woonhuis. De voordeur met smal deurlicht staat onder een rollaag en een vierdelig, liggend bovenlicht. Boven de deur is een van terracotta vervaardigd reliëf opgenomen met de afbeelding van een bebaarde man, een vrouw en twee kinderen, die de gezinseenheid symboliseren. De zijgevel van dit risalerende bouwdeel is blind en wordt beëindigd door een aangekapte dakkapel. De achterzijde van het huis is rechts voorzien van een risaliet onder een met riet gedekt schilddak. De risaliet is op de begane grond voorzien van een boven een gemetseld stoepje staande deur en op de verdieping van een onder een rollaag staande venster met roedeverdeling in het tweedelige raam. Links van de risaliet staat een serre met plat dak tegen het huis. De serre heeft een gemetselde onderbouw met daarboven een over de gehele breedte en hoogte doorgetrokken transparante wand van glas met een roedeverdeling. De wand bevat een stel openslaande deuren boven een gemetselde stoep. Op het platte dak van de serre staat een gesloten houten balkonbalustrade. Op het platte serredak komt een stel in de puntgevel van het hoofdvolume staande, openslaande deuren uit. De lichten in de deuren hebben evenals de boven- en zijlichten een roedeverdeling. In geveltop zijn twee smalle vensters met zesruits raam opgenomen. Het dakoverstek is ook hier voorzien van een geschulpte windveer. De rechter zijgevel bevat slechts één klein verdiepingsvenster. De dakrand wordt hier doorbroken door een vanuit de gevel opgezette dakkapel. Interieur: In het inwendige van het huis zijn de meeste oorspronkelijke onderdelen bewaard gebleven. Het tochtportaal achter de voordeur en het halletje erachter hebben een granito vloertje. Het halletje is tevens voorzien van een lambrisering. De woonkamer is een kamer en suite met in het midden een stel schuifdeuren met roedeverdeling in de grote deurlichten. De deuren staan tussen schuin geplaatste houten panelen en ingebouwde kasten. De voorkamer bevat een met tegels beklede schoorsteenmantel uit de bouwtijd van het huis. De achterkamer is door middel van een stel tussen boven- en zijlichten staande schuifdeuren verbonden met de serre. De deuren zijn evenals de boven- en zijlichten voorzien van een roedeverdeling. De deuren in de gang zijn paneeldeuren binnen brede kozijnen met een randprofiel. De trap naar de verdieping is een scheluwe trap met tussenbordes, houten paneellambrisering en gewelfde, geprofileerde handlijsten, en een houten leuning met trappalen en eveneens gewelfde en geprofileerde houten handlijst. Het trappenhuis wordt doorsneden door een kwartronde boog, waaraan ook de trap naar de zolderverdieping is bevestigd. Links van de boogaanzet bevindt zich een traplicht. Op de overloop staat aan het trapgat een houten balustrade met hoekbalusters met dezelfde detaillering als die van de trapleuning. Enkele van de deuren op de verdieping hebben deurlichten met mousseline glas en houten deurknoppen. Achter de erkervensters in de voorgevel bevinden zich kleine kamertjes met een balkenplafond. Ook de andere kamers op de verdieping hebben een balkenplafond. De trap met trappalen naar de zolderverdieping en de balustrade tussen het trapgat en de overloop zijn vergelijkbaar met die van de trap naar de verdieping. Op de afgetimmerde zolderverdieping is de kapconstructie weggewerkt en er staan nog de oorspronkelijke paneeldeuren met deurlicht binnen de oude kozijnen.
| Functie | Hoofdcategorie | Subcategorie | Functietype | Is hoofdfunctie |
|---|---|---|---|---|
| Herenhuis | – | – | Oorspronkelijke functie | – |
| Straat | Getal | Achtervoegsel | Postcode | Plaats | Locatie | Situatie | Is hoofdadres |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Groningerplein | 4 | – | 8921NL | – | – | – | – |
Inleiding
DUBBEL HERENHUIS in 1929 door architect Piet de Vries (1897-1992) in Amsterdamse School-stijl ontworpen. Met zijn eigen woonhuis Druifstreek 63 en de artsenpraktijk met bovenwoning Ruiterskwartier 113, beide in Leeuwarden en beschermd, een hoogtepunt in het oeuvre van de architect.
Inleiding