U bent hier

Monument molen

Restauratieschilder aan het woord

Dat ik in de voetsporen van mijn opa en vader zou treden was geen must; ik wilde het zelf graag

Stoere mannen die vanaf hun steiger passerende dames nafluiten. Dat is het stereotype beeld van de Hollandse schilder. Bij Koeverma Schilders in Rotterdam werkt echter een heel ander slag schilder. Erwin van der Kruit en zijn collega’s zijn gespecialiseerd in restauratieschilderwerk. “Restauratieprojecten vragen om een ambachtelijke aanpak.”

Als ERM-schilderbedrijf (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) weten de teamleden van Koeverma Schilders waar ze over praten. “De ERM-erkenning kregen we niet zomaar. We hebben allerlei papieren moeten invullen, gesprekken gevoerd, er is een audit gedaan en mensen van ERM zijn met ons mee geweest naar verschillende restauratieprojecten. Ze wilden met eigen ogen zien dat wij verstand van zaken hebben. Des te blijer waren we met de erkenning. We zijn nu de enige ERM-schilder in de omgeving Rotterdam.”
En in Rotterdam valt heel wat te restaureren. In de oorlog zijn een hoop gebouwen verloren gegaan, maar dat heeft ook weer bijzondere nieuwbouw als gevolg gehad. “Waar velen niet bij stilstaan, is dat jonge gebouwen ook monumenten kunnen zijn. Een villa die is ontworpen door de architect Rietveld is ook van monumentale waarde”, zegt Van der Kruit. “Wij restaureren zowel historische als moderne monumenten.”

Logisch vervolg van de geschiedenis

Restauratiewerk is niet voor iedere schilder weggelegd, vindt Van der Kruit. “Niet omdat andere schilders hun vak niet verstaan. Integendeel. Er zijn genoeg goede schilders. Alleen, je moet die interesse voor monumenten hebben. Het is niet, zoals in een nieuwbouwwijk, steigers plaatsen en schilderen maar. Wij voeren overleg met vakmensen van andere disciplines. Planningen en materiaalgebruik worden op elkaar afgestemd. En dan heb je nog de monumentale waarde van zo’n gebouw. Daar willen sommige schilders hun handen niet aan branden.”
Dat Van der Kruit en zijn collega’s wel hun nek uitsteken, is enerzijds een bewuste keuze en anderzijds een logisch vervolg van de geschiedenis. “Het vak zit bij ons in het bloed. Zowel mijn opa als mijn vader waren schilder. En nog steeds is mijn vader op de achtergrond actief in mijn bedrijf. Ook de broer van mijn vader heeft in zijn jongere jaren een schilderbedrijf gehad.”

“Mijn specialisatie in restauratieschilderwerk, is ook van generatie op generatie overgegaan. Mijn opa en mijn vader waren als schilders altijd al met oude, bijzondere panden bezig. Zelf woonden we ook in een oud pakhuis. Beneden was de opslag met schildermateriaal en daarboven woonden wij. Dat ik in de voetsporen van mijn opa en vader zou treden was geen must; ik wilde het zelf graag. Ik heb precies diezelfde liefde voor bijzondere gebouwen. Dat zie je ook aan het huis waar ik met mijn gezin in woon: een herenhuis in Schiedam, dat ik zelf heb teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat.”

Het meest bijzondere project waar Van der Kruit tot nu toe aan werkte, vindt hij houtzaagmolen De Salamander in Leidschendam. “Veel houtzaagmolens bestaan er niet meer. Alleen daarom al was het bijzonder om daaraan te werken. De Salamander is er ook nog eens eentje van wel dertig meter lang. Aan de ene kant gaan de boomstammen erin, aan de andere kant komen ze er als planken weer uit. De zaagmachine wordt aangedreven door de wieken van de molen. Hij is nog steeds in bedrijf.”
De moeilijkheid tijdens deze restauratie, was de teerlaag op de buitenzijde van de molen. “Teer is vuil- en waterafstotend. Begrijpelijk dus dat een industrieel gebouw als deze molen daarmee in het verleden werd behandeld. Alleen, verf hecht daar niet op. In samenwerking met Boonstoppel Verf, gespecialiseerd in materialen voor historisch erfgoed, hebben we de juiste verf gevonden, maar alsnog hebben we eerst de teerlaag grotendeels moeten verwijderen.”
De moderne monumenten brengen weer andere uitdagingen met zich mee. “Daar kom je bijvoorbeeld stalen kozijnen tegen. Ten tijde van de bouw werd daarvoor loodverf gebruikt. Lood heeft namelijk de goede eigenschap dat het zich ‘opoffert’ in geval van roest. Daardoor wordt eerst de loodlaag aangetast voordat de ondergrond aan de beurt is.”

Respect voor voorgangers

De continue zoektocht naar de best passende techniek om het monument in ere te herstellen en de bijzondere materialen als bladgoud en -zilver, maken voor Van der Kruit dat hij dit werk met veel passie en toewijding doet. “Met zorg en respect voor wat voorgangers in een (ver) verleden hebben gedaan, proberen wij het er weer hetzelfde uit te laten zien. In de restauratie kunnen we al onze kennis kwijt.”
Wat betreft die kennis komen Van der Kruit en zijn collega’s langzaam maar zeker alleen te staan, voorspelt hij. “Als examinator ben ik verbonden aan Savantis, de opleidingsinstelling voor schilders. We signaleren dat steeds minder jongeren zich laten opleiden tot schilder. Laat staan dat ze zich verdiepen in restauratieschilderwerk. Dat komt ons vak niet ten goede.”

Het tij keren

Ondanks deze tendens is de Rotterdamse schilder positief gestemd. “Ik zie mogelijkheden om het tij te keren. Als bedrijf kunnen we investeren in de scholing van medewerkers. In aanbestedingstrajecten wordt ons tegenwoordig gevraagd hoe we de ‘social return’ invullen. Dat kunnen we doen door opleidingsplekken aan te bieden.”

Ook lijkt het Van der Kruit zinvol om de ‘naam’ van schilders te verbeteren. “Mensen denken al gauw ‘iedereen kan schilderen’. Dat is een misvatting. Het is wel degelijk een ambacht. Als we dat vakmanschap weten te benadrukken, trekken de opleidingen ook weer meer leerlingen. Misschien moeten we zelfs een andere naam voor ons vak bedenken. Schilders zijn nuchter. Het komt niet in ons op om onszelf ‘restauratieadviseur’ of een andere interessante naam te geven. Toch zou het in de promotie van ons vak niet gek zijn, zo’n fancy titel.”