U bent hier

Restauratie

Trappenbouwkunst is timmeren op universitair niveau

Ervaring is weten hoe het níet moet

Als trappenbouwer, gespecialiseerd in restauratie, staat Vincent van Haaren eenzaam aan de top. Er zijn er maar weinig die zijn vak nog kennen, laat staan dat ze het zelf uitoefenen. Opvolging is dan ook niet vanzelfsprekend. Voor de toekomst heeft deze Amsterdamse trappenspecialist zijn hoop gevestigd op het potentieel van de ‘zwarte scholen’.

“Je kunt jarenlang weten dat iets op een bepaalde manier moet, maar op een dag ontstaat er verdieping van kennis. Boeddhisten zouden het verlichting noemen. Op dat moment ben je geen gezel meer, maar word je meester. Nog steeds weet je dan niet alles wat er in je vak te weten valt, maar je hebt wel overal een oplossing voor. Ervaring is weten hoe het níet moet”, zegt trappenbouwer Vincent van Haaren.
 Van Haaren werd 60 jaar geleden geboren als zoon van een beeldhouwer. Creativiteit stroomt door zijn aderen. Hij vertelt: “van kinds af aan leerde ik al gutsen en ander gereedschap te hanteren. Gereedschap was al vroeg een wezenlijk onderdeel van mijn ‘zijn’. En het creëren van vormen bepaalde, naast school, een deel van mijn opvoeding”.

Na de HBS-B – ‘de kweekvijver voor ingenieurs’ – volgde Van Haaren de vakopleiding voor de aannemerij. Via onderhoud en verbouw kwam hij terecht in de wereld van de trappen. “Al snel merkte ik dat het organisatorische proces niet zozeer mijn voorkeur had, als wel het uitvoerende werk in het atelier. Daar ontstond mijn fascinatie voor de trappenbouwkunst.”

Innoveren

Trappenbouw is een vak apart, ontdekte Van Haaren. En, anders dan anderen, ziet hij een trap niet als een meubelstuk, maar als een belangrijk bouwkundig element dat moet passen in de architectuur van het gebouw. “Wanneer ik een zeventiende-eeuwse trap restaureer, ben ik gebonden aan het oorspronkelijke ontwerp. Maar als ik een reconstructie maak, kan ik - voortbordurend in de klassieke traditie - innoveren. Elke trap valt te verbeteren. Denk aan het verdelen van de treden en de manier waarop die treden uitwaaieren.”
“Voor die verdeling bestaan ook methodes, wiskundige formules, maar die bieden geen garantie op een optimaal eindresultaat”, zegt Van Haaren. “Het is het oog van de trappenmaker die het beeld en de vorm bepaalt. Een paar centimeter verschil kan de visuele ervaring enorm veranderen.”
Van Haaren is een van de weinigen in Nederland die zich heeft toegelegd op het restaureren van trappen, maar dat betekent niet automatisch dat hij omkomt in het werk. “Juist doordat er weinig mensen zijn die dit beroep uitoefenen, weten velen niet dat er nog klassieke trappenbouwers bestaan”, licht Van Haaren toe. “In onze buurlanden België, Duitsland en Frankrijk kennen ze het vak nog wel en is er ook meer vraag naar en waardering voor. Consumenten daar zijn kritischer. In Nederland daarentegen kopen mensen een historisch pand van 900.000 euro en laten er vervolgens een trap van 500 euro in zetten. Dat komt de woning naar mijn idee niet ten goede.”
Ondanks dat er maar weinig trappenspecialisten in Nederland rondlopen die zijn gespecialiseerd in restauratie, hoeft het inschakelen van zo’n specialist niet duur te zijn, benadrukt Van Haaren. “Ik vind niet dat schaarste per se tot een hoge prijs moet leiden. Mijn vak is erg arbeidsintensief; er zitten flink wat uren in de restauratie van een trap. Het lijkt mij dus reëel om het uurtarief betaalbaar te houden.”

Andere culturen

Of er genoeg jonge vakmensen zijn die in zijn voetsporen kunnen treden, betwijfelt Van Haaren. “Niet dat de nieuwe generatie de capaciteiten niet in huis heeft hoor, maar het ontbreekt aan goede uitdagende vakopleidingen in Nederland. Daarom kiezen steeds meer jongeren voor het gymnasium. Dan kunnen ze daarna naar de universiteit. De potentiele trappenbouwers zie ik met name op de zogenaamde ‘zwarte scholen’. Die kinderen zijn net zo intelligent als autochtone leerlingen, maar hun families hechten over het algemeen minder aan de status van de universiteit. Het uitoefenen van een ambacht wordt in andere culturen net zo mooi gevonden. Het zou prachtig zijn als deze kinderen kiezen voor bijvoorbeeld trappenbouw. Maar helaas is dit onderdeel van het timmervak uit de opleidingen verdwenen, omdat het te moeilijk wordt geacht. Bijscholing van docenten is noodzakelijk, anders wordt het niks. De trappenbouwkunst is immers timmeren op universitair niveau.”

Een goede trappenbouwer heeft volgens Van Haaren, los van opleidingen, diverse kwaliteiten in huis. “In dit beroep moet je een sterke 3D-blik hebben, inzicht in ruimtelijke vormen. Daarnaast moet je perfectionistisch zijn aangelegd, willen streven naar een perfect eindresultaat en beschikken over ‘aangeboren’ handvaardigheid. Tenslotte is vakbroederschap ook een kenmerk dat ik in mijzelf en in mijn collega’s terugzie. Ik weet dat ik Peter, een vakman waarmee ik heb samengewerkt, ’s nachts wakker kan bellen. Als het nodig is, komt hij, ongeacht het tijdstip. We hebben allemaal dezelfde betrokkenheid bij ons vak.”
 “De buitenwereld begrijpt dat broederschap niet altijd”, zegt Van Haaren. “Een jaar of dertien geleden is er eens geprobeerd om Franse en Nederlandse jongens die een opleiding tot onder andere trappenbouwer volgden, in één ‘huis’ onder te brengen à la de Compagnons du Devoir (Frans gilde van ambachtslieden en kunstenaars, red.). Zo konden ze ervaringen uitwisselen, elkaar versterken en bij elkaar meekijken. Het initiatief is een vroege dood gestorven, want de ouders en de rest van hun omgeving vonden het maar sektarisch gedoe.”

Vincent van Haaren, oprichter van AATRA, gevestigd te Zaandam, is als docent verbonden aan het Nationaal Restauratie Centrum in Amsterdam en is tevens erkend bouwkundig aannemer.