Monumenten in Vorden
Twee houten HEKKEN uit ca. 1922, waarvan de ene links en de andere rechts van de noordzijde van het voorplein geplaatst is. Beide hekken bestaan uit twee halfrond getopte staanders waartussen twee ingetoogde draaibare vleugels zijn aangebracht.
Eenvoudig, groen geschilderd houten hekje dat onderdeel vormde van een groter hek met encadering uit ca. 1920 dat, met een pendant, oorspronkelijk de oostzijde van de "rozentuin" afsloot. Vanaf ca. 1965 staat dit hekje bij de noord-oosthoek van het bouwhuis.
KINDERHUISJE (A). KINDERHUISJE, waarvan de oorspronkelijke functie kippenhok was, uit ca. 1930. Het uit verticale houten delen opgetrokken speelhuisje op rechthoekige grondslag, onder een thans (1996) met bitumen gedekt lessenaarsdak, is groen geschilderd.
KINDERHUISJE (B). KINDERHUISJE uit ca. 1890. Het huisje op vrijwel vierkante grondslag is opgetrokken uit verticale houten delen en wordt afgedekt door een thans (1996) met bitumen bekleed licht getoogd dakschild.
Ten zuiden van de "lindentuin" staand houten HEK uit ca. 1920. Het hek bestaat uit twee houten staanders met afgeronde top.
Twee 18de-eeuwse natuurstenen STOEPPALEN, waarvan de achterzijde onbewerkt is en de voorzijde van band- en acanthusbladmotieven is voorzien.
TWEE NATUURSTENEN BEELDEN (LUCRETIA EN TARQUINIUS). Twee BEELDEN uit waarschijnlijk 1750 in Bentheimersteen ten voeten uit, voorstellende een man (Tarquinius) en een vrouw (Lucretia). Lucretia draagt een geplooid kleed en Tarquinius draagt een zwaard in zijn hand en een helm op zijn hoofd.
Eenvoudige, rustieke houten PERGOLA uit ca. 1914. De pergola is gebouwd langs de westzijde van de "lage tuin" in de periode dat deze, door Alice de Stuers, ontworpen tuin werd aangelegd.
In oorsprong midden-19de-eeuwse HUT, thans (1996) staande aan de westzijde van de "lage tuin". De hut heeft dienst gedaan als gereedschapschuurtje van de voormalige moes- en bloementuin die tot de aanleg van de rozentuin en lage tuin in 1912 op deze plaats lag.
FONTEINTJE in een rond BASSIN, gelegen in het centrum van de zgn. "lage tuin". De fontein verbeeldt een meermin met twee staarten die een waterspuwende vis draagt.
TWEE OLIEKRUIKEN van rood, ongeglazuurd aardewerk uit vermoedelijk ca. 1900, elk staande op een van de vier hoeken van het verdiepte deel van de "lage tuin".
Twee 18de-eeuwse tuinbeelden van Baumbergersteen, beide een kind -respectievelijk de Zomer (gemerkt 'FI') en de Herfst (gemerkt 'FIR')- voorstellende. Het ene kind draagt als symbool een korenschoof en de ander de hoorn des overvloeds.