528474, Rozendaal

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Omschrijving onderdeel 2

HISTORISCHE TUIN EN PARKAANLEG behorende tot kasteel Rosendael. De structuur van het park wordt bepaald door de ligging in het stroomdal tussen twee heuvelruggen en de aanwezigheid van de waterbekkens vanaf de stichting van het kasteel in de 14de eeuw. In 1667 werd Jan van Arnhem (1632-1721), die als vertrouwensman van de Koning-Stadhouder tot de hofkring gerekend kon worden, heer van Rosendael. Van Arnhem was een bewonderaar en kenner van de tuinkunst en onder hem kreeg het landgoed binnen de bestaande hoofdstructuur die werd bepaald door de hoogteverschillen van het terrein en de stroomrichting van het water, een nieuwe tuinaanleg. Deze hoofdstructuur leende zich nauwelijks voor een geometrische rangschikking van lanen, parterres en vijvers langs een centrale middenas, wat toen in de mode was. Allereerst ontbrak een lange oprijlaan op de middenas van het kasteel. De zuid-noord lopende toegangslaan draaide pas op korte afstand van het huis naar de ingang toe, in oost-west richting. Ten tweede belemmerden de vijvers, die in een gebogen lijn achter het huis lagen, een continuïteit van een centrale as door het terrein. Van Arnhem deelde de tuin onder in verschillende tuinen, gescheiden en omsloten door lanen, zodat het verkrijgen van vergezichten duidelijk geen doel vormde. De onderdelen apart kenden wel een geometrische indeling in vakken. Dankzij de natuurlijke aanwezigheid van water kon in de vorm van bassins, fonteinen en cascaden aan de eisen van een moderne Franse tuin beantwoord worden, eveneens door diverse tuinsieraden als grotten en priëlen en de aanleg van een Sterrenbos en doolhof. De vriendschappelijke relatie met het koninklijk echtpaar en hun veelvuldige bezoeken aan Rosendael leverden enkele bouwprojecten op, zoals de nu niet meer aanwezige Belvedère voor Willem III, een hofkabinetje ten behoeve van Mary Stuart en een nieuwe stal op het voorplein voor de koninklijke paarden.

Na de eerste aanzetten tot verlandschappelijking van het park aan het einde van de 18de eeuw en in het begin van de 19de eeuw, werd in de jaren 1836-1838 in opdracht van A.L. Adolph Torck naar ontwerp van J.D. Zocher jr. het gehele park in landschapsstijl vergraven, met behoud van een aantal onderdelen uit de aanleg in formele stijl uit de eerste helft van de 18de eeuw. De compositie van dit landschappelijke park wordt bepaald door glooiende grasvlakten en de in curven lopende waterpartijen. Deze vlakken worden omzoomd en doorsneden door smalle schelpen- en grindpaden, die om de bewust geplaatste struiken en boomgroepen heen slingeren. De vegetatie is zo geplant dat vergezichten en perspectief verkregen worden over de gras- en watervlakten. Ook opvallend geplaatste bebouwing speelt een rol als blikvanger voor zichtlijnen, zoals de Oranjerie en het Logement op de Smidsberg. Dit laatste, hooggelegen punt werd ook belangrijk als uitzichtspunt over het park en het kasteel. Anderzijds geven de clusters van struiken en boomgroepen en de specifieke plaatsing van solitairs als de tulpenboom, reuzenlevensboom (Thuja plicata), zuilcypres (Libocedrus) een coulisseachtig effect. Variatie in het kleurenpalet is bereikt door een afwisseling van het groen met enkele rode bomen. Het bos aan de oost- en noordkant en de hoge bomen aan de west- en zuidkant zorgen voor een donkere achtergrond en beëindiging van het vergezicht over het park. Enkele belangrijke rechte assen uit de formele aanleg periode zijn nog goed waarneembaar en doorsnijden het landschappelijke park. Vanaf het centrum van de uit de formele aanleg periode daterende Sterrenberg aan de westzijde van het park loopt een 17de-eeuwse hoofdas naar het oosten richting Koningsberg. De structuur van het Sterrenbos is, hoewel vervaagd door begroeiing, nog aanwezig. Tussen het Sterrenbos en de derde vijver ligt een kleine ovaalvormige kom, die in de 18de-eeuwse aanleg een bassin op vierkante basis is geweest. Door het park stromen twee kleine, oude waterlopen die de fonteinen en waterwerken voeden. Vanaf de sprengkop ten westen van de derde vijver stroomt de sprengbeek, die evenwijdig aan de bovengenoemde schuine as loopt en vervolgens in de slingerende Jagersbeek (aanleg Zocher) doorgaat naar het zuidoosten van het park om achter de schelpengalerij te eindigen. Een ander kanaaltje, de Molenbeek begint ter hoogte van de tweede vijver, gaat onder de schelpengalerij langs en mondt uit via een stroomversnelling van keien en kiezels in de slurf van de eerste vijver, waarna het door een waterval in een kleine ronde kom naast de hovenierswoning wordt gestort. Opmerkelijk is dat in het concept van het park door Zocher een aantal elementen, overgebleven uit de 18de-eeuwse formele tuin -zoals de tuinkoepel en schelpengalerij- een prominente plaats bleven behouden en dat in de trant hiervan elementen werden toegevoegd, waaronder waterhuishoudkundige werken en een ornamentele schelpenwand achter de bedriegertjes. De oorspronkelijk voor de schelpengalerij geplaatste cascade met stroomgoden werd verplaatst naar de noordzijde van de derde vijver in landschapsstijl. Ten oosten van de tweede vijver bevindt zich een wildkelder die, opgebouwd uit ruwe baksteen en overgroeid door bosgrond, in tegenstelling tot de 18de-eeuwse tuinsieraden geheel niet opvalt en een romantisch, ruïneus karakter heeft. Het rosarium van L.A. Springer als verbindend element tussen oprijlaan, kasteel en oranjerie is na de verwoesting van 1945 in 1985 gereconstrueerd naar de situatie vanaf 1904.

Vanaf 1874 werd door de tuinarchitect Dirk Wattez in opdracht van de eigenaar van Rosendael op het terrein van Koningsberg een plan voor aanleg in landschapsstijl en een verkavelingsplan voor villa's ten uitvoer gebracht, dat gaaf bewaard is gebleven. Met het plan werd de Smidsberg met de daarboven staande bebouwing, die eerder vooral gericht was op de aanleg direct rondom het kasteel, door slingerpaden en een doorgetrokken as ook verbonden met de Koningsberg. Het plan van Wattez en de uitvoering ervan geeft de scheiding aan van het moment waarop Koningsberg met bijbehorende aanleg van een onderdeel van het buitenplaatsenpark transformeerde in een voor de gemeenschap aangelegd openbaar park. De visuele relatie met de aanleg van Rosendael bleef echter behouden en werd door het ontwerp zelfs versterkt. Het zicht vanuit het kasteel en park over het dal aan de Rosendaalse laan werd door Wattez nader vorm gegeven, ondermeer door de aanleg van de nog bestaande waterpartij. Uit de topografische kaart uit ca.1850 blijkt dat het dal met de Koningsberg als coulisse als doorzicht reeds deel uitmaakte van het door Zocher ontworpen landschapspark. De door de eigenaar van Rosendael gebouwde Torckschool uit 1842 voor de gemeenschap van Rosendael verkreeg een ornamentele kwaliteit in verband met de prominente plek in dit doorzicht. Dit gebeurde ook met de even verderop aan de Rosendaalse laan tegen de helling van de Koningsberg gelegen hoofdonderwijzerswoning Huis Heuveloord, die vermoedelijk is gebouwd omstreeks de tijd van de heraanleg in landschapsstijl van de Koningsberg door Wattez. De hovenierswoning aan de slurf van de eerste vijver in het park in landschapsstijl rondom het kasteel is evenals de portierswoning en de boerderij, beiden aan de voet van de Smidsberg, onderdeel van de buitenplaats. Ten noorden van de boerderij, achter de oranjerie, is een paardenwei gelegen. Deze landschappelijke weide wordt in het noorden afgesloten door het bos dat het gehele park van Rosendael aan de noord-,west-,en oostkant omgeeft. Aan de zuidzijde vormen de Kerklaan en de Beekhuizense weg de grens van de historische aanleg.

Waardering

De HISTORISCHE TUIN-EN PARKAANLEG van Kasteel Rosendael, onderdeel van de historische buitenplaats Rosendael, is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang:

- wegens de bijzondere en onregelmatige structuur van het landgoed bepaald door de natuurlijke terreinhoedanigheden;

- als duidelijk voorbeeld van een buitenplaats, met een uitgesproken historische gelaagdheid waarin de formele en landschappelijke stijl vertegenwoordigd en behouden zijn: de 19de-eeuwse landschappelijke parkaanleg en de 18de-eeuwse tuinornamenten en laangedeelten;

- als werk uit het oeuvre van de tuinarchitecten Zocher jr. en Wattez;

- als uniek voorbeeld van een buitenplaats met een groot aantal waterwerken, gevoed door stromend water;

- wegens enkele unieke onderdelen: de schelpengalerij en de bedriegertjes;

- wegens de grote invloed van de parkaanleg op de aanleg van parken van Nederlandse buitenplaatsen in de 17de, 18de en 19de eeuw;

- wegens de schoonheidswaarde;

- wegens de hoge architectonische kwaliteit van het park.

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Locatie

Monumentnummer
528474
Complexnaam
Rosendael
Provincie
Gemeente
Plaats
Complexomschrijving

HISTORISCHE BUITENPLAATS KASTEEL ROSENDAEL

Omschrijving complex

De historische buitenplaats ROSENDAEL bestaat uit een HOOFDGEBOUW (1), de HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG (2), TUINKOEPEL (3), SCHELPENGALERIJ (4), BEDRIEGERTJES MET SCHELPENWAND (5), CASCADE MET STROOMGODEN (6), SCHELPENGROT MET WATERVAL (7), WILDKELDER (8), WATERHUISHOUDKUNDIGE WERKEN (9), WAGENSCHUUR (10), HOVENIERSWONING (11), PORTIERSWONING (12), BOERDERIJ (13), STAL BIJ BOERDERIJ (14), HOOFDINRIJHEK (15), TOEGANGSHEK (16), TOEGANGSHEK(17), TUINVAZEN (18), ZONNEWIJZER (19), MUZIEKKAPEL (20), BEGRAAFPLAATS (21). De omgrenzing van het complex alsmede de aanduiding van de complexonderdelen staan op de bijbehorende kaart aangegeven.

Kasteel Rosendael kent een bijzondere ligging in een dal met grote waterpartijen. Deze ligging in het dal en de aanwezigheid van water vormen de hoofdelementen die vanaf de stichting van het kasteel in het begin van de 14de eeuw tot op heden de structuur en het karakter van het landgoed bepalen. Het kasteel dat begin 1300 gebouwd werd door graaf Reinald I van Gelre in het dal van stuwwallen uit de voorlaatste ijstijd moest ter verdediging omgeven worden door water. Dit gebeurde door het aanboren van sprengen hoog in het dal en het kunstmatig opstuwen van de waterloop. Met dit kunstmatig opstuwen van het water konden tevens de watermolen en waterraden die hier in 1396 aanwezig waren, worden aangedreven. De middeleeuwse burcht bestond uit een voorburcht, hoofdburcht en donjon als kern van het complex. Het geheel was omgeven door een weermuur met hoektorens en een gracht met ophaalbruggen. In de 16de eeuw werden op het landgoed zes papiermolens en een korenmolen gebouwd, aangedreven door het water uit de stuwvijvers. Tot 1615 werd het kasteel bewoond door graven en hertogen van Gelre; hierna verloor het zijn verdedigbare functie en deed het tot 1830 dienst als zomerverblijf en vervolgens als permanente verblijfplaats voor verschillende adellijke families. Met uitzondering van de verkoop van het huis in 1579 is het huis vier eeuwen lang door vererving van familie naar familie overgegaan, totdat het in 1978 eigendom werd van de Stichting Het Geldersch Landschap en in 1982 van de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. De families Van Dordt, Van Arnhem, Torck en Van Pallandt die het huis bewoond hebben gaven ieder vanuit een persoonlijke voorkeur, wegens aanpassingen aan de gangbare mode en vanuit de maatschappelijke, ambtelijke en financiële positie opnieuw vorm aan huis en park. Het kasteel onderging in 1615 voor het eerst ingrijpende veranderingen nadat Dirck van Dorth jr. (1574-1629) Rosendael in 1570 van Willem van Scherpenseel had gekocht. Met behulp van stenen uit het middeleeuwse muurwerk werd aan de donjon een tweebeukig huis gebouwd, afgesloten door trapgevels. De donjon bleef behouden als uitdrukking van de ouderdom van het landgoed. Aan de oostzijde van het huis werd een hoog ingangspaviljoen geplaatst, gelegen aan de binnenplaats die aan de overige zijden geflankeerd werd door een galerij, keukengebouw en volières. In 1667 werd Jan van Arnhem (1632-1721), die als vertrouwensman van de Koning-Stadhouder tot de hofkring gerekend kon worden, heer van Rosendael. Van Arnhem was een bewonderaar en kenner van de tuinkunst en onder hem kreeg het landgoed binnen de bestaande hoofdstructuur die werd bepaald door de hoogteverschillen van het terrein en de stroomrichting van het water, een nieuwe tuinaanleg. Deze hoofdstructuur leende zich nauwelijks voor een geometrische rangschikking van lanen, parterres en vijvers langs een centrale middenas, wat toen in de mode was. Allereerst ontbrak een lange oprijlaan op de middenas van het kasteel. De zuid-noord lopende toegangslaan draaide pas op korte afstand van het huis naar de ingang toe, in oost-west richting. Ten tweede belemmerden de vijvers, die in een gebogen lijn achter het huis lagen, een continuïteit van een centrale as door het terrein. Van Arnhem deelde de tuin onder in verschillende tuinen, gescheiden en omsloten door lanen, zodat het verkrijgen van vergezichten duidelijk geen doel vormde. De onderdelen apart kenden wel een geometrische indeling in vakken. Dankzij de natuurlijke aanwezigheid van water kon in de vorm van bassins, fonteinen en cascaden aan de eisen van een moderne Franse tuin beantwoord worden, eveneens door diverse tuinsieraden als grotten en priëlen en de aanleg van een Sterrenbos en doolhof. De vriendschappelijke relatie met het koninklijk echtpaar en hun veelvuldige bezoeken aan Rosendael leverden enkele bouwprojecten op, zoals de nu niet meer aanwezige Belvedère voor Willem III, een hofkabinetje ten behoeve van Mary Stuart en een nieuwe stal op het voorplein voor de koninklijke paarden. In 1721 erfde de neef van Van Arnhem, Lubbert Adolph Torck (1687-1698), Rosendael. Onder hem onderging het huis ingrijpende veranderingen om het naar de nieuwe smaak van de tijd, het classicisme, vorm te geven. Het tweebeukige huis met de trapgevels werd tot een ogenschijnlijk kubusvormige bouwmassa met lijstgevel verbouwd. Het hoge ingangsportaal werd afgebroken en maakte plaats voor een klassiek tempelfronton en een statige trap voor het huis. Tevens werden de bestaande dienstgebouwen ten noorden en oosten van het voorplein vervangen door nieuwe stallen, een koetshuis en oranjerie aan de noordzijde van het plein, haaks op de zijvleugel van het huis. Deze situering van bijgebouwen slechts aan één zijde van het hoofdgebouw zorgt voor het ongebruikelijke L-vormig complex zoals dat nu nog aanwezig is. De gevels van het huis en de bijgebouwen werden, volgens de nieuwste mode, voorzien van een pleisterlaag. In de donjon werden de twee verdiepingen tot één ruimte met hoog koepelgewelf samengebracht ten behoeve van een huisbibliotheek. De toren die hiermee iets verlaagd werd, kreeg als bekroning de lichtkoepel van de inmiddels afgebroken Belvedère van Willem III. Deze lantaarn werd echter rond 1800 door brand verwoest zodat de toren tot de restauratie in 1980 een vlakke bovenkant bezat. Na de eerste aanzetten tot het aanbrengen van landschapschappelijke elementen en het wegwerken van de geometrische vormen in 1781 onder Assueer Jan Torck (1733-1793) en dertig jaar later door Reinard J.C. Torck (1775-1830), werd de gehele tuin in de jaren 1836-1838 onder A.L. Adolph Torck (1806-1842) in de stijl van een Engels landschapspark vormgegeven. Het nieuwe tuinconcept van J.D. Zocher jr. zorgde voor de opdeling van de vijf hoekige vijvers in drie langgerekte waterpartijen met golvende contouren, glooiende grasvelden, slingerpaadjes, boomclusters, solitairs en een gevarieerd kleurenpalet. De 18de-eeuwse tuinornamenten bleven behouden en werden in de nieuwe aanleg ingepast. Overige wijzigingen die onder Adolph Torck plaats vonden en nu nog aanwezig zijn, betreffen de bouw van de oranjerie door J.D. Zocher (1836-1837; thans reconstructie) het logement boven op de heuvel (1837, gesloopt in 2007) en nieuwbouw van stal en koetshuis aan de noordkant van de zijvleugel van het huis (1841-1842). De ornajerie en het logement werden belangrijke blikvangers in het park. Van 1843 tot 1977 is Rosendael in bezit geweest van de familie Van Pallandt. In 1854 werd onder baron R.J.C. van Pallandt door architect L.H. Eberson de veranda aan de zijvleugel aangebouwd en het interieur van het huis en de zijvleugel gemoderniseerd, waarbij 18de-eeuwse onderdelen als stucplafonds en betimmeringen vervangen werden door historiserende nieuwe elementen. Tevens werden in het park door tuinarchitect Dirk Wattez veranderingen aangebracht, zoals de aanleg van een inmiddels verdwenen Engelse tuin tussen de schelpengrot en de bedriegertjes. Onder Wattez werd de aanleg op de Smidsberg, de Koningsberg en langs de Rozendaalselaan gereorganiseerd. In 1891 werd de pleisterlaag op het huis en de aanbouw volgens de toen opkomende mode verwijderd. Een nieuw onderdeel in de tuin vormde de aanleg in 1904 door tuinarchitect L.A.Springer van een geometrische rozentuin tussen de oprijlaan, het kasteel en de oranjerie, wat voorheen slechts een weide was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door bombardementen en beschietingen de zijvleugel, de zuidkant van het huis, de oranjerie, de schelpengalerij en het rosarium zwaar beschadigd. De oranjerie was zo zwaar beschadigd dat die moest worden afgebroken. Na de overdracht van Rosendael in 1978 aan de Stichting Het Geldersch Landschap/Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen werden kasteel en park hersteld, waarbij oranjerie werd herbouwd in 1990. Daarom komt de oranjerie voor bescherming nog niet in aanmerking. Hetzelfde geldt voor de gereconstrueerde kettingbrug.

Waardering Het COMPLEX HISTORISCHE BUITENPLAATS KASTEEL ROSENDAEL is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang wegens

- de zeer hoge kwaliteit van de aanleg, van de overige complexonderdelen en van de samenhang tussen aanleg en complexonderdelen;

- de grote invloed die dit complex op de aanleg van tuinen van Nederlandse buitenplaatsen in de 17de, 18de en 19de eeuw heeft gehad;

- de gaafheid;

- de ouderdom.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Historische aanleg Kastelen, landhuizen en parken Tuin, park en plantsoen oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Rozendaal BY Rosendael 1 Ja
Types
Hoofdcategorie Subcategorie Beschrijving Notitie
Kastelen, landhuizen en parken Tuin, park en plantsoen
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
B 151 Rozendaal
B 153 Rozendaal
B 218 Rozendaal
B 156 Rozendaal
B 152 Rozendaal
B 158 Rozendaal
C 2162 Rozendaal
C 1873 Rozendaal
C 432 Rozendaal
C 1069 Rozendaal
C 1068 Rozendaal
C 1793 Rozendaal
C 625 Rozendaal
C 624 Rozendaal
C 623 Rozendaal
C 1038 Rozendaal
C 131 Rozendaal
C 2119 Rozendaal
C 407 Rozendaal
C 1065 Rozendaal
C 1742 Rozendaal
C 555 Rozendaal
C 1864 Rozendaal
C 1067 Rozendaal
C 2226 Rozendaal
C 126 Rozendaal
C 552 Rozendaal
C 1794 Rozendaal
C 2381 Rozendaal
C 2221 Rozendaal
C 2378 Rozendaal
C 1849 Rozendaal
C 1841 Rozendaal
C 2111 Rozendaal
C 2110 Rozendaal
C 2301 Rozendaal
C 2379 Rozendaal
C 2380 Rozendaal
C 1847 Rozendaal
C 2203 Rozendaal
C 2369 Rozendaal
C 2202 Rozendaal
C 636 Rozendaal
C 434 Rozendaal
C 926 Rozendaal
C 2372 Rozendaal
C 633 Rozendaal
C 1866 Rozendaal
C 1842 Rozendaal
C 1863 Rozendaal
C 2120 Rozendaal
C 639 Rozendaal
C 637 Rozendaal
C 1791 Rozendaal
C 2371 Rozendaal
C 408 Rozendaal
C 604 Rozendaal
C 2373 Rozendaal
C 129 Rozendaal
C 1790 Rozendaal
C 1647 Rozendaal
C 1867 Rozendaal
C 626 Rozendaal
C 2211 Rozendaal
C 647 Rozendaal
C 435 Rozendaal
C 554 Rozendaal
C 553 Rozendaal
C 627 Rozendaal
C 2118 Rozendaal
C 2370 Rozendaal
C 551 Rozendaal
C 1788 Rozendaal
C 2209 Rozendaal
C 1037 Rozendaal
C 2210 Rozendaal
C 2302 Rozendaal
C 1905 Rozendaal
C 130 Rozendaal
C 2163 Rozendaal
C 2212 Rozendaal
C 406 Rozendaal
C 1868 Rozendaal
C 1789 Rozendaal
C 606 Rozendaal
C 2164 Rozendaal
Naar boven