Dorpsstraat 50, Graauw

Inleiding

Neo-gotische, driebeukige kruiskerk uit baksteen, in 1854 als vervanging gebouwd naar een ontwerp van architect P. Soffers. De nieuwe kerk werd gebouwd tegen de gehandhaafde bestaande toren uit 1822. Aan weerszijden van de toren zijn in het begin van de twintigste eeuw kapellen aangebouwd, waarschijnlijk zijn gelijktijdig de gebrandschilderde ramen in het priesterkoor en het neo-gotische hoogaltaar (gedateerd 1914) aangebracht.

De voormalige zangtribune en het daarop geplaatste orgel zijn relatief recent en vallen niet onder de bescherming.

Omschrijving

De kerk is opgetrokken uit rode baksteen. De aan de toren grenzende kopgevel van schip en zijbeuken is architectonisch aangepast aan de oudere toren, voorzien van verdiepte muurvelden en een natuurstenen waterlijst. De toegepaste baksteen van toren en kerk komen sterk overeen, de baksteen van de later toegevoegde kapellen wijkt duidelijk af. De kopgevel is op de hoeken voorzien van pinakel-achtige elementen.

De vierkante toren is opgebouwd uit drie geledingen met natuurstenen lijsten op de overgangen. De toegang is voorzien van een gepleisterde omlijsting en een spitsboogvormig bovenlicht met traceringen. Boven de toegang een spitsboogvormig venster met roedeverdeling. In de voorgevel van de tweede geleding een gepleisterde nis voor een beeld en een roosvenster, samen in een verdiept muurveld opgenomen; in de zijgevels een roosvenster. De derde geleding bevat twee galmgaten en een wijzerplaat van het uurwerk aan alle zijden. Aan beide zijden van de toren bevindt zich een later aangebouwde kapel, uitgevoerd in Belgische steen onder een vijfvlaks schilddak en voorzien van een spitsboogvormig venster per gevelvlak. De linker (noord) kapel is minder diep dan de rechter; in de hoek tussen linker kapel en toren bevindt zich een platgedekt traptorentje voorzien van smalle rechthoekige vensters.

De rechter (zuid) zijgevel van vijf traveeën breedte is sober uitgevoerd met lisenen. Per travee een spitboogvenster met natuurstenen tracering en dorpels. De gevel wordt afgesloten door een mastgoot.

Tegen de middelste travee bevindt zich een uitbouw ten behoeve van een biechtstoel, voorzien van een plat met schulprand. Tegen het transept een toren-achtige uitbouw waarin een toegangsdeur is opgenomen. De gevels van het transept gaan hoger op dan de zijbeuken en worden afgesloten door een bakgoot op uitkragend metselwerk. In de kopgevel van het transept een groot glas-in-lood raam met bakstenen verdeling in het onderste deel en natuurstenen tracering in het boogveld. Op de gevelhoeken overhoeks geplaatste steunberen. Achter het transept ligt in hetzelfde gevelvlak de sacristie met in de zijgevel onder meer een getoogde toegangsdeur en enige verdiepte spitsboogvelden waarvan twee grote velden deelbogen bezitten waarin kleine vensters zijn opgenomen.

De achter- of kopgevel van de sacristie bezit twee glas-in-lood spitsboogramen, daarboven een band van zeven boognissen en op zolderniveau een luik met aan weerszijden een spitsboogvormig glas-in-lood raam. De sacristie is door een laag tussenlid, waarin twee glas-in-lood ramen, met het koor verbonden. Het zevenvlaks koor is sober uitgevoerd met steunberen op de hoeken en voorzien van vijf gebrandschilderde ramen. Links naast het koor is een platgedekte stookruimte aangebouwd. De kapellen naast het koor bezitten beide één venster. De linker zijgevel is als de rechter zijgevel, echter met een uitgebouwde biechtstoel tegen de kopgevel van het transept.

Het gebouw is voorzien van zadeldaken in kruisvorm, gedekt met leien inmaasdekking; de transeptdaken zijn afgewolfd. De koorsluiting bezit een veelzijdig schilddak, de sacristie een eenzijdig aangebouwd, afgewolfd zadeldak. De fronttoren is voorzien van een met leien gedekte, achtzijdige, uitzwenkende spits, bekroond door een kruis en haan. Op de viering een opengewerkt torentje met driepasmotieven in de driehoekige gevelvlakjes; de slanke spits bekroond door een kruis.

Het interieur bezit rijke afwerkingen en inrichtingen uit de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw met onder meer gepolychromeerde wanden en plafonds met Jugenstilachtige biezen en lijsten, spiraalmotieven aan kolomdelen en blokmotieven op de wanden.

Het schip en de zijbeuken bezitten gepleisterde kruisgewelven. Het transept, de viering en het koor zijn voorzien van houten gewelfplafonds op houten consoles en ronde pilasters onder de graten, de zevenvlaks koorsluiting achter de triomfboog bezit een gepleisterd graatgewelf. Figuratieve beschilderingen op de triomfboog, onder zes ramen van het koor, voorstellend het leven van Christus; in een fries onder de gewelfaanzet in het transept en de viering, op twee muurvlakken in het noordelijke transept en één in de kapel noordelijk naast het koor; in de rechter kapel een deur waarboven een schilderij en een muurschildering. In de zijbeuken een kruisgang in de vorm van schilderijen. In de kopgevels van het transept uitgebouwde biechtstoelen. In de zijgevels van de zijbeuken eveneens uitgebouwde biechtstoelen, in de noordgevel tot muurnis verbouwd, in de zuidgevel nog oorspronkelijk, uitgevoerd in eikenhout met snijwerk en glas-in- lood in de deuren. Tegen de vieringkolom links van het koor een rijke eikenhouten preekstoel in neo-gotische stijl voorzien van baldakijn.

De kolommen in schip en transept zijn voorzien van rijk beschilderde naaldprofielen. Aan acht kolommen zijn gepolychromeerde heiligenbeelden aangebracht. Het centrale gangpad is belegd met zwarte en witte natuurstenen tegels, de overige loopgedeelten met rood-zwart-gele plavuizen. In het koor vijf gebrandschilderde ramen, overigens alle ramen in glas-in-lood uitgevoerd, grotendeels in gekleurd glas. Vanuit de zuidelijke koorkapel zijn de sacristie, portaal en toilet bereikbaar.

Het neo-gotische hoogaltaar, gedeeltelijk uit beschilderd pleisterwerk, gedeeltelijk zwart marmer, is een geschenk uit 1914. Zuidelijk van de entree een doopkapel met geheel beschilderd gewelfplafond, marmeren doopvont en ijzeren hekwerk. Links (noord) een Mariakapel met eiken altaar.

Klokkenstoel met klok van François Hemony, 1664, diam. 73 cm. Mechanisch torenuurwerk, B. Eijsbouts, met elektrische opwinding.

Waardering

Kerk van algemeen belang vanwege cultuurhistorische en architectuurhistorische waarden van niet alleen exterieur maar met name het interieur als rijk voorbeeld van 19de en vroeg 20ste eeuwse kerkdecoratie en inrichtingen; als zodanig van zeldzaamheidswaarde.

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Locatie

Monumentnummer
509700
Provincie
Gemeente
Plaats

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Kerk Religieuze gebouwen Kerk en kerkonderdeel oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Dorpsstraat 50 4569 AK Graauw Ja
Types
Hoofdcategorie Subcategorie Beschrijving Notitie
Religieuze gebouwen Kerk en kerkonderdeel Kruiskerk
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
H 731 Hulst
Bouwperioden
Start Eind Notitie Beschrijving
1822 1822 fronttoren vervaardiging
1854 1854 kerkgebouw verbouwing
1910 1915 verbouwing
Ambachten
Name Beroep Notitie
Soffers, P. ; Zeeland architect / bouwkundige / constructeur
Naar boven