In 1965 was onze familie (Jan de Ruijter Jr., een van de 2 kinderen van Jan de Ruijter Sr. en Aaltje van der Werf) van Amsterdam naar Nunspeet verhuisd. En niet zo lang daarna mocht ik met mijn broer een weekendje bij oma logeren.
De tuin was toen al in feite een groot en nauwelijks onderhouden bos, met een hek achterin dat direct toegang tot het Grote Bos gaf.
Huize Sparrenheuvel, waar oma toen alleen woonde want haar zoons waren uitgevlogen en haar man al jaren van tafel en bed gescheiden, was beslist mooi geweest maar begon zijn gebreken te krijgen. De trap naar de bovenverdieping was smal, en boven mochten we in de logeerkamer (vroeger van een der zoons) slapen. Later hoorde ik dat het dakraam/dakkapel (?) gebruikt werd als de jongste zoon in opdracht van moeders pasgeboren kittens van een der terreinkatten naar beneden moest gooien want dat was minder bloederig dan direct doodslaan. Brrr... (uit zo'n nest kregen we later 1 kitten, die is toch mooi rond de 15 jaar geworden).
Ik herinner me dat de tuin/serrekamer aan de straatkant echt als woonkamer ingericht was, met aan de andere kant van de trap de keuken. En de serre keek op een klein grasveldje uit met verder de bostuin; de grote parkeerplek kwam pas rond 1973 (zie later verhaal). Aan de straatkant stond ook de 'sparrenheuvel', met daarop een olietank die voor de oliekachels in het benedenhuis gebruikt werd. Leuk tijdsbeeld!
Bron: (Familieverhaal, dit pand is plm. 50 jaar in onze familie geweest)