U bent hier

baxhof

De Baxhof: vondst van Ridderzaal op zolder begin van een avontuur

Dat de rijks monumentale carré-hoeve een bijzonder verleden kende, dat wist de familie wel. Maar door de vondst van een zeer goed bewaard gebleven Ridderzaal van rond 1480 weten ze nu dat de Baxhof veel meer was dan een gewone Limburgse hoeve.

Al vanaf 1883 bewoont de familie van Desirée Obers-Poels de monumentale Limburgse carré-hoeve. Desirée werd op de Baxhof geboren. Kort voor haar vader Chrit Poels in 1993 overleed, kwam er een eind aan een ruime eeuw agrarische activiteiten van de familie Poels. De boerderij en de landerijen werden na het overlijden van vader Poels in de jaren negentig verdeeld onder de zes kinderen Poels. Desirée en een broer en zus werden eigenaar van delen van de gebouwen en de andere drie kinderen werden eigenaar van de landerijen.

De enige manier om de hoeve rendabel in stand te houden.

Doe het zelf

Desirées echtgenoot, Jacques Obers, is een enthousiaste doe het zelver, maar wel één die goed geschoold is. Hij was jarenlang docent op een technische school. In 1996 begon hij met de verbouwing van de koeienstal naar een woning, waar hij en Desirée met dochters Giselle en Vivi konden gaan wonen. Jacques vertelt: ‘Wij hebben destijds met elkaar bij de gemeente toestemming gevraagd om een aantal woningen te realiseren in de bedrijfspanden. Dat was de enige manier om deze hoeve rendabel in stand te houden. In de jaren negentig was bouwhistorisch onderzoek nog niet aan de orde, maar ik heb uiteraard alle authentieke elementen erin laten zitten.’ 

Tiendschuur

De helft van de 30 meter lange tiendschuur was ook in eigendom van Desirée. Een tiendschuur werd vroeger gebruikt voor de opslag van graan. Dit heet een tiendschuur, omdat de boeren een tiende van hun oogst bij wijze van belasting moesten afdragen aan hun leenheer. Desirée en Jacques besloten dit te gaan herbestemmen tot een gastenverblijf en vergaderlocatie. Het geld dat ze hiermee zouden verdienen, konden ze goed gebruiken voor de instandhouding van de overige gebouwen. In 2010 begon Jacques aan de herbestemming van de Tiendschuur. ‘Het sanitair, verwarming en elektra heb ik laten doen, voor de rest doe ik wat ik zelf kan. Anders zou zoiets als dit ook niet te bekostigen zijn.’ Inmiddels is het gastenverblijf ‘Maison Baxhof’ vol in bedrijf. 

Coen ontdekte op zolder een enorme verrassing.

Zolder

Toen de moeder van Desirée in 2013 was overleden, besloten Jacques en Desirée haar woonhuis over te nemen. Dochter Giselle, die het beheer van Maison Baxhof zal overnemen, kan dan met haar vriend in het woonhuis van haar ouders gaan wonen. Het woonhuis van moeder Poels moest nog wel gerestaureerd en aangepast worden tot een ‘leeftijdsbestendige’ woning voor Desirée en Jacques. De familie Obers benaderde de bekende bouwhistoricus Coen Eggen om hen te helpen met de restauratieplannen. Desiree vertelt: ‘Coen ontdekte op zolder een enorme verrassing. Wij kwamen daar maar zelden. Een enkele keer hing er de was van mijn moeder te drogen. Maar door die steile, smalle trap bleven wij er allemaal zoveel mogelijk weg.’

Jullie hebben een Ridderzaal gekocht.

Met stomheid geslagen

Jacques vertelt: ‘Coen klom die steile trap op en eenmaal boven sloeg hij zijn handen voor zijn mond. ‘Jonge, jonge, jonge...’ Dat was alles wat hij in eerste instantie zei. Wij dachten dat hij ontsteld was over de staat waarin in een en ander zich bevond. Maar hij was met stomheid geslagen, omdat hij meteen zag dat onze zolder niet minder was dan een Ridderzaal. En dan ook nog eens een zeer goed bewaarde!’ Desirée vult aan: ‘Hij zei meteen: ‘Jullie hebben een Ridderzaal gekocht en hij ziet er nog net zo uit als hoe hij in 1480 achtergelaten is. Na de periode dat de zolder als Ridderzaal dienst had gedaan, met feesten, diners, maar soms ook als plaats waar de tienden geïnd werden en recht werd gesproken, kwam hij in gebruik als graanzolder.’ Jacques verzucht: ‘Door de ontdekking van de Ridderzaal begon voor ons een heel avontuur.’

Alles wat je aantreft, is een teken.

Een enorme boost

Coen bracht Desirée en Jacques in contact met bekende bouwhistorici, zoals ‘die Hausforscher unterwegs’ uit Duitsland. Dat is een groep van onderzoekers van huizen en ook zij waren diep onder de indruk. Jacques: ‘Dat gaf ons een enorme boost!’ Gedurende de werkzaamheden komt Jacques van alles tegen. ‘Alles wat je aantreft is een teken. Steeds opnieuw kwamen we sporen tegen die meer duidelijk maakten over de historie. Zo vond ik bij de reconstructie van de openhaard achter de Delfts blauwe tegelwand een krantenknipsel, waarin iets werd gezegd over bevolkingsaantallen. Aan de hand van die tekst heb ik kunnen achterhalen dat het om een knipsel uit 1912 moest gaan. Dat kwam overeen met de datering die Coen Eggen had gegeven voor de wand waarachter ik dit knipsel vond. Bij het strippen van het leemplafond vond ik een plankje die de toenmalige timmerman op een eiken balk achtergelaten had. Er stond op ‘H.Trines plavonner, 1897’. Uit documenten weten we dat in 1896 een dochter van de familie hier in huis was verongelukt door het instorten van het plafond. Dat werd dus een jaar later hersteld.’ En ook de Tweede Wereldoorlog liet haar sporen na. De Baxhof was een bolwerk van verzetsactiviteiten in Midden-Limburg en werd getroffen door granaatvuur zoals blijkt uit granaatscherven die Jacques aantrof. 

Bij zo’n restauratie zou je samen op moeten trekken.

Gemeente

‘Wij merken dat de gemeente het best ingewikkeld vindt om het gehele vergunningenproces te begeleiden. Zij zijn geneigd om ons te houden aan de plannen, zoals we die oorspronkelijk hebben ingediend. Maar gaandeweg komen we bij het weghalen van de leem op de wanden en de balken zoveel nieuwe informatie tegen, dat we onze plannen daar dan graag weer op aan willen passen. Vooral omdat het nog meer ten goede komt van het monument. Dat kost ons dan de nodige moeite. Zo besloten we op enig moment dat we de keuken en de woonkamer toch wilden samenvoegen tot één ruimte. De muren die daar stonden, zaten daar oorspronkelijk niet volgens Coen. Maar het overleg met de gemeente daarover verliep stroef. Bij zo’n restauratie zou je juist samen op moeten trekken.’ 

Op termijn willen we over op zonne-energie.

Duurzaamheid

‘Aanzicht gaat vóór duurzaamheid, wat onze gemeente betreft. Daarom brengen wij isolatie aan vanaf de binnenkant. Daarbij moeten de daksporen in het zicht blijven, waardoor er weinig ruimte voor optimale isolatie overblijft. Deze manier van isoleren is duur en ook nog eens minder effectief. Maar we voldoen wel aan de eisen van het energielabel voor een monument. We hebben nu voorlopig nog gekozen voor gas, omdat we niet snel iets anders kunnen. Maar op termijn willen we over op zonne-energie. We willen zonnepanelen hiernaast op het land plaatsen.’

In contact met mensen die ongeveer met hetzelfde bezig zijn.

Monumenten Community

De familie Obers heeft een deel van de financiering van al hun projecten geregeld via het Restauratiefonds. Daar konden zij laagrentende leningen afsluiten.  Het Restauratiefonds nodigde Jacques en Desirée uit om lid te worden van de Monumenten Community. Desirée: ‘Die community bijeenkomsten ervaren wij als een warme deken. Het is voor ons iedere keer weer een uitje. We zijn te gast in een monument, waar we in contact komen met mensen die ongeveer met hetzelfde bezig zijn. Je hoort er ook hoe andere gemeenten dingen regelen. Soms spreekt een deskundige, soms een toeleverancier. Zij kunnen je vaak weer in contact brengen met anderen, die werken vanuit hun hart voor monumenten en niet puur vanuit winstbejag. Er komt iedere keer een ander onderwerp aan de orde en het is altijd goed georganiseerd. Door de community weten wij als monumenteigenaar dat we niet alleen staan. Dat gevoel krijg je anders wel eens.’

Giselle en Desirée

Zie ook