U bent hier

Duco en Brigitte

Van kantongerecht naar mantelzorgwoning en kantoor

Het bedrijfsgebouw van Duco Kapitein en Brigitte Jacobs werd te krap. En toen kwam opeens het voormalig Kantongerecht in Den Helder te koop. Met daarin: een cipierswoning die nu dienstdoet als mantelzorgwoning. 

Duco Kapitein heeft samen met zijn vriendin Brigitte Jacobs een architectenbureau aan de Kerkgracht in Den Helder. Ze houden kantoor in een verbouwd woonhuis, maar dat werd te klein. Brigitte werkte daarom in het voormalige gebouw van het Kantongerecht; dat werd in afwachting van de verkoop anti-kraak verhuurd. Dit pand ligt aan dezelfde gracht als hun bedrijfspand en hun woonhuis. Geleidelijk aan ontstond het plan om het Kantongerecht te gaan kopen. Het pand bood voldoende kantoorruimte om alle personeelsleden en stagiaires te herbergen en er was nog een onverwacht bijkomend voordeel: er bleek in het gebouw ooit een conciergewoning geweest te zijn. Als ze het Kantongerecht terug zouden brengen in de oorspronkelijke indeling, dan zou de conciergewoning een prachtige mantelzorgwoning voor de vader van Duco zijn! Vader Kapitein, nu tachtig, maakte tot voor een paar jaar geleden als architect ook deel uit van dit bureau.

Tot in het midden van de jaren tachtig woonde hier de conciërge.

Cellenblok

Duco: ‘Oorspronkelijk hoorde er bij het Kantongerecht, gebouwd in 1863, een Huis van Bewaring. Daar hoorden ook een kamer voor de Kantonrechter en de veldwachter bij en een woning voor de cipier, die dus dag en nacht aanwezig was. Hoe dat qua indeling precies zat, weten we niet. De vloer van een van de voormalige cellen hebben we teruggevonden onder de vloer van de slaapkamer van de conciërge. Die conciergewoning stamt uit 1910, in die periode werd het cellenblok gesloopt. Uit die periode hebben wij de bouwtekeningen. Die woning in de linkervleugel verdween bij een verbouwing in 1988. Tot aan zijn dood in het midden van de jaren tachtig woonde hier de conciërge.  De rechtszaal bevond zich op de eerste verdieping. Maar toen in de jaren tachtig alles toegankelijker gemaakt moest worden voor invaliden werd er intern herschikt. De rechtszaal kwam beneden en de ingang van de voormalige conciergewoning werd de invalidentoegang van het gebouw. 

De rechtszaal is prima geschikt als tekenkamer.

Anti-kraak

‘Brigitte had al een tijdje ‘anti-kraak’ gewerkt in het pand, voor het te koop kwam. Ze had dus een goed beeld van het gebouw. Het leek in zijn geheel een iets te ruime jas voor ons kantoor, maar toen we op het idee van de combinatie met een mantelzorgwoning kwamen, paste het opeens allemaal prima! Driekwart van het gebouw wordt architectenbureau en een kwart is mantelzorgwoning. Alle ruimtes, groottes en aantallen brengen we terug. De rechtszaal is prima geschikt om een tekenkamer te maken voor drie medewerkers. We hoeven aan de ruimtes bouwkundig niets te veranderen, er is dus geen verbouwing meer nodig.’

Het vermengen van functies is kennelijk ingewikkeld.

Curieus

‘De gemeente vond onze plannen hoogst curieus. Er was al voor de verkoop een bestemmingsplanwijziging voor het gebouw afgegeven: er mochten vier appartementen in komen, eventueel in combinatie met een kantoorfunctie. Maar een mantelzorgwoning in een kantoorpand? Een mantelzorgwoning is een ‘ondergeschikte, niet zelfstandige woonfunctie’. In de praktijk kan zo’n mantelzorgwoning wel bij een bestaande woonfunctie worden geplaatst, maar niet bij een kantoorfunctie. Het vermengen van functies is kennelijk ingewikkeld. Terwijl het interactie op kan leveren die voor iedereen prettig is. Wij hebben in ons land, denk ik, veel te veel ‘ontmengd’. Uiteindelijk is het opgelost door de mantelzorgwoning van een eigen huisnummer te voorzien.’

Ook voor mijn vader is dit een geweldige oplossing.

Mantelzorgen

‘Omdat mijn vader zijn woning al had verkocht, hebben we eerst het mantelzorgdeel in orde gemaakt. Het enige wat we hier aan toe moesten voegen, was een badkamer. Die was er niet en die hebben we gemaakt van een kast en een stukje gang. Uiteraard geschikt voor mindervaliden. Het grote voordeel ten opzichte van een mantelzorghuisje in onze eigen tuin, vind ik de afstand die er nu toch nog is tussen het mantelzorgen voor mijn vader en ons gezinsleven. Het is goed dat je zo nu en dan even fysiek afstand kan nemen van zorgtaken. Wij wonen even verderop aan dezelfde gracht, zo dichtbij dat het mantelzorgen ook weer niet veel extra vraagt. En ook voor mijn vader is dit een geweldige oplossing. Mijn vader zat tot voor kort nog in onze maatschap. Hij werkte tot zijn tachtigste en kent alle medewerkers van ons bureau. Wanneer wij hier straks zitten, kan hij ’s ochtends koffiedrinken met het personeel. De routines van vroeger kan hij met zijn rollator voortzetten. Hij blijft op die manier betrokken bij de maatschappij en onder de mensen. Ik kook voor hem, doe zijn boodschappen. Maar hij kan zich verder prima redden. En de voormalige invalideningang van het Kantongerecht is natuurlijk ook heel erg handig. Als het moet kan hij op termijn met de scootmobiel moeiteloos de helling op en de extra brede deur door.’

Onze ambitie is het pand gasloos te maken.

Twee grote operaties

‘Eigenlijk bestaat de aanpak van het gebouw uit twee grote operaties. De eerste is het opknappen van de bouwkundige schil. Het dak kiert en is niet luchtdicht, dus die moet geïsoleerd en tochtdicht gemaakt. Overal waar het mag, brengen we isolerende beglazing aan en er moet schilder- en pleisterwerk gedaan worden. Van binnen hoeft er aan de structuur niks te gebeuren. Wel moet er overal gestuct, geschilderd en gerepareerd worden. De tweede operatie betreft de verwarming van het pand. Onze ambitie is het pand gasloos te maken en over te gaan op vloerverwarming. Als we overal de radiatoren uithalen, dan zie je het gebouw terug.’

De mantelzorgwoning was een pilotproject voor de duurzaamheidsmaatregelen.

Duurzaamheid

‘De mantelzorgwoning was meteen een pilotproject voor de rest van het gebouw voor wat betreft de duurzaamheidsmaatregelen. In de mantelzorgwoning hebben we de vloer geïsoleerd en daarin vloerverwarming aangelegd. In de gang zaten tegelvloeren waar we niet onder konden. Daar hebben we nu in de wanden onzichtbare verwarmingsvlakken aangebracht. Verf erover en je ziet er niets van, terwijl het aangenaam warm is. Voor de rest van het pand zijn we nog aan het zoeken hoe we alle techniek gaan regelen. We meten nu het verbruik in de mantelzorgwoning. En we denken na over de opwekkingsvoorziening. Op de uitbouw hebben we een plat dak waar we zonnepanelen zouden kunnen plaatsen. Maar is het wel een uitdaging om dat op een nette, niet zichtbare manier te  doen. We studeren nog op de aanschaf van bijvoorbeeld een warmtepomp. Wij zetten alles op een rijtje: wat kost het, hoe voer je het uit in een monument en wat doet het esthetisch?’

Foto bovenaan gemaakt door George Stoekenbroek.

Zie ook