U bent hier

Michiel van Hunen  Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Kwaliteitsrichtlijnen helpen monumenteneigenaren

Je kan vaak geld besparen en kwaliteit behouden

Eigenaren van monumenten hebben maar zelden rechtstreeks te maken met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Toch zijn de medewerkers van RCE dagelijks aan het werk om de restauratiepraktijk in Nederland van dienst te zijn. Een van die medewerkers is Michiel van Hunen, hij houdt zich onder andere bezig met het programma Restauratiekwaliteit.

‘Ik werk nu zeventien jaar bij de Rijksdienst als materiaaldeskundige. Ik heb materiaalkunde gestudeerd aan de Technische Universiteit (TU) in Delft. Dat ik in de erfgoedsector aan het werk zou gaan, voorzag ik als student nog niet, al was ik toen in mijn vrije tijd wel druk met het opknappen van oude motorfietsen en een oude boerderij. Inmiddels is mijn aandacht verschoven naar oldtimers en woon ik in een jaren dertig huis waar ook met regelmaat wat aan moet gebeuren. In mijn werk ben ik gespecialiseerd op een aantal terreinen, waaronder metselwerk, conserveringstechnieken, gevelreiniging en vochtproblemen. Voor verschillende Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) begeleidingscommissies lever ik input. Ik ben trots op het boek over historisch metselwerk dat in 2012 verscheen. In dit boek hebben we alle mogelijke kennis gebundeld over instandhouding, herstel en conservering van metselwerk. De passie  voor metselwerk spat er vanaf!’

Kennis verzamelen en delen

‘De Rijksdienst is de laatste jaren steeds minder direct betrokken bij monumenten. Alleen in bijzondere gevallen komt de Rijksdienst in beeld voor rechtstreeks advies aan de eigenaar. Dat vind ik overigens erg leuk om te doen, hoewel het maar een klein deel van mijn tijd in beslag neemt. Onze belangrijkste taak is nu om kennis te verzamelen, waar anderen weer gebruik van kunnen maken. Die kennis bundelen we vaak in gidsen.  Op die website onder publicaties staat een overzicht van al het materiaal dat inmiddels beschikbaar is. Naast die informatie op schrift, organiseren we regelmatig symposia en platforms, waar mensen uit de sector kennis kunnen opdoen en uitwisselen. Vaak zijn ook eigenaren welkom op dit soort bijeenkomsten, die aangekondigd worden via de site van de Rijksdienst. Kijk dan onder het kopje ‘agenda’.

Restauratiekwaliteit

‘Sinds 2010 loopt het programma Restauratiekwaliteit. Daar ben ik als programmaleider intensief bij betrokken. De bedoeling van dit programma is dat de sector zelf bepaalt welke kwaliteitsregels moeten gelden voor een bepaald onderdeel, bijvoorbeeld metselwerk. Gezamenlijk wordt vastgesteld welke minimale kwaliteit gewenst is en hoe je dat dan kan bereiken. Belangrijk is dat restauratiewerk sober en doelmatig uitgevoerd wordt, zodat de eigenaar waar voor zijn geld krijgt. Tegelijkertijd moet de cultuurhistorische waarde van het object behouden blijven. Op deze website is binnenkort meer informatie te vinden over restauratiekwaliteit.’

Richtlijnen

‘De stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) zorgt ervoor dat al die richtlijnen overzichtelijk bij elkaar staan. Eigenaren van monumenten kunnen op de website van de stichting ERM bekijken welke richtlijnen zij bijvoorbeeld van belang vinden bij de aanbesteding van een restauratieklus en welke aannemers in staat zijn om de gevraagde kwaliteit ook daadwerkelijk te leveren. De richtlijnen kunnen eigenaren van monumenten dus helpen om grip en zicht te houden op het restauratieproces.'

Goed opdrachtgeverschap

‘De mensen uit de praktijk kijken binnen de stichting ERM kritisch naar de kwaliteitseisen die gesteld kunnen worden. Opdrachtgevers kunnen hier hun voordeel meedoen, het kan ze helpen om een kwalitatief goede restauratie uit te laten voeren, waardoor de waarde van het monument voor de toekomst ook meer geborgd is. Dat vraagt ook om goed opdrachtgeverschap. Je moet je als eigenaar  goed in je monument verdiepen, want soms heb je al veel meer waarde in huis dan je denkt. Als je voegwerk bijvoorbeeld maar voor 20% van slechte kwaliteit is, dan moet je niet 100% gaan herstellen. Zo kan je vaak geld besparen en kwaliteit behouden.’

Beton of elastiek?

‘De richtlijnen zijn niet in beton gegoten, om de zoveel tijd worden ze geactualiseerd, zodat ze blijven aansluiten op de praktijk. Zo kan ook steeds de laatste stand van de techniek optimaal benut worden. Een college van deskundigen zorgt steeds voor de vaststelling van een richtlijn. De richtlijnen zijn universeel, in de praktijk moet een vertaalslag gemaakt worden naar het betreffende monument. Dat leidt soms tot interessante discussies. De opdracht is ook niet simpeler geworden in de loop der tijd. Vroeger hoefde je bij  een traditionele restauratie alles ‘alleen maar’ in de oude staat terug te brengen, tegenwoordig komt daar vaak nog eens de opgave van nieuw gebruik bij. Dat vraagt nogal wat van de uitvoerders, maar ook van de opdrachtgevers. In restauratiewerk gespecialiseerde architecten en deskundige uitvoerders kunnen eigenaren daarbij goed helpen. De richtlijnen zijn daarbij voor beide partijen een goed  hulpmiddel.'