U bent hier

latijnse school

De Latijnse School: ‘Wij zijn dankbaar dat wij er nu even voor mogen zorgen’

Marijn de Valk en haar man Jan Goedemé zijn boekrestauratoren. Maar voor een monument van steen en hout draaien ze hun hand ook niet meer om. Ze wonen en werken in de Latijnse School in Middelburg. De geschiedenis van het pand past bij hun werkzaamheden en tijdens de restauratie deden ze een paar verrassende vondsten. 

Het was pellen, pellen, pellen…

Al in 1365 werd melding gemaakt van een school op deze plek in Middelburg. Het gebouw werd in de loop der tijd meerdere keren uitgebreid. Een pand dus met bouwsporen van eeuwen. Marijn de Valk en Jan Goedemé vinden het vanwege de ouderdom en geschiedenis een van de mooiste panden in Middelburg, maar ook omdat het zo mooi past bij hun werk als boekrestauratoren. Marijn vertelt: ‘Wij kochten het in 2014 en begonnen toen ook met de restauratie. Dat werd een super pittige periode. Wij hadden opeens drie panden in ons bezit: mijn grachtenpand in Middelburg, dat ik op mijn 21e had gekocht, onze werkplaats net buiten Middelburg en de Latijnse school. Twee panden in de verkoop, middenin de crisis! Onze verwachtingen moesten we een beetje aanpassen, maar we hebben beide kunnen verkopen. De Latijnse School zag er op het oog netjes uit, we konden er zo in, alles was keurig en brandveilig.  Het gebouw was aan de binnenkant als het ware ingepakt. Wij zijn dus begonnen met het weghalen van de verpakking. Een jaar lang hebben we alleen maar lagen weggehaald; soms drie lagen gipsplaat, hardboard, lagen vloerbedekking, latere houten vloeren. Het was pellen, pellen, pellen…’

Zolang de informatie niet compleet is, laten we het zoals het nu is en komen we er niet aan.

Vondst

‘Wij hebben ons atelier op de eerste verdieping, omdat wij met kostbare manuscripten werken. Naast alle andere veiligheidsmaatregelen is een werkplek op een verdieping veiliger. De kinderbalken daar hebben we inmiddels geschilderd, maar de moerbalken zijn nog in de oude tint grijs. Wij deden daar namelijk een bijzondere vondst: op de balken vonden wij uit papier of karton vervaardigde teksten. Omdat ze overgeschilderd zijn, kan je ze het beste met strijklicht waarnemen. Naar het nu lijkt zijn het Griekse en Latijnse toneelteksten, uit de late 16e eeuw.  In het Grieks hebben we de tekst ‘ken u zelve’ kunnen ontcijferen en in het latijn lezen we ‘Musa Beata’, dat ‘de gelukzalige muze’ betekent. We hebben Eloy Koldeweij, de interieurdeskundige van de Rijksdienst, foto’s gestuurd. Hij was er heel enthousiast over, omdat dit een bijzonder monumentaal interieur aspect aan ons pand is. Het vraagt absoluut meer studie. Soms worden wij daarbij door het toeval geholpen. Voor de universiteit Tilburg kreeg ik een ‘Fondament’boeck’ te restaureren. Dat is een boek met kalligrafievoorbeelden van de schrijfmeester Jan van de Velde. Daarin stonden dezelfde sierletters als die wij op onze balken hebben. Dat is dan weer een stukje van de puzzel. Maar zolang we niet meer informatie hebben, laten we het zoals het nu is en komen we er niet aan. Doordat er zuur in het hout zit, zijn de letters zeer kwetsbaar. Als je er aan komt, vallen ze uit elkaar.’

Nog een verrassing

Hetzelfde boek uit Tilburg bevatte overigens nog een verrassing. Marijn: ’Op het titelblad stond de naam Jacob Roggeveen. Direct heb ik op de leerlingenlijsten gekeken of hij wellicht hier op school gezeten had. En ja hoor, Jacob Roggeveen was een leerling van de Latijnse School! Hij heeft hier dus, waarschijnlijk in het lokaal waar ik werk, ooit gezeten met het boekje voor zich dat ik op dat moment onderhanden had. Op zo’n moment ben ik extra blij dat wij even in dit monument mogen zijn.

Het liefst zouden we de bakstenen voorgevel zichtbaar laten.

Schilderen

‘We doen veel zelf. Momenteel wordt de voorkant geschilderd, door een schildersbedrijf dat ervaring heeft in het werken met oude verven. Het is de eerste grote klus die we laten doen. Mijn man zet er zelf het nieuw bestelde monumentenglas in. De bakstenen voorgevel is in de jaren ’80 overgeschilderd met waterdichte latex. Dat leverde vochtproblemen op, omdat de gevel niet meer kon ademen. Vocht uit de grond, dat in de dikke stenen muren zit, trok inmiddels op tot ongeveer borsthoogte.  Het liefst zouden we de bakstenen voorgevel zichtbaar laten, maar daar is deze te slecht voor. De plint wordt nu opnieuw gestukt met dampdoorlatende mortel en de slechte plekken worden geconsolideerd met dampdoorlatende kalk, daarna wordt de hele gevel afgewerkt met keim, een dampdoorlatende verf.

Ik word er vrolijk van dat we hier nog een aantal jaren voor de boeg hebben.

Opgravingen

‘Onze privéruimtes zijn nog niet klaar, maar we hebben alle tijd.  Ik word er vrolijk van dat we hier nog een aantal jaren voor de boeg hebben. Momenteel doen we kleurenonderzoek in de ‘mooie kamer’, de oude lerarenkamer met 18e eeuwse schouw. We zijn nu bij 18e eeuws pastelgroen aangeland. maar er zijn ook 16e eeuwse sporen. We weten op dit moment nog niet precies welke kleuren we zullen kiezen, daarom laten we dit nog maar even rusten, tot we de juiste informatie hebben om een verantwoorde keuze te maken.’

Wij willen de geschiedenis van ons monument graag levend houden.

Bezoekers

‘Wij willen de geschiedenis van ons monument graag levend houden. Daarom ontvangen regelmatig schoolklassen en zo nu en dan staan hier mensen aan de deur die hier vroeger op school zaten. Die willen dan graag nog eens binnen kijken. Onze deur staat daarvoor altijd open, elk van die bijzondere kennismakingen vult het plaatje verder aan.  Wij hebben een short film laten maken waarin leraren en leerlingen herinneringen ophaalden aan de Latijnse School in Middelburg. Daarin vertelt de oud leraar latijn dat een meisje met een viool van de trap viel. Afgelopen winter belde hier een zeventig jarige dame aan…zij bleek het meisje met de viool te zijn!’

Wij denken na over iedere spijker die we in de muur slaan.

Dankbaar

‘Wij zijn dankbaar dat wij nu even voor de Latijnse School mogen zorgen. Op al die eeuwen dat het al bestaat, zijn wij er misschien 40 of 50 jaar eigenaar van. Wij zijn onderdeel van een reeks van mensen, die hier een deel van hun leven doorbrachten en op deze school een basis legden voor hun bestaan. Maar wij zijn de eersten die hier wonen. Wij denken bij wijze van spreken na over iedere spijker die we hier in de muur slaan.’

Zie ook