U bent hier

Bouwhistorisch onderzoek

Een bouwhistoricus brengt de bouwhistorische waarde van uw monument in kaart.

Rekening houden met bouwhistorische waarden

Bouwhistorisch onderzoek is van belang om inzicht te verkrijgen in de bouwgeschiedenis en in de historische waarden van het pand. Bij het ontwerp van de restauratie of verbouwing kan vervolgens rekening worden gehouden met deze waarden. Hierbij kan worden bepaald welke onderdelen van het pand zeker behouden moeten blijven en welke minder van belang zijn. Zo kunt u ontwerpvragen beantwoorden zoals: waar plaatsen we een nieuwe trap? Kan deze aftimmering weg? Kan hier een doorbraak komen? Moet deze aanbouw worden behouden?

Een bureau kiezen

Zorg dat uw bouwhistorisch onderzoek altijd wordt uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Sommige gemeenten hebben bouwhistorisch onderzoekers in dienst. In andere gevallen kan uw gemeente u helpen om een goed onderzoeksbureau te vinden. Als eigenaar kiest u zelf met welke adviseurs u wilt werken. Een mogelijkheid is om voor een gekwalificeerd bureau te kiezen. Deze bedrijven zijn te vinden via het kwaliteitsregister van de Bond van Nederlandse Bouwhistorici.

Plan van onderzoek

Een bouwhistorisch onderzoek begint met een Plan van Onderzoek (PvO), waarin het doel, de diepgang, de fasering en de wijze van rapporteren is omschreven. Bij kleine ingrepen kan dit heel simpel zijn. Een aanvinklijst kan dan volstaan. U kunt dit PvO aan uw gemeente voorleggen als bouwhistorisch onderzoek een voorwaarde is om een bouw- of monumentenvergunning te krijgen. 

Aan de slag

Bouwhistorisch onderzoek valt uiteen in twee delen. Allereerst vindt de opname van het gebouw plaats. Hierbij wordt het pand nauwkeurig bekeken en foto’s, schetsen en tekeningen gemaakt. Daarnaast is een literatuur- en archiefonderzoek nodig, waarbij kaarten, (bouw)tekeningen, foto’s en geschreven gegevens worden verzameld en geanalyseerd.

Er zijn drie categorieën van bouwhistorisch onderzoek:

  • De meest ‘lichte’ variant is de bouwhistorische inventarisatie. De bouwhistoricus onderzoekt dan het gebouw of gebied aan de hand van geconstateerde of vermoedelijke monumentwaarden.
  • Bij een bouwhistorische opname onderzoekt de bouwhistoricus de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een object (de gebouwde structuur) en brengt hij de elementen uit verschillende bouwfasen in kaart.
  • Bij een bouwhistorische ontleding levert de bouwhistoricus een gedetailleerde documentatie van een bouwwerk of object. Om dit te kunnen doen, moet hij vaak later aangebrachte interieurafwerkingen (gedeeltelijk) verwijderen zoals voorzetwanden, pleisterlagen of verlaagde plafonds.

Rapportage

De bouwhistoricus legt de resultaten van het onderzoek vast in een rapport. Hierin geeft hij in woord en beeld zijn bevindingen weer, vaak inclusief een cultuurhistorische waardestelling. Deze waardestelling beschrijft de elementen en aspecten die bijdragen aan de historische betekenis, de karakteristiek en de leesbaarheid van de bouw- en gebruiksgeschiedenis. De opdrachtgever kan de onderzoeker een mondeling of schriftelijk overdrachtsprotocol vragen: een advies over de beste manier om de onderzoeksresultaten te gebruiken. Hij kan ook nader onderzoek aanbevelen met het oog op het voorgenomen (bouw)plan.

Zie ook