"Ik heb dit pand in 1976 gekocht. Destijds was ik getrouwd met een hoedenmaakster, zij zag mogelijkheden in de winkel. Vanaf 1980 had ze een hoedenmakerij en modewinkel, in 1994 kwam daarvoor in de plaats mijn galerie. De galeriebezoekers zijn bijna altijd nieuwsgierig naar de “rest” van het huis. Meestal geef ik of een vriendin van mij dan een rondleiding. De smederij is dan de grote verrassing. Vrijwel iedereen is verbaasd en enthousiast. Ze zeggen dat ze zien dat het huis met veel liefde en zorg is opgeknapt. Dat is een compliment waar ik heel trots op ben. Ik ervaar het hier als een oase, op nog geen vier minuten lopen van het stadscentrum. En het mooie is dat je aan de gevel niet ziet wat er zich achter bevindt. Het is een spannend plekje. Het is mijn topos van waaruit ik de wereld verken.
Stadssmederij
Tot in de jaren zestig was de smederij hier in nog in bedrijf. De laatste smid overleed midden jaren ’60. Beneden werd de winkel verbouwd tot woning voor de weduwe en boven werden er kamers verhuurd. De smederij ging op slot, na verkoop van het gereedschap. Ik kwam hier in 1976 binnen en het was een grote verrassing: alles was nog in oude staat. Alle deuren waren beslagen met hardboard platen. Daaronder paneeldeuren geschilderd in originele houtnerfstructuur. En onder de verlaagde plafonds zaten nog de originele stucplafonds. Voor mij was de smederij het klapstuk. Er zijn nog maar weinig originele bedrijfsruimtes, ik zag meteen het unieke ervan.
Een burgersmederij deed vooral in haarden, kachels en fornuizen en het toebehoren. Heel anders dus dan een plattelandssmid. Het smeedwerk was daar op toegepast: bijvoorbeeld siersmeedwerk voor haardschermen. Daarnaast waren dergelijke smeden meestal ook loodgieter. Een burgersmederij in een stad in zo’n staat is heel uniek. En het pand is ook nog eens onderdeel van het beschermde stadsbeeld van de Nijmeegse 19e en vroeg 20e eeuwse schil.
“Hier wordt gewoond en gewerkt”
Handhaven
Ik kreeg zin om het op te knappen, maar ik realiseerde me ook dat je er beter met je vingers van af kon blijven. Dit pand vroeg om handhaven van wat er was, in plaats van grootscheeps ingrijpen.
Ik heb veel zelf gedaan. Daarvoor heb je veel tijd nodig, want er gaan altijd dingen anders dan je bedenkt. Wil je een gaatje in de muur te boren komt de hele muur omlaag. Dat soort dingen horen bij deze panden. Dat maakt ook dat het voor vakmensen bijna niet in te schatten is hoeveel een klus gaat kosten. Als ik zelf vastloop, vraag ik er een vakman bij. Die betaal ik per uur, dan krijg je altijd goed werk.
Bottendaal: combinatie van wonen en werken
Ik voel met niet alleen verbonden met dit huis, maar ook met de wijk Bottendaal. In de jaren ’60 was dit een gribuswijk. Begin jaren ’70 zou de wijk plat gegooid worden. Daar hebben wij toen actie tegen gevoerd. Wij als buurtbewoners vonden het belangrijk dat de wijk werd omgevormd tot een woonwijk, met ruimte voor alle rangen en standen. Op de voormalige fabrieksterreinen staan nu sociale woningen. Het laatste succes is het Dobbelmancomplex op het vroegere terrein van de Dobbelmanfabriek: een geïntegreerd woon-werkcomplex, dat in 2009 nog de prestigieuze Gouden Piramide heeft gewonnen. De Gouden Piramide is de Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, infrastructuur en ruimtelijke ordening. We hebben als wijkbewoners een flinke vinger in de pap gehad bij het ontwerpproces van dit complex. Het woon-werkconcept past helemaal bij deze wijk. Er is hier in veel panden van oudsher een natuurlijk combinatie van wonen en werken. Tegenwoordig zijn dat veelal stille activiteiten, heel anders dan de smederij van vroeger. Er zou bij ieder pand waar nu een bedrijf zit een bordje voor de deur moeten. Zodat we op die manier in beeld houden wat hier zo bijzonder is. Eigenlijk is dat ook wat ik zo mooi vind aan mijn eigen monument: die combinatie van wonen en werken in één pand.”
