Op zoek naar een mooie plek
“Ik heb 33 jaar in Utrecht gewoond, in een monumentaal pand aan de gracht. Ik wist dus wel wat een oud pand vraagt. Ik wilde na al die jaren de stad uit. In 2003 kwam ik deze watermolen tegen, met daarbij een boerderijdeel, een tiendschuur, een wagenschuur, een bakhuis met aangebouwde kleinveestallen en een kapel. Dit staat bij elkaar op twee hectare grond, met fruit- en notenbomen.
Ik viel op de ligging in het beeklandschap en vond het belangrijk dat er nog heel veel authentiek was. Het is een complex met een eigen karakter, met een hart, met verhalen. Met eigen geuren ook. De reuk in de keuken, waar al die eeuwen hout is gestookt, dat parfum gaat daar nooit meer weg! Omdat het achterstalling onderhoud nou ook weer niet te gek was, kon ik er meteen in gaan wonen, dat was ook belangrijk.
Historie
Voor ik begon aan de restauratie heb ik me verdiept in het pand en de functies die het heeft gehad. Ik heb contact gezocht met de heemkunde vereniging, heb veel gepraat met de mensen hier uit de streek en ik heb veel onderzoeken gelezen. Het is belangrijk om onwaarheden te tackelen. Ik heb gemerkt dat veel mensen elkaar na schrijven. We weten over de historie van de bewoners van dit pand inmiddels veel, maar eigenlijk weten we over de bouwhistorie van het pand zelf maar weinig. De eerste bouwfasen hebben wel meer informatie opgeleverd, maar eigenlijk nog meer vragen. Ik zou heel graag willen weten hoe de molen er uitzag, toen hij nog in bedrijf was als watermolen. Daar heb ik nog niks over gevonden.
“Een eigen verhaal en eigen geuren”
Vlaaien bakken
De watermolen kan niet meer in bedrijf teruggebracht worden. Maar we kunnen nu wel weer gaan malen. De aandrijving gaat nu via een dieselmotor, zoals dat ook in de laatste ‘werkzame’ periode van de molen gebeurde. Vrijwilligers van het openluchtmuseum in de buurt hebben hieraan meegewerkt. Het buitenaanzicht van de molen gaat er weer authentiek uitzien -we gaan het waterrad restaureren in 2014- maar het binnenwerk is dus ‘modern.’
Het bakhuis gaan we in de komende jaren restaureren. In de fruitperiode wil ik hier weer vlaaien gaan bakken, met fruit van eigen erf. In de tiendschuur is de plek om activiteiten te organiseren, zoals concerten. Daar kies ik bewust voor. Molens hebben van oudsher een sociale functie en ik wil ervoor gaan zorgen dat dit complex weer een regionaal ontmoetings- en informatiecentrum wordt.
Weten wat je zelf wel en niet kan
Ik woon hier nu zeven jaar en ik heb er nog geen seconde spijt van, hoewel de keuze voor zo’n monument ingrijpend is en bovendien voor langere tijd veel inspanning vraagt. Het kost me vooral veel energie om te herstellen wat eerder niet goed is uitgevoerd. Zo wordt het gepopte dak van de tiendschuur nu al voor de vierde keer aangepakt, omdat de restauratie steeds niet goed gebeurde; zo’n dak maken vereist vakmanschap.
Het is belangrijk om goed in beeld te houden wat je zelf kunt en wat je niet kunt. Ik kan goed organiseren en dat is dus wat ik vooral doe. Ik heb een bedrijfskundige achtergrond en ik weet dus hoe je projecten moet aanpakken. Zo benader ik de restauratie van dit complex ook. En verder assisteer ik bij grotere klussen.
Liefdewerk
Ik heb veel hulp van de architect en van de binnenhuisarchitect, ik kwam via via bij ze terecht. Het zijn mensen die liefde voor het pand opbrengen en niet alleen blij worden van declaraties. We hebben al zo’n zestig bouwvergaderingen gehad, daar zit van iedereen ook een deel liefdewerk bij. Dit hele idee is een particulier initiatief van mij en er is maar een klein deel subsidiabel. Maar ik wil nu eenmaal het karakter en de functionaliteit van dit complex behouden. En daar investeer ik dus persoonlijk in. Met tijd, met geld, maar vooral met veel inzet.
