Kor IJszenga: “Ons pand heeft een industriële uitstraling en staat op een prominente plek op het bedrijventerrein. Dat past ook bij de positie die van Gorcum innam in de provincie in de jaren zestig. Karakteristiek zijn de sheddaken – langgerekte zaagtandvormige opbouwen- die zorgden voor daglicht in de fabriekshal. De daken hadden dus een functie in de tijd van de bouw, maar inmiddels wordt overal in het bedrijf bij kunstlicht gewerkt.
“Goed rentmeesterschap voor bedrijf èn pand”
Toen ik in 2009 aantrad als directeur heb ik meteen de revitalisering van het pand opgepakt. Ik vond het belangrijk om het gebouw beter te laten passen bij de huidige tijd. Dat betekende ondermeer het aanpakken van het dak…We waren nog maar net begonnen met onze plannen, toen er een brief van de provincie op de mat viel met de aankondiging dat ons pand op een groslijst was geplaatst van jonge monumenten. Daar konden wij nog wel bezwaar tegen indienen, werd er bij gezegd. Natuurlijk ben je best een beetje trots: zo’n brief staat vol lovende woorden. Maar tegelijkertijd werd duidelijk dat wij geacht werden het gebouw vanaf dat moment al te behandelen als een monument. Onze verbouwplannen moesten dus opnieuw onder de loep genomen worden.
We hebben goed nagedacht over de manier waarop we met onze nieuwe status om wilden gaan. Als Koninklijk bedrijf wil je natuurlijk niet rollebollend met de overheid over straat. Tegelijkertijd konden we ons ook niet zomaar neerleggen bij een situatie van mogelijke stilstand. Wij hebben daarom besloten om hierover het gesprek met de provincie aan te gaan. Een adviseur van het Drents Plateau werd onze gesprekspartner in deze. We hebben haar laten zien dat we in de loop der jaren goed voor het pand hadden gezorgd. Ingrepen die we al hadden gedaan waren met gevoel voor historie uitgevoerd. Ook hebben we inzicht gegeven in de ingrepen die wij nog wilden doen, omdat wij ze noodzakelijk vonden voor de toekomst van het bedrijf. Het bezoek van deze adviseur en het overleg dat wij hadden, had tot gevolg dat er een wat aangepaste monumentenstatus naar voren kwam. De voorgevel en de oostelijke gevel werden als beeldbepalende en daarom monumentale elementen aangemerkt, de rest van het gebouw niet. Dat heeft ons voldoende ruimte gegeven om verder te gaan met onze plannen.
Onze aanpak van overleg, in plaats van strijd, heeft opgeleverd dat wij aan de ene kant kunnen laten zien dat het ons als bedrijf niet aan historisch besef ontbreekt, maar we hebben anderzijds nu ook de ruimte om toekomstgericht te handelen. Binnenkort pakken we het dak stap voor stap aan. Dat is een logistieke operatie, want de productie gaat tijdens de verbouwing gewoon door. Dat is een enorme uitdaging voor het projectteam.
Ik heb me door dit hele proces gerealiseerd dat de manier waarop ik met dit pand om ga vergelijkbaar is met de manier waarop ik tegen het bedrijf aan kijk. Van Gorcum heeft al sinds 1800 een familiebedrijf-achtige constructie, met de directeur als enige aandeelhouder. Het feit dat het bedrijf al zo’n lange geschiedenis heeft, maakt dat ik me er heel bewust van bent dat ik als directeur een schakel ben in een lange reeks. Directeur zijn van zo’n bedrijf vraagt dus om goed rentmeesterschap. Ik voel het als een verplichting om het de geschiedenis van het bedrijf weer op te stuwen naar een nieuwe fase. Het pand vraagt door die monumentale status nu eigenlijk hetzelfde van ons. Een historisch zo gegroeid bedrijf in een monumentaal pand, dat is eigenlijk wel een mooie combinatie.”
