Ideale plek
“Ik kende het gebouw al lang, ik kwam er al jaren bij een timmerwerkplaats. Een kleinschalig bedrijf, waar mooie dingen gemaakt werden. Het gebouw is een robuust pand, een soort kasteel, uit de rooilijn geplaatst. Het gebouw staat dus net iets buiten de bouwrichting van de andere gebouwen. Het staat in een stukje stad dat jarenlang een onbekende plek is geweest. Dat maakte dat er dingen konden voor weinig geld. Een ideale plek voor kunstenaars, maar ook voor de Nederlandse Bergsport Vereniging. Zij hebben zo’n 50 jaar de gevels als oefenmuren gebruikt. Tegenwoordig is de moeilijkheidsgraad van deze beklimming te gering, ze zitten nu in Amsterdam-West. Maar de sporen van hun beklimmingen langs de achtermuur zijn nog te zien.”
Mix van commercie en cultuur
“Wij kijken bij een pand altijd naar wat de mogelijkheden zijn en hoe we er een goede huur uit kunnen vangen. Ik heb affiniteit met vanuit een bestaande situatie verder te werken richting een bestemming voor de toekomst.. De begane grond moest herontwikkeld worden. Daarvoor moet je de omgeving goed kennen, weten wat een gebouw kan hebben en wat er in de omgeving kan. We zijn er in geslaagd om er een commerciële invulling aan te geven. De modemerken Levi’s en Dockers hebben er hun showroom voor de detailhandel in gevestigd. We hebben de benedenverdieping een meer open karakter te geven. Er is meer interactie, het vergroot de levendigheid in de straat. Daar ben ik heel tevreden over. Die mix van aan de ene kant een maatschappelijke of culturele functie en anderzijds een commerciële activiteit, dat is iets wat wij vaak proberen te organiseren. Zo is de commerciële activiteit de drager van de andere functies in het gebouw. De vier oorspronkelijke bewoners en de drie kunstenaars kunnen daardoor het gebouw blijven gebruiken tegen hetzelfde tarief als voor de restauratie van het pand.”
Ingewikkeld
“Wat ingewikkeld was aan dit project is dat de bewoners bijna allemaal in het gebouw zijn blijven wonen tijdens de werkzaamheden. Dat het gelukt is met al die mensen erin, daar ben ik misschien nog wel het meest trots op. Bij de opening van het pand heb ik nog een paar e-mails in herinnering geroepen. De frustratie liep soms hoog op, maar de pieken waren daardoor misschien ook wel hoger. Niemand had er vooraf een voorstelling van hoe het zou zijn om middenin zo’n verbouwing te wonen. Dan kan anderhalf jaar heel lang zijn. Maar het maakte het ook leuk: we hebben veel met elkaar gepraat. Wat ik bijzonder vind is dat van de huidige bewoners er twee oud-brandweerlieden zijn en een bewoner nu nog bij de brandweer in dienst is.”
"Het is een hippe tent geworden"
Vochthuishouding
“We hadden veel last van optrekkend vocht en zouten in de muren, zowel binnen als buiten. Het was een intensief traject om het schadebeeld scherp te krijgen en er vervolgens een therapie op los te laten. Het binnenklimaat was slecht, dat moest beter. Daarom hebben we alle units voorzien van luchtbehandelingsinstallaties met warmteterugwinning. Een punt van discussie met de bewoners was nog de plaatsing van HR CV ketels. Ze hadden allemaal nog kachels en dat heeft nog een bepaalde romantiek. Maar daar wilde ik vanaf. In de bedrijfsruimte is geen koeling aanwezig. We besloten om voor de buitenmuur een minerale voegmortel te gebruiken, die goed dampdoorlatend is. Binnen gebruikten we stukadoorsmortel. Deze maatregelen hielpen om het binnenklimaat te verbeteren.”
Hippe tent
“De showroom van Levi’s en Dockers is een hippe tent. Zij lieten hun interieurarchitecten los in de ruimte en ik vind het bijzonder om te zien hoe zij voortborduurden op ons werk. Ze zetten hun eigen concept neer, maar lieten daardoor tegelijkertijd allerlei aspecten van het gebouw heel mooi naar voren komen.”
Bijzondere naam
“De naam van het pand is afgeleid van de voorloper van de kazerne, de Waag op de Nieuwmarkt. Daar werd in 1874 brandweerkazerne ‘N’ gevestigd; brandweerkazernes kregen in die jaren een telegrafische aanduiding met een codeletter. In het spellingsalfabet hoort bij de N de eigennaam Nico. In de loop van de tijd ging deze naam over op de kazerne zelf.
In 1890 verhuisde de kazerne van de Waag naar een nieuw gebouw aan de IJ-oevers. Dit gebouw was ontworpen door Willem Springer, assistent-stadsarchitect. Tot 1973 was het brandweerkorps in dit pand gehuisvest. Daarna verhuisde het korps naar de IJ tunnel. Het brandweerpersoneel mocht in de kazerne blijven wonen en het pand werd in het vervolg Oud Nico genoemd. De bewoners hebben er hard voor gestreden om het pand de rijksmonumentenstatus te laten verkrijgen zodat het voor de toekomst behouden zou blijven.”
